Archief voor de ‘goesting om te zagen en te klagen’ Categorie

Stout Meneertje Heel Precies

Het overkomt mij zo eens in de 20 jaar dat ik mij overslaap.  Nu ja, als altijd thuis bent en nergens naartoe hoeft, heet het eigenlijk niet overslapen, maar ik schrok mij toch een ongeluk toen ik in de week na mijn longontsteking wakker werd om 10u23.  Jawel, ik werd wakker, het was al licht, ik keek naar mijn wekker en het was bijna half elf !   14 uur aan een stuk geslapen, te zot voor woorden gewoon.

Ik schrok nog meer toen ik de gordijnen opendeed.

Beneden stond Meneertje Heel Precies instructies te geven aan het Poetsmeisje dat de stoep aan het schuren was.

Meestal worden er onzichtbare lijnen getrokken, loodrecht van de huisgevel tot aan de stoep.  Alléén het stukje stoep voor het huis van Meneertje Heel Precies mag geschrobd worden, toch de stoep van de buren niet zeker, ben je gek ?

Alleen stond deze keer mijn auto half voor de gevel van Meneertje Heel Precies en half voor de gevel van Den Boeffer.

Deze keer had Meneertje Heel Precies een imaginaire lijn getrokken van zijn gevel tot aan de voorkant van mijn auto.  Een schuine lijn, dat is helemaal niks voor Meneertje Heel Precies.

Tot ik plots doorkreeg waarom : het Poetsmeisje schrobde namelijk in de richting van mijn auto !!!  En dan zag ik haar een hoopje vuil onder mijn auto schuiven.

Moest het nu zijn dat de parkeerstrook aan de overkant weer volgeparkeerd stond of zo maar neen, alleen mijn auto stond daar (een unicum) en die was het slachtoffer.

Ik sprong meteen in mijn kleren, kamde mijn haar en stormde naar beneden.  Te laat : Poetsmeisje en Meneertje Heel Precies waren intussen naar binnen.  Ik kon alleen vaststellen dat mijn pasgewassen auto aan de zijkant en de achterkant vol smurrie hing.

Nu moet je zoiets met mij niet doen en al helemaal niet als ik mij overslapen heb.

Dus belde ik aan.  Denk je nu dat Meneertje Heel Precies opendeed ?  Nee hoor, de lafaard stuurde zijn Vrouw om de deur open te doen, een oud, ziekelijk mensje.

Tja, daar kon ik dus niet als een furie tegen tekeer gaan.  Dus vroeg ik ‘vriendelijk’ om voortaan aan te bellen als mijn auto in de weg stond, zodat ik hem kon verzetten.  Haar antwoord ‘maar we wisten niet van wie die auto was en we weten niet waar u woont’.  Ik woon dus al 2 jaar recht tegenover hen en word constant vanachter het gordijn begluurd als ik ook maar een voet buiten zet …

Omdat ik de boodschappen vd vorige dag nog moest uitladen, zette ik mijn auto een plaatsje vooruit.  Ik had niet echt een keuze want anders stond ik in het hoopje smurrie te trappelen dat het Poetsmeisje zo netjes achter aan mijn auto geveegd had.

Tja, toen was natuurlijk voor heel de buurt zichtbaar dat er een bergje smurrie voor de deur van Meneertje Heel Precies lag.  Dat kon dus helemaal niet.

Mijn probleem niet dacht ik en ik ging naar de bakker.  Toen ik terugkwam, zag ik Meneertje Heel Precies in de voordeur staan, zijn vrouw in het oog te houden die met de hand het hoopje smurrie moest opruimen !!

‘Nu heb ik je’ dacht ik.  Dus stevende ik recht op hem af en vroeg ook aan hem om voortaan aan te bellen ipv dergelijke fratsen te begaan.

Waarop hij zei ‘maar ze heeft uwen auto toch afgespoten ?’   En terwijl hij het zei, zag hij hoe vies mijn auto aan de ene kant was en hoe vuil aan de andere kant.

‘Gedane zaken nemen geen keer’ antwoordde ik ‘maar voortaan belt u aan, of u betaalt de carwash’.

