een doordeweekse dag

begint rond een uur of 4 (of vroeger).  Ik word dan wakker van de pijn in mijn rechterbovenbeen.  Het voelt alsof ik een grote operatiewonde heb waarvan de verdoving is uitgewerkt.  Verder slapen is onmogelijk want deze pijn overheerst alles.  Er is ook weinig aan te doen want volgens de artsen is het zenuwpijn en de vele pijnstillers die ik neem doen daar niets voor.  Meer pijnstillers is geen optie want dat zou betekenen dat ik bijvoorbeeld niet meer met de wagen mag rijden.  Dus bed uit, Mammie Inneke knuffelen die meteen op bed springt zodra ze vermoedt dat ik wakker ben.  En onderweg naar de badkamer Fientje Poezenpluis knuffelen, die als een trouwe wachtpost in de hal slaapt.

Koffie maken en het eerste uur rondlopen zodat mijn spieren terug wat loskomen want ook die zijn verkrampt na een paar uur stilliggen.  Meestal valt dat wel mee.  Maar stel dat ik in de tocht heb gezeten, dan heb ik daar toch een dag of 10 last van en gebeurt het dat mijn handen en schouders zo verkrampt zijn dat bewegen niet echt helpt.

5 uur : wassen, aankleden, bakje fruit klaarmaken voor het 10-uurtje op kantoor, poezen eten geven en mails lezen.  Rond kwart voor 7 vertrek ik richting kantoor.  Daarvoor moet ik via Mortsel en het hangt ervan af of de levering van het plaatselijke Kruidvat al gepasseerd is hoe lang ik onderweg ben.  De ene keer is dat 40 minuten, de andere keer (als de vrachtwagen met de levering de smalle weg verspert) is dat makkelijk een uur.

Eens op kantoor gaat direct de pc aan, ook al moet ik pas om 8 uur beginnen werken.  Het is nog heerlijk rustig nu en ik kan dan de planning voor de rest van de dag voorbereiden, nakijken of er nog last minute opzoekingen moeten gedaan worden voor de klantenbezoeken die de baas die dag gaat doen enz.

Rond 8 uur beginnen de collega’s binnen te druppelen en begint de werkdag pas echt.  Tot 12 uur ben ik druk bezig met de meest uiteenlopende opdrachten.  Dat kan gaan van een vertaling maken tot nakijken of een nieuw model van auto correct in ons systeem opgenomen is.  Enfin, mijn job is zo veelzijdig dat er geen twee dagen dezelfde zijn.  Ik heb bazen en collega’s om op handen te dragen, die respect hebben voor het feit dat sommige dingen voor mij moeilijker en die zo veel mogelijk rekening houden met mijn beperkingen zonder dat het echt opvalt.

Tegen 12 uur ben ik pompaf en begint de rit naar huis.  Die duurt minder lang dan de ochtendrit.  Onderweg stop ik soms aan de supermarkt om mijn bestelling op te halen.  Zelf boodschappen doen is te vermoeiend en het komt zelden voor dat ik nog eens een supermarkt binnenstap.  Of het moet de plaatselijke AH zijn voor een slaatje.

Eenmaal thuis moet ik mij forceren om iets te eten voor ik op de zetel ga liggen.  Op dat ogenblik zijn mijn batterijtjes helemaal leeg.  Voor ik aan mijn middagdutje begin, bel ik altijd eerst met mijn vader.  Dat is al jaren zo en nu mijn vader longvlieskanker heeft, vind ik onze dagelijkse telefoontjes echt heel belangrijk.  Zeker omdat ik de laatste maanden vaak last heb van koortsaanvallen en dan mag ik niet bij hem op bezoek.

Daarna val ik als een blok in slaap.  Ik merk niet dat de school aan de overkant om half 4 uit is, ook al maken al die ouders verschrikkelijk veel lawaai.  Ik hoor maar af en toe dat de kindjes van beneden thuiskomen.  Tenzij M.  toetert met zijn fiets 😉

