Archive for mei, 2017

Verkeersopvoeding

Gisteren was het weer zover : de jaarlijkse les ‘met de fiets op de openbare weg rijden’.

Dat is altijd een belevenis in het schooltje aan de overkant en nadat ik dit evenement in het eerste jaar dat ik hier woonde op de begane grond meemaakte en 4 keer bijna aangereden werd, besloot ik om dat voortaan veilig van op de 2de verdieping mee te maken.

Als u straks in de stad kinderen tegenkomt die al fietsend naar links en achter zich kijken, hun linkerarm uitsteken en dan rechts afdraaien : de schuldige is de leerkracht aan de overkant die blijkbaar zelf nooit op zijn fiets stapt en vanop een blaadje de instructies aflas.  Hij had alleen niet door dat wat voor hem links is, voor alle kinderen die van de andere kant kwamen rechts was !

De kinderen deden braafjes wat de meester brulde.  En de meester stond ernaar te kijken.

Zou die ook zijn linkerpinker aanzetten als hij ergens rechts afslaat ?

een doordeweekse dag

begint rond een uur of 4 (of vroeger).  Ik word dan wakker van de pijn in mijn rechterbovenbeen.  Het voelt alsof ik een grote operatiewonde heb waarvan de verdoving is uitgewerkt.  Verder slapen is onmogelijk want deze pijn overheerst alles.  Er is ook weinig aan te doen want volgens de artsen is het zenuwpijn en de vele pijnstillers die ik neem doen daar niets voor.  Meer pijnstillers is geen optie want dat zou betekenen dat ik bijvoorbeeld niet meer met de wagen mag rijden.  Dus bed uit, Mammie Inneke knuffelen die meteen op bed springt zodra ze vermoedt dat ik wakker ben.  En onderweg naar de badkamer Fientje Poezenpluis knuffelen, die als een trouwe wachtpost in de hal slaapt.

Koffie maken en het eerste uur rondlopen zodat mijn spieren terug wat loskomen want ook die zijn verkrampt na een paar uur stilliggen.  Meestal valt dat wel mee.  Maar stel dat ik in de tocht heb gezeten, dan heb ik daar toch een dag of 10 last van en gebeurt het dat mijn handen en schouders zo verkrampt zijn dat bewegen niet echt helpt.

5 uur : wassen, aankleden, bakje fruit klaarmaken voor het 10-uurtje op kantoor, poezen eten geven en mails lezen.  Rond kwart voor 7 vertrek ik richting kantoor.  Daarvoor moet ik via Mortsel en het hangt ervan af of de levering van het plaatselijke Kruidvat al gepasseerd is hoe lang ik onderweg ben.  De ene keer is dat 40 minuten, de andere keer (als de vrachtwagen met de levering de smalle weg verspert) is dat makkelijk een uur.

Eens op kantoor gaat direct de pc aan, ook al moet ik pas om 8 uur beginnen werken.  Het is nog heerlijk rustig nu en ik kan dan de planning voor de rest van de dag voorbereiden, nakijken of er nog last minute opzoekingen moeten gedaan worden voor de klantenbezoeken die de baas die dag gaat doen enz.

Rond 8 uur beginnen de collega’s binnen te druppelen en begint de werkdag pas echt.  Tot 12 uur ben ik druk bezig met de meest uiteenlopende opdrachten.  Dat kan gaan van een vertaling maken tot nakijken of een nieuw model van auto correct in ons systeem opgenomen is.  Enfin, mijn job is zo veelzijdig dat er geen twee dagen dezelfde zijn.  Ik heb bazen en collega’s om op handen te dragen, die respect hebben voor het feit dat sommige dingen voor mij moeilijker en die zo veel mogelijk rekening houden met mijn beperkingen zonder dat het echt opvalt.