Een half uurtje later, terwijl ik mijn boodschappen in de kast aan het zetten was, keek ik uit het keukenraam.  Groot was mijn verbazing toen ik zag dat Meneertje Heel Precies mijn auto aan het wassen was !!   Dat was nu ook weer niet mijn bedoeling, maar heeft mij wel een nieuwe rit naar de carwash bespaard.

En Meneertje Heel Precies en zijn vrouw ?  Die zeggen voortaan heel vriendelijk goeiedag en zwaaien naar mij als ik passeer ;-)

003004010

10 dagen huisarrest

Wat ze bij de Huisartsenwachtpost dus een ‘verkoudheid’ noemden, bleek op maandagochtend wel degelijk een longontsteking te zijn. (waar ik mezelf al heel goed bewust van was, want eens je dat één keer gehad hebt, wéét je gewoon hoe dat voelt)

Naar goede gewoonte vroeg de huisarts ‘maar waarom blijf je daar toch zolang mee rondlopen, je weet toch hoe dat voelt’, waarop ik haar met een giftige blik aankeek en vroeg of zij al eens naar de Huisartsenwachtpost was geweest met een longontsteking.

Niet dus.  Wél een keertje naar Spoed omdat ze dus, arts zijnde, voelde dat ze toch wel écht ziek was, waar de dienstdoende arts haar ook naar huis stuurde met een ‘niet zo flauw, zo erg is het niet’  en haar 12 uur later opbelde om onmiddellijk haar werk neer te leggen en zich te laten hospitaliseren wegens ernstige … longontsteking.

Enfin, wat ik dacht, werd bevestigd en met een boodschappenlijstje (een voorschrift kan je dat niet meer noemen als niet alles op één briefje past), trok ik naar de apotheek.

Thuis moest ik begot een lijstje maken van wat ik wanneer moest innemen.  Om de 3 uur dit, om de 6 uur dat, voor het ontbijt iets en na het ontbijt iets anders.  Ik moest zelfs de wekker in mijn gsm van onder het stof halen zodat ik mij niet zou overslapen voor één of ander medicijn.

Want slapen heb ik gedaan.  De eerste dagen én nachten heb ik in feite alleen maar geslapen.  Uren aan een stuk.  Ik was zo slap als een schotelvod.

De buurvrouw aan de overkant van het verdiep hoorde mij hoesten tot bij haar en kwam spontaan aanbieden om boodschappen voor mij te doen.  Bovendien leende ze haar poetsvrouw voor een paar uurtjes uit, zodat mijn appartement er terug een beetje deftig uitzag.

En uiteraard gebeurden er weer dingen die alleen mij maar overkomen : zoals Meneertje Heel Precies die zijn frustratie op mijn geparkeerde auto uitwerkte, een Collect&Go bestelling die helemaal verkeerd was, een onderbuur die eindelijk zijn intrek genomen heeft in zijn appartement en zijn terras in Vlaamse Stijl inrichtte, met bijgebouwtjes en al, …

Enfin, genoeg stof dus om de komende dagen nog een paar blogpostjes te schrijven.

Maar eerst efkes die stapel  post behandelen die hier op tafel ligt.  En die 300 emailtjes die ik intussen binnenkreeg ;-)

 

de huisartsenWACHTpost

Gisteren gebeurde er een unicum : ik reed vrijwillig, uit eigen beweging naar de dokter van wacht.

Hier heet dat de Huisartsenwachtpost : iedereen uit de wijde omgeving die het waagt om in de late uren of in het weekend ziek te worden moet daar naartoe.

Je zou toch op zijn minst een bordje, wegwijzertje, icoontje, whatever verwachten dat je vanaf de ring door de kleine straatjes begeleid naar het verdoken stukje Lier waar de Huisartsenwachtpost onder een bejaardentehuis zit verstopt.   Enige signalisatie : een onnozele grote vlag vlak voor de deur.  Er zouden parkeerplaatsen voorzien zijn : ik zag enkel kniehoge paaltjes met een lampje in waar je als zieke chauffeur gegarandeerd op rijdt.

‘Het is goed zichtbaar vanop de Ring’ zei de telefoniste.  Ik vraag mij af welke Ring zij bedoelde want ik heb vanop de ring niets gezien wat op een Huisartsenwachtpost geleek.  Het zal de koorts wel geweest zijn.