Meestal word ik wakker rond 18 u.  Fientje Poezenpluis staat dan aan de zetel te krabben omdat het tijd is voor een bordje blikvoer.  Nu zou je denken dat die twee poezebeesten van mij dan als gekken op dat blikvoer vliegen en het binnen de kortste keren opschrokken.  Fout gedacht.  Beide poezen nemen een hapje en laten de rest staan om gedurende de nacht hun honger te stillen.  Niet dat er geen ander eten is want 24/24 staan er bakjes met verschillende soorten brokjes aan het ‘kattenbuffet’.  Maar Fientje heeft zich de verantwoordelijkheid toegeëigend om Vrouw er elke dag aan te herinneren dat er voor haar en Mammie Inneke voldoende voer moet zijn om de nacht te overleven 😉

Enfin, 18 uur dus.  Poezen hebben eten gehad.  Ik eet nog iets kleins en neem mijn nachtmedicatie in.  Daarna bed in.  Jawel, na eerst een hele namiddag geslapen te hebben ben ik een half uurtje wakker en ga ik terug slapen.  Dat is de enige manier om aan voldoende slaap te komen om de volgende dag te functioneren.  Het namiddagslaapje is om te recupereren van de voormiddag.  De nachtrust is om de volgende dag te kunnen werken.  Nachtrust die regelmatig verstoord wordt door pijn.  Het is niet ongebruikelijk dat ik om het half uur wakker word of dat ik een paar uur wakker lig.  Om dan weer rond 4 uur of vroeger mijn bed uit te moeten.

Dat is zo een beetje een doordeweekse werkdag.

Het weekend is om echt bij te rusten.  Na 5 dagen werken is mijn lichaam uitgeput en dwingt het mij om te rusten.  Meestal krijg ik op zaterdagochtend met moeite de ene voet voor de andere.  Ik probeer de hoogst noodzakelijke huishoudklussen te doen met heel veel rustpauzes tussenin.  ’s Middags moet ik terug de zetel op.  Zondag is hetzelfde : voormiddag nog wat klusjes, namiddag rusten.

Tussendoor probeer ik om zo vaak het kan bij mijn ouders langs te gaan.  Meestal moet ik dan taxi spelen voor mijn moeder, wat ik ook doe hoe zwaar het ook is voor mij.  Als ik dan thuiskom, ben ik extreem uitgeput en moet ik vaak een dag of 3 (of langer) recupereren.  Mijn vader begrijpt perfect hoe zwaar het voor mij is omdat hij zelf al jaren pijnpatiënt is en nu door de chemo ook het gevoel kent van extreem uitgeput te zijn ook al heb je (in de ogen van gezonde mensen) amper iets gedaan.  Mijn moeder begrijpt het na al die jaren nog altijd niet.  Maar zij is dan ook nog niet vaak écht ziek geweest.  Ze rijdt nog alle dagen met de fiets naar het dorp om haar boodschappen te doen (iets waar ik alleen maar van kan dromen), is de ganse dag in en om het huis bezig en zorgt voor mijn vader.  En dan krijg ik dingen te horen als ‘ja maar, die en die dat is toch erg he.  Die wonen helemaal alleen in een klein huisje in de stad. Niemand die hen helpt’  (ja hallo en je eigen dochter dan ?)  of ‘ja maar, dat kan die niet meer hoor, ze heeft flebitis en moet het rustig aan doen’  (dat gaat dan over iemand die 80 jaar gezond geweest is en nu tegen beperkingen aanloopt)  Dus nog eens : ze begrijpt nog steeds niet dat het leven voor mij een dagelijkse strijd is en dat ze ‘in haar pollekes mag wrijven’ dat ze op haar leeftijd nog zo gezond is.

Dus kort samengevat : mijn leven is werken en rusten.  Geen ontspanning, geen uitstapjes, geen etentjes of leuke weekendjes.  Dat kan niet.  Ook geen namiddagen shoppen of lekker doen wat ik wil.  Nope.

Maar dat mis ik niet.  Ik erger me er alleen aan als mensen dénken dat mijn leven zo is, dat ik halftijds werk om in de overgebleven tijd allerlei leuke dingen te doen die zij niet kunnen doen.  Ik zou verdorie nogal blij zijn als ik terug fulltime kon werken

Maar zo zit mijn leven dus niet in elkaar.  Ik heb jaren gezocht naar een evenwicht en zoals het nu gaat, ben ik in staat om voor mezelf te zorgen en financieel het hoofd boven water te houden. Dat is goed en daar heb ik mij mee verzoend.  Maar simpel is het niet want het is niet omdat ik bepaalde dingen niet doe, dat ik ze niet mis.  Maar dat is een ander verhaal ;-))

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: