Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Te warm om binnen les te geven

Het is deze week broeiheet.  30° overdag en ’s nachts koelt het amper af.  De hitte blijft binnen hangen en iedereen zweet en puft zich door de dag.

Omdat ik al 2 weken door Lyme geveld ben (maar dat is een ander verhaal) en gedurende 30 dagen de meest vieze antibiotica ooit moet nemen, mag ik niet in de zon.  Of in de schaduw want ook dan heb ik binnen de kortste keren huiduitslag of een zogenaamd zwangerschapsmasker op mijn gezicht.  Ja, zelfs met factor 50.  Ik zit dus binnen in mijn vreselijk warme appartement.  Uiteraard staan de terrasdeuren open want anders zou ik door zuurstofgebrek helemaal gek worden.

Zoals jullie misschien weten is er aan de overkant van de straat een schooltje.  De kleuterafdeling bevindt zich achteraan dus daar hoor/zie ik niets van maar de lagere school ligt op pakweg 30 meter van mijn terrasdeur.

Aangezien het binnen waarschijnlijk nog heter is dan in mijn appartement – de zonnewering die ze hebben is al minstens 5 jaar kapot – wordt er buiten les gegeven.  Dat doet mij terugdenken aan de tijd dat ik zelf in het lager onderwijs zat.

Zo rond hemelvaart was er altijd een schoolfeest en daarna hadden de leerkrachten collectief geen zin meer om nog les te geven.  Ik verveelde mij dood in de klas en zou veel liever lekker thuis zitten om boeken te lezen of zo. (ja, ik was een a-typisch kind dat niet graag speelde maar veel liever dingen bijleerde)

Zodra de temperatuur boven 25° kwam, vonden de juffen (want veel meesters waren er niet) het nodig om met al die kinderen naar het plaatselijke voetbalveld te gaan zodat de kinderen konden spelen.

Daar was geen greintje schaduw, gras was er ook nog maar amper en alle kinderen speelden in de volle zon zonder hoofddeksel.  Uiteraard werd geen enkel kind ingesmeerd met zonnecrème want zo’n wandeling en buitenspeelevenement werd nooit van te voren aangekondigd.  Menig kind ging met een zonneslag en roodverbrand naar huis.  Of uitgedroogd want er was geen drank voorzien, zelfs geen kraantjeswater.

Maar niet de juffen !  Zij hadden handdoeken bij om op te zitten, tubes zonnecrème en een koelbox vol drankjes.  Bovendien hadden ze zich een plekje toegeëigend vlak naast de kantine  – waar de kinderen uiteraard niet mochten komen – zodat de juf met de rode haren en de witte huid vol sproetjes in de schaduw kon gaan zitten.

Nog erger wordt het als je weet dat dat gehate voetbalveld vlak naast ons huis lag.  Waar het binnen heerlijk koel was, waar er drank in overvloed was en waar de zonnecrème binnen handbereik in de kast lag.

Eén keer heb ik gevraagd of ik even naar huis mocht om mij te laten insmeren door mijn moeder.  Ik werd uitgescholden als verwaand kind dat dacht dat het meer was als de anderen.  Andere kinderen konden toch ook niet zomaar naar huis gaan zeker.

Nu ik de kinderen aan de overkant in de schaduw zie zitten, denk ik terug aan die gemene egoïstische juffen die totaal niet begaan waren met de kinderen maar eerder met hun bruine kleurtje en hun roddels.

Kan je je dat in deze tijd nog voorstellen dat een leerkracht zoiets zou proberen ?

Intussen hoop ik dat al die juffen huidkanker hebben en een vel dat zo verrimpeld is als een rozijn.  Dat ze in een bejaardenhuis zitten waar er een personeelstekort is zodat de verzorgers niet de tijd hebben om regelmatig een nieuwe fles water te brengen.

Of nog beter, dat één van de verzorgers ooit ook op dat hete voetbalveld uitgedroogd rondliep met een gloeiende huid en barstende hoofdpijn van de zon.