Tegen 12 uur ben ik pompaf en begint de rit naar huis.  Die duurt minder lang dan de ochtendrit.  Onderweg stop ik soms aan de supermarkt om mijn bestelling op te halen.  Zelf boodschappen doen is te vermoeiend en het komt zelden voor dat ik nog eens een supermarkt binnenstap.  Of het moet de plaatselijke AH zijn voor een slaatje.

Eenmaal thuis moet ik mij forceren om iets te eten voor ik op de zetel ga liggen.  Op dat ogenblik zijn mijn batterijtjes helemaal leeg.  Voor ik aan mijn middagdutje begin, bel ik altijd eerst met mijn vader.  Dat is al jaren zo en nu mijn vader longvlieskanker heeft, vind ik onze dagelijkse telefoontjes echt heel belangrijk.  Zeker omdat ik de laatste maanden vaak last heb van koortsaanvallen en dan mag ik niet bij hem op bezoek.

Daarna val ik als een blok in slaap.  Ik merk niet dat de school aan de overkant om half 4 uit is, ook al maken al die ouders verschrikkelijk veel lawaai.  Ik hoor maar af en toe dat de kindjes van beneden thuiskomen.  Tenzij M.  toetert met zijn fiets 😉

Meestal word ik wakker rond 18 u.  Fientje Poezenpluis staat dan aan de zetel te krabben omdat het tijd is voor een bordje blikvoer.  Nu zou je denken dat die twee poezebeesten van mij dan als gekken op dat blikvoer vliegen en het binnen de kortste keren opschrokken.  Fout gedacht.  Beide poezen nemen een hapje en laten de rest staan om gedurende de nacht hun honger te stillen.  Niet dat er geen ander eten is want 24/24 staan er bakjes met verschillende soorten brokjes aan het ‘kattenbuffet’.  Maar Fientje heeft zich de verantwoordelijkheid toegeëigend om Vrouw er elke dag aan te herinneren dat er voor haar en Mammie Inneke voldoende voer moet zijn om de nacht te overleven 😉

Enfin, 18 uur dus.  Poezen hebben eten gehad.  Ik eet nog iets kleins en neem mijn nachtmedicatie in.  Daarna bed in.  Jawel, na eerst een hele namiddag geslapen te hebben ben ik een half uurtje wakker en ga ik terug slapen.  Dat is de enige manier om aan voldoende slaap te komen om de volgende dag te functioneren.  Het namiddagslaapje is om te recupereren van de voormiddag.  De nachtrust is om de volgende dag te kunnen werken.  Nachtrust die regelmatig verstoord wordt door pijn.  Het is niet ongebruikelijk dat ik om het half uur wakker word of dat ik een paar uur wakker lig.  Om dan weer rond 4 uur of vroeger mijn bed uit te moeten.

Dat is zo een beetje een doordeweekse werkdag.

Het weekend is om echt bij te rusten.  Na 5 dagen werken is mijn lichaam uitgeput en dwingt het mij om te rusten.  Meestal krijg ik op zaterdagochtend met moeite de ene voet voor de andere.  Ik probeer de hoogst noodzakelijke huishoudklussen te doen met heel veel rustpauzes tussenin.  ’s Middags moet ik terug de zetel op.  Zondag is hetzelfde : voormiddag nog wat klusjes, namiddag rusten.

Tussendoor probeer ik om zo vaak het kan bij mijn ouders langs te gaan.  Meestal moet ik dan taxi spelen voor mijn moeder, wat ik ook doe hoe zwaar het ook is voor mij.  Als ik dan thuiskom, ben ik extreem uitgeput en moet ik vaak een dag of 3 (of langer) recupereren.  Mijn vader begrijpt perfect hoe zwaar het voor mij is omdat hij zelf al jaren pijnpatiënt is en nu door de chemo ook het gevoel kent van extreem uitgeput te zijn ook al heb je (in de ogen van gezonde mensen) amper iets gedaan.  Mijn moeder begrijpt het na al die jaren nog altijd niet.  Maar zij is dan ook nog niet vaak écht ziek geweest.  Ze rijdt nog alle dagen met de fiets naar het dorp om haar boodschappen te doen (iets waar ik alleen maar van kan dromen), is de ganse dag in en om het huis bezig en zorgt voor mijn vader.  En dan krijg ik dingen te horen als ‘ja maar, die en die dat is toch erg he.  Die wonen helemaal alleen in een klein huisje in de stad. Niemand die hen helpt’  (ja hallo en je eigen dochter dan ?)  of ‘ja maar, dat kan die niet meer hoor, ze heeft flebitis en moet het rustig aan doen’  (dat gaat dan over iemand die 80 jaar gezond geweest is en nu tegen beperkingen aanloopt)  Dus nog eens : ze begrijpt nog steeds niet dat het leven voor mij een dagelijkse strijd is en dat ze ‘in haar pollekes mag wrijven’ dat ze op haar leeftijd nog zo gezond is.

Dus kort samengevat : mijn leven is werken en rusten.  Geen ontspanning, geen uitstapjes, geen etentjes of leuke weekendjes.  Dat kan niet.  Ook geen namiddagen shoppen of lekker doen wat ik wil.  Nope.

Maar dat mis ik niet.  Ik erger me er alleen aan als mensen dénken dat mijn leven zo is, dat ik halftijds werk om in de overgebleven tijd allerlei leuke dingen te doen die zij niet kunnen doen.  Ik zou verdorie nogal blij zijn als ik terug fulltime kon werken

Maar zo zit mijn leven dus niet in elkaar.  Ik heb jaren gezocht naar een evenwicht en zoals het nu gaat, ben ik in staat om voor mezelf te zorgen en financieel het hoofd boven water te houden. Dat is goed en daar heb ik mij mee verzoend.  Maar simpel is het niet want het is niet omdat ik bepaalde dingen niet doe, dat ik ze niet mis.  Maar dat is een ander verhaal ;-))

20 uur per week

Gisteren op de kop af 9 maanden geleden ben ik terug beginnen werken.   Een beetje bang of ik dat wel zou aankunnen om 20 uur per week te werken (mijn laatste job was officieel 3 keer 3 uur en 36 minuten per week dus een pak minder).

Maar ik kreeg de mogelijkheid om te werken op de uren die voor mij het gemakkelijkst waren : van 8 tot 12.  De uren waarop ik mij het beste voel en mijn lichaam niet om slaap of extra rust vraagt.  En het lukt.  Nu ja, soms ook niet.  Dan zit ik ’s morgens in de woonkamer te twijfelen of ik naar de dokter zou gaan of dat ik niet toch maar naar kantoor ga.

Of ik voel dat ik gewoon 1 dag rust nodig heb en dan loop ik al van 4 uur in de ochtend te ijsberen of ik nu wel of niet naar kantoor ga bellen dat ik die dag niet kom.

En dan voel ik mij zo schuldig en ambetant en wat weet ik nog allemaal omdat ik niet achter mijn bureau zal zitten die dag.  Want meestal is het geen kwestie van niet kunnen werken maar gewoon van de kracht niet hebben om mij te verplaatsen, zelfs de kracht niet om mijn kleren aan te doen.   Mijn lijf wil dan niet mee maar mijn hoofd wil wel.  Mijn hoofd maalt en maalt dan want dat is al zo gewoon aan die voormiddagen dat het WIL nadenken, werken, bezig zijn.

Maar dus meestal gaat het perfect.  Ik werk in de wereld van IT en automobiel.  Ik leer elke dag dingen bij.  Want toen ik begon te werken kende ik maar enkele automodellen.  Nu is die kennis al wat uitgebreider, ken ik meerdere merken en begin ik zelfs modellen van bepaalde merken op straat te herkennen.  Wie had dat ooit gedacht 😉

Officeel ben ik sales assistant binnendienst maar de dingen die ik doe zijn heel uitgebreid.  Ik zit dus echt niet de ganse voormiddag telefoontjes te doen.  Maar ik krijg de kans om een uitgebreid gamma van taken te verrichten en heb vaak contact met het hoofdkantoor.