Enfin, na wat rondrijden, gevloek omdat ik 1) het gebouw niet vond 2) er geen parking was, zag ik de bewuste vlag staan én een lege parkeerplaats.  Het bordje met parkeerverbod heb ik genegeerd.  Als de polies komt, zeg ik dat ik zo ziek was dat ik dat paaltje niet zag staan.

Eenmaal in de buurt van De Vlag word je gefilmd.  Overal zie je camera’s.  Als je je aanmeldt bij de receptioniste staat er zelfs een camera opdringerig op je gezicht gericht.  Ja ja, ik weet het veiligheid en zo maar moet dat nu echt, een mens die zich vreselijk voelt, er ellendig uitziet, met een kapsel dat nergens op lijkt zo van dichtbij filmen ?  Ik voelde me gelijk nog slechter.

Paspoort én SIS-kaart moesten afgegeven worden.  Omdat er overal in grote letters stond ‘kreeg u uw identiteitskaart en SIS-kaart terug’  wist ik al gelijk dat dat mens, ondanks het feit dat ze niks te doen had, ging vergeten om mij die kaarten terug te geven.

In de wachtzaal : geen mens.  ‘De dokter komt dadelijk’ zei ze en ze ging verder met wat ze ook aan het doen was.

Ik zag dokters achter de ramen.  Die dokters maakten een praatje, dronken een koffietje, eentje pakte zijn jas en ging naar huis, en ik zat daar.  Te wachten.

Na 20 minuten wachten, keek de receptioniste verschrikt op : er zat nog een patiënt in de wachtzaal !!  Al dat gehoest kwam niet van de tv die daar hing te toeteren in het Frans.  Jawel, een Franse zender en een film die duidelijk niet voor kinderen geschikt was.  In Lier en omstreken worden er waarschijnlijk op zaterdagavond geen kindjes ziek.

De receptioniste nam de telefoon en begon te bellen.  Ik hoorde de telefoon overgaan in de verschillende dokterskabinetten achter mij.

Uiteindelijk kwam er een dokteres mij halen.  Ik zat toen al een half uur in de lege wachtzaal.

Eenmaal in het dokterskabinet had ik het gevoel of ik op controle was bij de dokter van het ziekenfonds.  Die onderzoekt je ook niet, en stelt alleen maar vragen.  En hoe voelt de hoest.  Zit hij vast ?  Of komt het al los ?  En heeft u hoofdpijn ?  Of pijn aan uw sinussen.  Dat was daar precies een quiz.

Uiteindelijk ging ze mij onderzoeken.  Ik had op zijn minst verwacht dat ik op de mooie nieuwe onderzoekstafel zou mogen gaan zitten.  Liggen hoefde niet hoor, maar zitten zou al fijn geweest zijn.  Maar neen, ik moest in een hoekje van het kabinet gaan rechtstaan, met mijn jurk tot op mijn knieën en zo ging ze mij onderzoeken #kidyounot.

Het onderzoek : ‘zeg eens aaaa’,  ‘ik voel precies geen klieren’ (vreemd want zelf voelde ik die wel), ‘adem diep in en uit’ waarbij ze met haar stethoscoop mijn schouders beluisterde.  Niks geen geluister ter hoogte van mijn longen, niks geen ‘hoest eens even’.

Enfin dan het verdict : ‘het slijm zit nog niet vast op de longen want het bruist nog, uw keel ziet erg rood’.  Diagnose ?  Geen want ze wist het niet goed.  Het zou een zware verkoudheid kunnen zijn, of een bronchitis of een beginnende longontsteking (dààrom was ik dus naar de wachtdienst gereden, begot, omdat ik al longontstekingen gehad heb en precies weet hoe dat voelt en hoe het begint)

En dan kwam de vreemde behandeling : u neemt 2 lepels van de hoestsiroop die ik u voorschrijf, en u had ook nog een hoestsiroop staan die uw huisarts u laatst had voorgeschreven ?, daar neemt u ook een lepel van, dan uw gewone medicatie en dafalgan tegen de koorts.  En hou vooral die koorts in de gaten want als die omhoog gaat, moet u terugkomen’

Tja, dat wist ik dus zelf ook al allemaal, daarvoor had ik dus geen uur in de wachtpost moeten zijn en had ik beter een uur op mijn zetel blijven liggen.