O ja, eigenlijk moest ik tegen dat het tijd was om terug naar de school te gaan, netjes meewandelen om dan een half uur later in een hete bus terug naar huis te rijden.  Ik moet niet zeggen zeker dat ik bijna elke keer ontsnapte, mij snel achter de haag voor het huis verstopte en dan lekker binnen een paar glazen water ging drinken ?  Niet één keer heeft er iemand van school geïnformeerd waar ik gebleven was.  Niet één keer hebben ze een leerling gemist.

Verkeersopvoeding

Gisteren was het weer zover : de jaarlijkse les ‘met de fiets op de openbare weg rijden’.

Dat is altijd een belevenis in het schooltje aan de overkant en nadat ik dit evenement in het eerste jaar dat ik hier woonde op de begane grond meemaakte en 4 keer bijna aangereden werd, besloot ik om dat voortaan veilig van op de 2de verdieping mee te maken.

Als u straks in de stad kinderen tegenkomt die al fietsend naar links en achter zich kijken, hun linkerarm uitsteken en dan rechts afdraaien : de schuldige is de leerkracht aan de overkant die blijkbaar zelf nooit op zijn fiets stapt en vanop een blaadje de instructies aflas.  Hij had alleen niet door dat wat voor hem links is, voor alle kinderen die van de andere kant kwamen rechts was !

De kinderen deden braafjes wat de meester brulde.  En de meester stond ernaar te kijken.

Zou die ook zijn linkerpinker aanzetten als hij ergens rechts afslaat ?

een doordeweekse dag

begint rond een uur of 4 (of vroeger).  Ik word dan wakker van de pijn in mijn rechterbovenbeen.  Het voelt alsof ik een grote operatiewonde heb waarvan de verdoving is uitgewerkt.  Verder slapen is onmogelijk want deze pijn overheerst alles.  Er is ook weinig aan te doen want volgens de artsen is het zenuwpijn en de vele pijnstillers die ik neem doen daar niets voor.  Meer pijnstillers is geen optie want dat zou betekenen dat ik bijvoorbeeld niet meer met de wagen mag rijden.  Dus bed uit, Mammie Inneke knuffelen die meteen op bed springt zodra ze vermoedt dat ik wakker ben.  En onderweg naar de badkamer Fientje Poezenpluis knuffelen, die als een trouwe wachtpost in de hal slaapt.

Koffie maken en het eerste uur rondlopen zodat mijn spieren terug wat loskomen want ook die zijn verkrampt na een paar uur stilliggen.  Meestal valt dat wel mee.  Maar stel dat ik in de tocht heb gezeten, dan heb ik daar toch een dag of 10 last van en gebeurt het dat mijn handen en schouders zo verkrampt zijn dat bewegen niet echt helpt.

5 uur : wassen, aankleden, bakje fruit klaarmaken voor het 10-uurtje op kantoor, poezen eten geven en mails lezen.  Rond kwart voor 7 vertrek ik richting kantoor.  Daarvoor moet ik via Mortsel en het hangt ervan af of de levering van het plaatselijke Kruidvat al gepasseerd is hoe lang ik onderweg ben.  De ene keer is dat 40 minuten, de andere keer (als de vrachtwagen met de levering de smalle weg verspert) is dat makkelijk een uur.

Eens op kantoor gaat direct de pc aan, ook al moet ik pas om 8 uur beginnen werken.  Het is nog heerlijk rustig nu en ik kan dan de planning voor de rest van de dag voorbereiden, nakijken of er nog last minute opzoekingen moeten gedaan worden voor de klantenbezoeken die de baas die dag gaat doen enz.

Rond 8 uur beginnen de collega’s binnen te druppelen en begint de werkdag pas echt.  Tot 12 uur ben ik druk bezig met de meest uiteenlopende opdrachten.  Dat kan gaan van een vertaling maken tot nakijken of een nieuw model van auto correct in ons systeem opgenomen is.  Enfin, mijn job is zo veelzijdig dat er geen twee dagen dezelfde zijn.  Ik heb bazen en collega’s om op handen te dragen, die respect hebben voor het feit dat sommige dingen voor mij moeilijker en die zo veel mogelijk rekening houden met mijn beperkingen zonder dat het echt opvalt.