Eindelijk komen al die talen die ik ooit leerde van pas en kan ik ze dagelijks actief gebruiken. Ik neem deel aan meetings, mag mijn eigen inbreng geven voor projecten, jawel, ik mag zelf denken en een mening hebben 😉

Echt, wat mij betreft was deze job een  lifesaver.  Ook al is het zwaar, ik krijg energie uit die 20 uren dat ik werk.  Ik ben enthousiast en gelukkig.  Ik voel mij terug mens.

En wat ook belangrijk is : mijn bazen laten regelmatig horen dat ik het goed doe.  Niets is zo stimulerend als weten dat je goed bezig bent.  Dat je nuttig bent in een organisatie.

Jullie horen het : ook al val ik elke middag in mijn zetel omdat ik doodop ben, val ik in slaap en eet snel een yoghurtje voor ik écht ga slapen, ook al moet ik het ganse weekend recupereren om er maandag weer te staan, ook al krijg ik nu wekelijks een baxter en heb ik daarvoor een portacat moeten laten steken : IK BEN CONTENT DAT IK MAG WERKEN !

En bovenal ben ik mijn baas ongelofelijk dankbaar.  Dat hij mij nog uit een ver verleden herinnerde en meteen aan mij dacht toen hij een assistent nodig had die van wanten weet en er niet vies van is om de handen uit de mouwen te steken.  Die de dingen zegt zoals ze zijn en tegen een weerwoord kan (hoewel ze dan ook vaak de slappe lach krijgt). Dat hij het risico nam om mij, chronisch ziek en een wrak op dat moment, aan de directie voor te stellen en als een blok achter mijn aanstelling stond.

Beste Baas, je leest dit (misschien) niet  maar honderdduuuuuusd keer bedankt dat je dit voor mij gedaan hebt.  Ook al denken de meeste mensen van niet omdat ik nooit naar feestjes of zo kan,  omdat jij in mij geloofde, heb ik terug een leven.

Dubbel

Gisteren voorspelde het weerbericht een stralende dag.  Eindelijk een zomerse dag na weken, maanden van dat halfslachtige weer dat helemaal niet past bij de tijd van het jaar.

Toen ik mij ’s ochtends aan het klaarmaken was om naar kantoor te gaan, bedacht ik mij dat chronisch ziek-zijn heel soms toch voordelen heeft want ik kon lekker ’s middags naar huis.  Niet dat ik echt van het zonnetje kan genieten want ik zit in een serieuze dip waarbij ik thuis amper uit de zetel geraak en ’s avonds al om 18 uur in mijn bed lig.  Maar gewoon het idee dat ik zou kunnen rusten met de terrasdeur open leek mij zalig.

Ik had al helemaal in mijn hoofd wat ik die dag op kantoor zou doen.  Eerst mails bekijken … en toen zag ik dat de Baas om 9 uur een meeting gepland had.

De meeting was intens en helemaal mijn ding.  En plots, zo helemaal uit het niets, werd ik overvallen door een dubbel gevoel.  Ik dacht “was ik nu maar niet ziek, dan kon ik de ganse dag, de ganse week doorwerken aan dit project, dingen opzoeken, rondbellen naar contacten, teksten uitschrijven …”

Ik heb mij intussen al enkele jaren verzoend met het feit dat mijn ziekte mij serieuze beperkingen oplegt en ik heb mijn leven zo ingericht dat ik de dingen kan doen die ik belangrijk vind.

Maar gisteren, zo helemaal in de ban van meetings en nieuwe projecten, was daar ineens dat gevoel.

En het besef dat, als ik toch maar fulltime zou kunnen werken, ik nog steeds grootse dingen zou kunnen realiseren.

En toch ben ik heel gelukkig met mijn assistant functie hoor.  Maar heel even was er dat vreemde gevoel.