Maar de lijdensweg was nog niet gedaan !  Na veel moeite en geknoei met haar pc zei ze ‘ik zal u begeleiden naar de receptioniste waar u een groen briefje gaat krijgen en kan betalen’.   Bij de receptioniste duurde het nog eens 5 minuten voor het ‘groene briefje’ eindelijk uit de printer kwam gesputterd.  Waarop ze zei ‘nu moet de dokter dit eerst nog tekenen, wacht u even ?’ en ze belde de dokter om te tekenen.

Netjes betaald met bancontact, groen briefje weggestopt en toen keek ze mij aan van ‘mens wat staat gij hier  nog te doen ?’

Jawel, ik moest zélf mijn identiteitskaart én SISkaart terugvragen, die in een blinkend doorschijnend houdertje voor haar neus stonden, nét buiten mijn bereik.

Apotheek van wacht : Berlarij.  Ik zal u de zoektocht naar een parkeerplaatsje in het nachtelijke Lier maar besparen zeker ?  Omdat deze apotheek tot 22 u open was en ik dan weer één of ander 0903 nummer moest bellen om de volgende apotheek van wacht te krijgen, ben ik op den duur door (het verharde gedeelte) van een parkje gereden, ben tussen paaltjes gezigzagd en heb mijn auto op een donker plekje achter de grote kerk (waar je normaal niet mag komen) achtergelaten en ben hijgend en hoestend naar de apotheek gegaan.  Resultaat : stikkapot, geen adem meer en  2 bloedende blaren op mijn voeten want ik had geen schoeisel voorzien om ‘s nachts door de stad te spurten.

 

Meneertje Precies en de olievlek voor zijn deur

In mijn vorige blogpost vertelde ik u al dat de wijkagent hier gepasseerd was en dat het ‘probleem’ van de verboden-te-parkeren-borden opgelost werd.

Maar eigenlijk kwam de wijkagent om een heel andere reden deze richting uit.  Hij was namelijk opgebeld door Meneertje Precies, een bejaarde man die schuin tegenover mij woont.  Meneertje en Mevrouwtje Precies zijn volgens mij stokoud maar gaan niet buiten zonder piekfijn opgekleed te zijn.  Hij in pak met das.  Zij in een net mantelpakje met een sjaaltje en een hoedje.

Meneertje Precies is zo precies dat hij elke donderdagochtend  om 7 u 55 buiten de poetsvrouw staat op te wachten.  Ongeduldig op zijn horloge kijkend en hoofdschuddend zodra het 10 seconden over 8 is.  Want dan is de poetsvrouw te laat.  En dat kan niet bij Meneertje Precies.

Meneertje Precies had dus de politie gebeld omdat er een olievlek op de straat lag, vlak voor zijn deur.  Dat is niet netjes en hij of zijn vrouw zouden er misschien op uitschuiven.  Of een onverlaat van een bezoeker zou er kunnen instappen en zo met zijn met olie besmeurde schoenen hun nette huis binnenkomen.

Dat zowat de hele parkeerzone in onze straat al maanden met olievlekken besmeurd wordt, dat had Meneertje Precies niet verteld aan de politie.  Dat is ook zijn probleem niet ziet u.  Zolang er voor zijn deur maar alles netjes is.

Dus was ik net thuisgekomen en hoorde de walkietalkie van de politie buiten.  Zo 2 verdiepingen lager net onder mijn raam.  Nieuwsgierig als ik ben (ah ja, wat moet ik hier anders neerschrijven) ruimde ik een hoop spulletjes van de vensterbank en trok het raam open.  Ik hoorde hem nog nét de 3 laatste tekens van mijn nummerplaat zeggen.

Om hen de moeite van het opzoeken te besparen, riep ik maar door het raam ‘dat is die van mij, dat ben ik’.  Niemand in deze straat die van dergelijk gedrag opkijkt.  Of misschien wel, om helemaal op te gaan in de plaatselijke geplogenheden had ik beter ‘hey menier polies, daddis mainen otto, daddis dieje van mai’ geroepen.

Of ik hem een beetje wilde verplaatsen want de brandweer kwam iets doen aan de olievlek voor de deur van Meneertje Precies en mijn auto stond daar vlakbij geparkeerd ‘en we zouwe nie wille dat de brandweer uwen otto beschadigd he madam’.  Alle vertrouwen in de plaatselijke brandweer dus.