Tegen 12 uur ben ik pompaf en begint de rit naar huis.  Die duurt minder lang dan de ochtendrit.  Onderweg stop ik soms aan de supermarkt om mijn bestelling op te halen.  Zelf boodschappen doen is te vermoeiend en het komt zelden voor dat ik nog eens een supermarkt binnenstap.  Of het moet de plaatselijke AH zijn voor een slaatje.

Eenmaal thuis moet ik mij forceren om iets te eten voor ik op de zetel ga liggen.  Op dat ogenblik zijn mijn batterijtjes helemaal leeg.  Voor ik aan mijn middagdutje begin, bel ik altijd eerst met mijn vader.  Dat is al jaren zo en nu mijn vader longvlieskanker heeft, vind ik onze dagelijkse telefoontjes echt heel belangrijk.  Zeker omdat ik de laatste maanden vaak last heb van koortsaanvallen en dan mag ik niet bij hem op bezoek.

Daarna val ik als een blok in slaap.  Ik merk niet dat de school aan de overkant om half 4 uit is, ook al maken al die ouders verschrikkelijk veel lawaai.  Ik hoor maar af en toe dat de kindjes van beneden thuiskomen.  Tenzij M.  toetert met zijn fiets 😉

Meestal word ik wakker rond 18 u.  Fientje Poezenpluis staat dan aan de zetel te krabben omdat het tijd is voor een bordje blikvoer.  Nu zou je denken dat die twee poezebeesten van mij dan als gekken op dat blikvoer vliegen en het binnen de kortste keren opschrokken.  Fout gedacht.  Beide poezen nemen een hapje en laten de rest staan om gedurende de nacht hun honger te stillen.  Niet dat er geen ander eten is want 24/24 staan er bakjes met verschillende soorten brokjes aan het ‘kattenbuffet’.  Maar Fientje heeft zich de verantwoordelijkheid toegeëigend om Vrouw er elke dag aan te herinneren dat er voor haar en Mammie Inneke voldoende voer moet zijn om de nacht te overleven 😉

Enfin, 18 uur dus.  Poezen hebben eten gehad.  Ik eet nog iets kleins en neem mijn nachtmedicatie in.  Daarna bed in.  Jawel, na eerst een hele namiddag geslapen te hebben ben ik een half uurtje wakker en ga ik terug slapen.  Dat is de enige manier om aan voldoende slaap te komen om de volgende dag te functioneren.  Het namiddagslaapje is om te recupereren van de voormiddag.  De nachtrust is om de volgende dag te kunnen werken.  Nachtrust die regelmatig verstoord wordt door pijn.  Het is niet ongebruikelijk dat ik om het half uur wakker word of dat ik een paar uur wakker lig.  Om dan weer rond 4 uur of vroeger mijn bed uit te moeten.

Dat is zo een beetje een doordeweekse werkdag.

Het weekend is om echt bij te rusten.  Na 5 dagen werken is mijn lichaam uitgeput en dwingt het mij om te rusten.  Meestal krijg ik op zaterdagochtend met moeite de ene voet voor de andere.  Ik probeer de hoogst noodzakelijke huishoudklussen te doen met heel veel rustpauzes tussenin.  ’s Middags moet ik terug de zetel op.  Zondag is hetzelfde : voormiddag nog wat klusjes, namiddag rusten.

Tussendoor probeer ik om zo vaak het kan bij mijn ouders langs te gaan.  Meestal moet ik dan taxi spelen voor mijn moeder, wat ik ook doe hoe zwaar het ook is voor mij.  Als ik dan thuiskom, ben ik extreem uitgeput en moet ik vaak een dag of 3 (of langer) recupereren.  Mijn vader begrijpt perfect hoe zwaar het voor mij is omdat hij zelf al jaren pijnpatiënt is en nu door de chemo ook het gevoel kent van extreem uitgeput te zijn ook al heb je (in de ogen van gezonde mensen) amper iets gedaan.  Mijn moeder begrijpt het na al die jaren nog altijd niet.  Maar zij is dan ook nog niet vaak écht ziek geweest.  Ze rijdt nog alle dagen met de fiets naar het dorp om haar boodschappen te doen (iets waar ik alleen maar van kan dromen), is de ganse dag in en om het huis bezig en zorgt voor mijn vader.  En dan krijg ik dingen te horen als ‘ja maar, die en die dat is toch erg he.  Die wonen helemaal alleen in een klein huisje in de stad. Niemand die hen helpt’  (ja hallo en je eigen dochter dan ?)  of ‘ja maar, dat kan die niet meer hoor, ze heeft flebitis en moet het rustig aan doen’  (dat gaat dan over iemand die 80 jaar gezond geweest is en nu tegen beperkingen aanloopt)  Dus nog eens : ze begrijpt nog steeds niet dat het leven voor mij een dagelijkse strijd is en dat ze ‘in haar pollekes mag wrijven’ dat ze op haar leeftijd nog zo gezond is.

Dus kort samengevat : mijn leven is werken en rusten.  Geen ontspanning, geen uitstapjes, geen etentjes of leuke weekendjes.  Dat kan niet.  Ook geen namiddagen shoppen of lekker doen wat ik wil.  Nope.

Maar dat mis ik niet.  Ik erger me er alleen aan als mensen dénken dat mijn leven zo is, dat ik halftijds werk om in de overgebleven tijd allerlei leuke dingen te doen die zij niet kunnen doen.  Ik zou verdorie nogal blij zijn als ik terug fulltime kon werken

Maar zo zit mijn leven dus niet in elkaar.  Ik heb jaren gezocht naar een evenwicht en zoals het nu gaat, ben ik in staat om voor mezelf te zorgen en financieel het hoofd boven water te houden. Dat is goed en daar heb ik mij mee verzoend.  Maar simpel is het niet want het is niet omdat ik bepaalde dingen niet doe, dat ik ze niet mis.  Maar dat is een ander verhaal ;-))

20 uur per week

Gisteren op de kop af 9 maanden geleden ben ik terug beginnen werken.   Een beetje bang of ik dat wel zou aankunnen om 20 uur per week te werken (mijn laatste job was officieel 3 keer 3 uur en 36 minuten per week dus een pak minder).

Maar ik kreeg de mogelijkheid om te werken op de uren die voor mij het gemakkelijkst waren : van 8 tot 12.  De uren waarop ik mij het beste voel en mijn lichaam niet om slaap of extra rust vraagt.  En het lukt.  Nu ja, soms ook niet.  Dan zit ik ’s morgens in de woonkamer te twijfelen of ik naar de dokter zou gaan of dat ik niet toch maar naar kantoor ga.

Of ik voel dat ik gewoon 1 dag rust nodig heb en dan loop ik al van 4 uur in de ochtend te ijsberen of ik nu wel of niet naar kantoor ga bellen dat ik die dag niet kom.

En dan voel ik mij zo schuldig en ambetant en wat weet ik nog allemaal omdat ik niet achter mijn bureau zal zitten die dag.  Want meestal is het geen kwestie van niet kunnen werken maar gewoon van de kracht niet hebben om mij te verplaatsen, zelfs de kracht niet om mijn kleren aan te doen.   Mijn lijf wil dan niet mee maar mijn hoofd wil wel.  Mijn hoofd maalt en maalt dan want dat is al zo gewoon aan die voormiddagen dat het WIL nadenken, werken, bezig zijn.