Beneden gekomen zei de agent dat mijn auto maar een beetje achteruit moest, dan konden ze dat euvel met die olievlek oplossen.  Ik moet daarbij nogal een vreemd gezicht getrokken hebben en zei snel ‘ik denk dat ik hem liever elders ga parkeren, ben zo terug’.

Teruggekomen stond de wijkagent te staren naar nog méér olievlekken die tevoorschijn gekomen waren toen ik mijn auto verplaatste.

Meneertje Precies deed of zijn neus bloedde en moest ineens terug binnen zijn ‘zoe koud vandaog he mense, sebiet schaar ik nog iet oep’.

Enfin, samen met een andere buur legde ik dus aan de wijkagent uit dat het olievlekkenprobleem al veel langer aan de gang was en dat de brandweer eigenlijk heel de straat zou moeten proper maken.

Ooit al een wijkagent gezien die roloogt ?  Ikke wel.

‘En niemand weet van wiens auto dat is ?’  ‘ik heb wel een heel zwaar vermoeden’ zei de buurman van een paar huizen verder.  Uiteraard kon ik mijn mond weer niet houden en reageerde van ‘vermoeden ?  Ik ben vrij zeker wie de olievlekkenman is’.   Waarop hij zei ‘mijne gebuur zekers he’.  Tja, mijn uitkijktoren bedraagt geen 360° dus ik kan alleen de overburen bespioneren en alle buren wiens tuintje ik vanop mijn terras kan zien.  Buurman een paar huizen verder valt niet binnen mijn spionageveld ;-)

‘Tja, als uw buurman veel kinderen heeft en er Afrikaans uitziet, dan hebben we het over dezelfde’ antwoordde ik.  Waarop buurman zich naar binnen spoedde want hij was pas geopereerd en moest dringend gaan liggen.

Daar stond ik dus met de wijkagent, die meteen streng vroeg ”en waar wonen die mensen dan”.  Ik kon moeilijk heel de uitleg doen over wat ik wél en niet kan zien vanuit mijn uitkijktoren en ik moest hem het antwoord schuldig blijven.   En geen van beiden hadden we gezien achter welke voordeur de geopereerde buurman zich had teruggetrokken.

Dus deed ik weer de uitspraak van de dag ‘aan deze kant van de straat kan ik dat niet zeggen, maar als we aan de overkant gaan staan, kan ik u gelijk vertellen in welk huis olievlekkenman woont’.  De blik van de wijkagent was goud waard.  ‘En hoe kan u dat weten door aan de overkant te gaan staan ?’  ‘Ah meneer agent, ik zie dat aan de inrichting van de verdiepingen’ Nog meer verbijstering.  Tot we beiden aan de overkant van de straat stonden en ik het huis aanwees met de non-gordijnen aka versleten lakens voor de slaapkamerramen’

Ooit een wijkagent gezien die met moeite zijn lach kan inhouden en zich daarbij verslikt ?  Ik wel.

Dus nu wordt er een officieel politie-onderzoek gestart naar de dader van de aanslepende milieu-vervuiling.  Want ja, eigenlijk is zelfs één keertje olie verliezen al milieu-vervuiling, laat staan een hele straat onder de olievlekken besmeuren.  En nee hoor, dat verzin ik  niet : dergelijke dingen zijn gedekt in uw auto-polis.  Op voorwaarde natuurlijk dat u hen direct van het euvel op de hoogte brengt en geen maanden wacht totdat de politie u komt vragen hoeveel bussen motorolie u op een jaar wel niet verbruikt.

Want een wijkagent die bijna twee uur moet rondlopen (tja, de brandweer bleef een eeuwigheid weg) en dan nog eens een brandweerwagen, twee brandweerlieden, de brandweercommandant en kilo’s olie-opslorpende korrels, dat kost geld.  Veel geld.

Hoogstwaarschijnlijk kan ik u binnenkort berichten over het vervolg van deze historie.  Want op de één of andere manier voel ik aankomen dat ik een getuigenverklaring op papier ga moeten opstellen.  Dat van die non-gordijnen ga ik dan wel weglaten ;-)

Uiteraard kwam Meneertje Precies kijken of de brandweer wel voldoende olie-absorberende korrels strooide.