Maar dus meestal gaat het perfect.  Ik werk in de wereld van IT en automobiel.  Ik leer elke dag dingen bij.  Want toen ik begon te werken kende ik maar enkele automodellen.  Nu is die kennis al wat uitgebreider, ken ik meerdere merken en begin ik zelfs modellen van bepaalde merken op straat te herkennen.  Wie had dat ooit gedacht 😉

Officeel ben ik sales assistant binnendienst maar de dingen die ik doe zijn heel uitgebreid.  Ik zit dus echt niet de ganse voormiddag telefoontjes te doen.  Maar ik krijg de kans om een uitgebreid gamma van taken te verrichten en heb vaak contact met het hoofdkantoor.

Eindelijk komen al die talen die ik ooit leerde van pas en kan ik ze dagelijks actief gebruiken. Ik neem deel aan meetings, mag mijn eigen inbreng geven voor projecten, jawel, ik mag zelf denken en een mening hebben 😉

Echt, wat mij betreft was deze job een  lifesaver.  Ook al is het zwaar, ik krijg energie uit die 20 uren dat ik werk.  Ik ben enthousiast en gelukkig.  Ik voel mij terug mens.

En wat ook belangrijk is : mijn bazen laten regelmatig horen dat ik het goed doe.  Niets is zo stimulerend als weten dat je goed bezig bent.  Dat je nuttig bent in een organisatie.

Jullie horen het : ook al val ik elke middag in mijn zetel omdat ik doodop ben, val ik in slaap en eet snel een yoghurtje voor ik écht ga slapen, ook al moet ik het ganse weekend recupereren om er maandag weer te staan, ook al krijg ik nu wekelijks een baxter en heb ik daarvoor een portacat moeten laten steken : IK BEN CONTENT DAT IK MAG WERKEN !

En bovenal ben ik mijn baas ongelofelijk dankbaar.  Dat hij mij nog uit een ver verleden herinnerde en meteen aan mij dacht toen hij een assistent nodig had die van wanten weet en er niet vies van is om de handen uit de mouwen te steken.  Die de dingen zegt zoals ze zijn en tegen een weerwoord kan (hoewel ze dan ook vaak de slappe lach krijgt). Dat hij het risico nam om mij, chronisch ziek en een wrak op dat moment, aan de directie voor te stellen en als een blok achter mijn aanstelling stond.

Beste Baas, je leest dit (misschien) niet  maar honderdduuuuuusd keer bedankt dat je dit voor mij gedaan hebt.  Ook al denken de meeste mensen van niet omdat ik nooit naar feestjes of zo kan,  omdat jij in mij geloofde, heb ik terug een leven.

Dubbel

Gisteren voorspelde het weerbericht een stralende dag.  Eindelijk een zomerse dag na weken, maanden van dat halfslachtige weer dat helemaal niet past bij de tijd van het jaar.

Toen ik mij ’s ochtends aan het klaarmaken was om naar kantoor te gaan, bedacht ik mij dat chronisch ziek-zijn heel soms toch voordelen heeft want ik kon lekker ’s middags naar huis.  Niet dat ik echt van het zonnetje kan genieten want ik zit in een serieuze dip waarbij ik thuis amper uit de zetel geraak en ’s avonds al om 18 uur in mijn bed lig.  Maar gewoon het idee dat ik zou kunnen rusten met de terrasdeur open leek mij zalig.

Ik had al helemaal in mijn hoofd wat ik die dag op kantoor zou doen.  Eerst mails bekijken … en toen zag ik dat de Baas om 9 uur een meeting gepland had.

De meeting was intens en helemaal mijn ding.  En plots, zo helemaal uit het niets, werd ik overvallen door een dubbel gevoel.  Ik dacht “was ik nu maar niet ziek, dan kon ik de ganse dag, de ganse week doorwerken aan dit project, dingen opzoeken, rondbellen naar contacten, teksten uitschrijven …”

Ik heb mij intussen al enkele jaren verzoend met het feit dat mijn ziekte mij serieuze beperkingen oplegt en ik heb mijn leven zo ingericht dat ik de dingen kan doen die ik belangrijk vind.