Uiteraard kwam Meneertje Precies kijken of de brandweer wel voldoende olie-absorberende korrels strooide.

149

En jawel

zoals verwacht was Vrouwe Insomnia terug present deze nacht.

Ik heb gezien hoe 2 uur ineens geniepig 3 uur werd.  Heb wat gedraaid een gekeerd en ben maar opgestaan.

Goeiemorgen trouwens !

compleet aan den draad ;-)

Gisteren was het nog eens zover : ik was compleet ‘aan den draad’.

Weken, wat zeg ik, maanden lang al heb ik chronisch slaaptekort : ik slaap ‘s nachts hoogstens een uur of 4 en dan ben ik wakker.  Maar het gebeurt bijvoorbeeld ook dat ik om 21 u ga slapen en om 23u30 al terug wakker ben.

In overleg met de huisarts en specialist al verschillende slaapmiddelen geprobeerd.  Zelfs cocktails van slaapmiddelen.  Middelen waar een paard van in slaap zou geraken, middelen waar een mus van in slaap zou geraken : niets helpt.

Op den duur raak je dan compleet maar dan ook compleet uitgeput.  Je bent zélfs te moe om moe te zijn.  En dan word je ineens een flauwe trien, die bij het minste begint te janken (gelukkig 8 dozen tissues in voorraad wegens hooikoorts).  Elke stap is te veel.  Zelfs eten gaat nog amper.

Eergisteren nog was ik ‘s namiddags op de zetel in slaap gevallen, terwijl ik aan het handwerken was én een film zat te kijken.  Toen ik wakker werd, lag ik half in de zetel, handwerk in de hand en Oona onder mijn arm.

Maar gisteren was dus véél erger.  Tegen de middag kon ik mijn ogen niet meer openhouden.

En ben ik (tegen het advies van alle artsen in – je mag zéker niet overdag slapen) in mijn bed gekropen en heb geslapen.  GESLAPEN.  Even een kort intermezzo ‘s avonds om te eten en dan terug mijn bed in, netjes slaapmiddelen gepakt, en terug als een blok geslapen tot vanmorgen half 7.

Een beter paascadeau had Vrouwe Insomnia mij niet kunnen geven.  Want uit ervaring weet ik dat dit eenmalig is, dat Vrouwe Insomnia vanavond weer present zal zijn.  Maar intussen heb ik deze eeuwigheid slaap toch maar weer gehad.

baxterdag from hell

Gisteren, op een mooie lentedag op de zoveelste sneeuwdag dit jaar,  trok ik mijn winteroutfit aan en peddelde te voet naar het ziekenhuis.  Best gezellig zo met die opgewaaide sneeuwduintjes, spekgladde trottoirs en een fikse sneeuwbui met wind die van alle kanten lijkt te komen.

Netjes op tijd kwam ik in het ziekenhuis … ah ja, al wie met de auto of het openbaar vervoer kwam stond wel ergens in de file of langs de kant.

Klokslag 8 uur was het mijn beurt.  En gelijk wist ik al dat het een pechdagje zou worden.  De verpleegster die mij moest aanprikken was er eentje van de ‘vliegende ploeg’.  Alle respect voor die dames en heren die inspringen waar het erg druk is, maar mijn ervaring tot nu toe heeft al aangetoond dat zij niet de meest ervaren ‘prikkers’ zijn.

Als ze nog maar naar mijn handen en armen kijken, begint het al ‘oeh zo’n fijne adertjes’,  ‘oeh jij bent niet gemakkelijk te prikken’ en dan ‘op uw hand prikken ?  Maar dat doet zoveel pijn ‘

Pijn.  Daar beginnen ze dan over.  Dat fout prikken pijn doet.  Nu ja, ik heb àltijd pijn dus een prikje extra zal het echt niet maken.  Ik stel hen dan ook gerust dat ik dat niet erg vind.  Dat ik weet dat ze soms niet van de eerste keer juist prikken.  En dat ik écht het liefste op mijn hand geprikt word en niet in de vouw van mijn arme.  1.omdat ik daar erg gevoelig ben én prikken daar dus wél veel pijnlijker is voor mij. 2.omdat je dan 4 uur aan een stuk met een gestrekte arm moet blijven zitten of je doorprikt je ader.

Prik nr 1 in mijn hand ging al mis : katheter wilde niet opschuiven in mijn ader.  Prik nr 2 in mijn hand ook : naast de ader geprikt.  Prik nr 3 dan maar in de vouw van mijn linkerarm : zo’n belachelijk venijnige prik waarbij je de katheter elke millimeter voelt opschuiven tot hij diep genoeg zit.  Aankoppelen, pomp aanzetten en klaar.

Tot ze rond een uur of 10 mijn pomp kwamen halen (want er was een chemopatiënt toch nog komen opdagen) en mijn baxter aan een gewone ‘kapstok op wieltjes’ hingen.

En toen begon de ellende : mijn adertje dat de hele tijd een constante druk gekregen had via de pomp, moest het ineens doen met normale dingen zoals zwaartekracht en druk etc.  En dat werkt dus niet met mijn inferieure aders : ipv 7 druppels per seconde, kwamen er nog maar 3 druppels per 20 seconden uit de infuuszak.  Nog een halve infuuszak en dat aan dit tempo : ik zou zeker niet rond de middag naar huis mogen.

Om het allemaal nog wat erger te maken, druppelde er ineens geen magnesium meer uit de infuuszak, maar liep er bloed in de draad.  En nog meer bloed.  Verpleegster gebeld die met de handen in het haar stond.  Letterlijk.

Begint die alle plakker van van arm te halen en met haar vinger wat tegen dat ding in mijn arm te porren.  Gek werd ik ervan.  Nog eens porren, en duwen en trekken en jaaaah, er kwamen weer een paar druppels uit de infuuszak.

Op mijn voorzichtige vraag of het misschien  niet handiger zou zijn om ergens anders te prikken omdat deze ader het duidelijk wel gehad had, kreeg ik een angstige blik en het antwoord ‘wacht nog maar wat af, misschien dat het dadelijk beter gaat’.

Na een kwartier weer hetzelfde probleem.  Waarna ze besloot om de katheter door te spuiten om een eventuele verstopping open te maken.  Dat is het uur daarop zo’n keer of 5 gebeurd.

Mijn ader was op en mijn geduld ook.  ‘ik ga eens zien of ik iemand kan vinden die tijd heeft om u opnieuw te prikken’ en weg was ze.

Na een half uur was ik het beu, belde nog maar eens en daar was ze terug : nog eens doorspoelen maar toen de ader direct terug dichtsloeg, ging ze eindelijk haar kar met materiaal halen om opnieuw te prikken.  Ze was doodnerveus dus ik vroeg haar of ze toch geen collega kon vragen om mij te helpen.  Blijkbaar durfde ze dat ook niet, dus prikte ze nog eens 4 keer door mijn aders op mijn hand en mijn arm.

Uiteindelijk kwam mijn kamergenote op het idee om ook een verpleegster te bellen terwijl de mijne mij aan het folteren was en heeft zij verpleegster 2 gevraagd of die mij alstublieft wilde helpen omdat zij het niet meer kon aanzien !

Nog meer gepruts, 3 keer door de aders op mijn hand geprikt, nog ne keer door een paar aders op mijn onderarm geprikt, een keertje door een ader in de vouw van mijn linkerarm – waar nog altijd de katheter inzet voor het geval ze geen andere ader konden vinden.

En dan eindelijk : een ader in de vouw van mijn rechterarm.  Nu zat ik daar schoon : met mijn twee armen gestrekt, in een ongemakkelijke stoel en een infuus dat ook langs rechts amper wilde doorlopen.

Door al dat geknoei en gepruts zag de vloer rond mijn zetel eruit als de vloer van een slachthuis : overal lag bloed.

Intussen werd het middag.  En kwamen ze eten brengen.

‘alstublieft, uw eten.  Ik zal het hier op het tafeltje zetten’.  Waarop ik : ‘ja maar hoe kan ik nu eten : ik mag mijn armen niet bewegen’.  Antwoord : ‘het zijn boterhammen dus koud kan uw eten al niet worden’

3 kwartier later kwamen ze rond om de lege plateaus op te halen : ‘maar mevrouw u heeft niet gegeten’.  ‘Nee juffrouw, met 2 gestrekte armen die je niet mag bewegen, gaat dat niet’.  ‘oh, ik zal de plateau dan nog efkes laten staan’.