Maar gisteren, zo helemaal in de ban van meetings en nieuwe projecten, was daar ineens dat gevoel.

En het besef dat, als ik toch maar fulltime zou kunnen werken, ik nog steeds grootse dingen zou kunnen realiseren.

En toch ben ik heel gelukkig met mijn assistant functie hoor.  Maar heel even was er dat vreemde gevoel.

Een weekje zonder

en ik voel alle energie in razendsnel tempo uit mijn lijf stromen.  Mijn spieren verstijven enerzijds en anderzijds begin ik weer serieus last te krijgen van spasmen.  Gisteren achter mijn bureau schopte ik onbewust weer met mijn rechterbeen. Irritant.  En gênant.

Ik vreesde dat ik vrijdag niet zou halen maar het lukte me toch om  naar kantoor te gaan – niet dat ik daar veel waard was.  In plaats van prospects op te bellen, zocht ik dan maar een site waar ik kon leren hoe een auto nu eigenlijk in elkaar zit.  En jawel, ik weet nu wat ze bedoelen als ze over viertakt spreken of over een V8 motor of zo.

Toen ik ’s middags naar huis reed was het wel even spannend.  Op een bepaald moment was ik echt op automatische piloot aan het rijden een het scheelde maar een haartje of ik was in slaap gevallen.  Dus deed ik maar wat oververmoeide vrachtwagenchauffeurs doen : raam open en radio keihard zetten.  En ik ben veilig thuisgeraakt.

Over het waarom van deze week zonder baxter schrijf ik later nog wel eens.  Momenteel ben ik daarover nog zo boos dat mijn schrijfsel te agressief zou zijn.  Maar laat ik al zeggen dat ik een hartsgrondige hekel heb aan mensen, bedrijven, instanties die ongegeneerd zieken, gehandicapten en bejaarden bestelen om er zelf beter van te worden. Woest ben ik.

katten zijn net kinderen

Ken je dat ?  Je neemt een dag verlof, hebt vanalles en nog wat gepland en dan midden in de nacht wordt er eentje heel erg ziek.  Bij de meeste mensen is dat dan een kind.  Bij mij is dat, wegens gebrek aan kinderen, een kat.

Midden in de nacht hoorde ik een vreemd lawaai, zo vreemd dat ik besloot om toch maar eens te gaan kijken.  Fientje Poezenpluis zat daar als een hoopje ellende te staren naar haar maaltijd die ze enkele minuten geleden verorberd had.   Na een knuffel en een aaitje ging ze in haar mandje liggen maar ook daar vond ze haar draai niet.  Ze reutelde en had duidelijk moeite om adem te halen.  Enkele uren later was het opnieuw prijs.  Uiteindelijk had ze elk etensbakje geprobeerd maar niets bleef binnen.

Nu is het geen sinecure om met Fientje naar de Poezendokter te gaan.  Fientje haat Poezendokters en er is behoorlijk wat mankracht nodig om haar op de behandeltafel te houden.  Ik houd mij dan wijselijk wat afzijdig want ook al is ze mijn kleine Fienie, ze heeft gigantische klauwen en heel scherpe tanden.

Vandaag echter was er geen ontkomen aan : de dierenarts kwam aan huis en ik moest mijn kleine grijze Fienie zelf vasthouden tijdens het onderzoek.  Ook al was ze heel erg boos en gromde ze vervaarlijk, toch viel ze niet naar me uit.  Ze probeerde wel om de Poezendokter ervan langs te geven 🙂

Blijkt het arme beestje een verkoudheid te hebben !  Spuitje tegen de misselijkheid en spuitje tegen de slijmen en zoefffffffffffffffffff weg was Fientje.

Ik had verwacht dat ze nu dagen boos op mij zou zijn maar zoals altijd zijn poezenbeesten onvoorspelbaar.  Na een dik kwartier mocht ik haar al terug aaien en een uurtje later riep ze mij vanuit het berghok (wat haar heiligdom is) omdat ze het liefste wilde dat ik bij haar op een dikke laag fleece kwam liggen om te slapen.

Intussen heeft ze al terug gegeten, snurkt ze op een normale manier (want snurken kan ze als de beste) en krijg ik terug kopjes.

Maar ongerust dat ik was !!!  Zeker toen Mammie Inneke zo om het uur even langs Fientje’s mandje ging en haar een knuffel gaf.  Dat doet ze nooit.

Enfin, vannacht hebben we goed geslapen.  Rond 2 uur liet Fientje even weten dat ze wakker was en een knuffel wel kon apprecieren. Want zo is ze dan ook wel.  Ze leeft volgens de kattenklok en de mensenklok kan haar geen barst schelen.  Behalve als het is om een bakje eten te krijgen.

Het is tijd

Ja, het is tijd om terug te schrijven.  Meer en meer vraagt men mij wanneer ik terug iets ga schrijven op mijn blog.

Omdat men het leuk vindt om te lezen blijkbaar.  Maar ook omdat er lezers zijn die mijn lotgevallen als inspiratie gebruiken om met hun ziekte te leren omgaan.  Die door mijn schrijfsels beseffen dat chronisch ziek worden niet het einde is maar eerder een nieuw begin.

Het heeft even geduurd voor ik er terug aan toe was want na het debacle waardoor ik besloot om een tijd niets meer van mij te laten horen, had ik vooral behoefte aan rust.  En behoefte om mijzelf af te schermen van mensen die in mijn plaats wilden denken en voor mij beslissingen wilden nemen.  Zogezegd voor mijn eigen goed maar zonder ook maar één ogenblik met mij te overleggen.  Dat botste met mijn karakter.  En niet een beetje, dat botste keihard.  Want ik verzet mij uit alle macht tegen betutteling of erger nog overheersing of onderdrukking.  Een ander je wil opleggen omdat je denkt dat je het beter weet of gewoon om die persoon in je macht te hebben past niet in mijn leefwereld.  Zelfs de katten hier in huis doen altijd hun goesting …. of wacht, dat doen alle katten zeker ? 😉

Mensen moeten mij niet lief en aardig vinden.  Ik leef mijn leven zoals ik het wel.  En ik denk over de dingen zoals ik wil.  Ik schrijf vanuit mijn eigen belevingswereld en daar hoort ook bij dat ik soms uithaal naar mensen of dingen die mij niet aanstaan.  Want dat is mijn recht.  Ik hoef écht niet iedereen naar de mond te praten dat doen anderen ook niet.  Het verschil is dat ik de dingen durf te zeggen zoals ze zijn terwijl veel mensen in je gezicht doen alsof er niets aan de hand is en dan een dolk in je rug steken vaak om een belachelijke reden.  Dus staat het je  niet aan wat je hier leest, kwel jezelf dan niet door verder te lezen en te zoeken of ik toch niet toevallig iets schrijf waarvan je dénkt dat het over jou gaat.  Dat is zielig.  Het leven is te mooi om je met zulke futiliteiten bezig te houden.  Of zoals men zegt ‘get a life’.

En ja, omdat ik over mijn dagelijkse belevenissen schrijf, kan het zijn dat jij of jij of jij … jezelf meent te herkennen.  Dat kan. En soms klopt het dat ik over jou schrijf.  Maar er bestaat ook een songtekst die zegt ‘ … you’re so vain, you probably think this song (blogpost) is about you …’

En ja begot, als je tegen mijn schenen gestampt hebt, op mijn tenen hebt staan dansen, mij willens en wetens pijn gedaan hebt, dan zal ik daarover ongezouten mijn mening uiten.

Zo, dat moest er even uit.  Gewoon om misverstanden te voorkomen.

Dus nogmaals : alles wat ik hier zeg/schrijf zijn mijn eigen gedachten en meningen.  Ik praat niet voor anderen, dus niet voor mijn werkgever, het gemeentebestuur, de polies, de fakteur, de melkboer of gelijk wie.