Intussen had mijn kamergenote al wel aangeboden om mij te helpen maar dat menske was zo ziek en had zoveel pijn, dat wilde ik  niet.  Ik had trouwens na al dat gedoe geen honger meer.  Het enige wat ik wilde was dat die infuuszak leeg was en ik naar huis kon.

Intussen was het 13.00 uur en tijd voor de 2de shift : de kamers worden in de voormiddag gebruikt voor chemo en baxters en in de namiddag voor de pijnkliniek.

Ze waren al lakens en dekens komen brengen voor de lege stoelen en schortjes komen klaarleggen voor de nieuwe patienten.  Ineens stond Zuster Zuurpruim naast mij.  ‘ik heb die zetel nodig’.  ‘ja en ?  Als u kan zorgen dat mijn infuus sneller loopt, doe het dan, ik wil met alle plezier uw zetel vrij maken’.  ‘geen woord meer en ZZ terug naar buiten’.

Eerste patient pijnkliniek komt binnen met ZZ en krijgt uitleg over de procedure.  Wanneer de man vraagt waar hij zijn kleren mag opbergen antwoordt ZZ ‘in de kast met nr 214 op, die waar madam haar kastje en haar sjakos voor heeft staan’  waarna ze gewoon de kamer uitstapte.

Ik excuseerde mij bij de oude meneer en zijn mevrouw, legde uit dat ik ‘vastzat’ en toen heeft het oude dametje het kastje opzij gereden.  Onthou : al dat bloed lag nog altijd op de grond rond mijn stoel.

Rond 2 uur kwam verpleegster 2 nog eens een kijkje nemen.  ‘Oh u heeft nog altijd niet gegeten’.  En toen met een rood hoofd ‘oh u kan niet eten, zal ik een boterhammetje voor u maken en u eten geven? ‘  Ik dacht dat ik ontplofte.  Ik heb gezegd dat dat niet meer nodig was, dat ik intussen al geen honger meer had.

Elk kwartier kwam ZZ zien of ik al uit haar stoel was.  Zonder iets te zeggen.  Alleen efkes op de infuuszak kijken en weg.

Toen kwam ZZ met pijnpatient nr 2.  Weer uitleg over de procedure, kast aanwijzen.  Waarop de jonge vrouw vraagt of iemand het bloed op de grond kan opkuisen want dat ze het toch maar vies vindt dat ze daar met blote voeten moet doorlopen.  ZZ draait zich om en trapt het af.

Intussen was ik al beste maatjes met de oude man en zijn vrouw.  ‘Hebben we hier niks wat we daar over kunnen leggen’ zei oude man.  ‘ah ja’, zei ik ‘daar op de stoel ligt een dekentje klaar voor als mijn stoel ‘eindelijk’ leeg is’.   ‘Maria’ zei de oude man ‘pakt die seuze (dialect voor deken) en legt die eens rap over dat bloed’.  En Maria deed wat hij vroeg.

Na nog eens honderd keer een gemene blik van ZZ was eindelijk mijn infuus leeg.  Nu ja, nog niet leeg maar het darmpje begon weer vol te lopen met bloed.

Eindelijk, om 15 uur, was ik van de naalden en de miserie vanaf.

Vandaag heb ik vreselijke rugpijn van het urenlang stilzitten in een slechte stoel (oh ja, ik kon die dus ook niet verzetten wegens onbruikbare armen), ik heb twee dikke, blauwe handen en de vouw van mijn beide armen ziet paars.

Dat was dus goed voor 1 keer.  Als er binnen 2 weken ook maar iets mis gaat, ga ik met mijn baxter de gang op en maak kabaal tot ze mij komen helpen.  Of opsluiten op psychiatrie, dat kan ook natuurlijk ;-)

het stinkt

Het stinkt in mijn appartement.  Soms stinkt het zo hard dat ik er misselijk van word.

De oorzaak ?  Geen idee maar we weten intussen wel dat de stank binnenkomt via het verluchtingsrooster in de berging. En dat de stank verergert als we de dampkap in de keuken aanzetten.

Of als ik in de slaapkamer een raam openzet om te verluchten en vergeet om de deur van de berging dicht te doen.  Dit ontdekte ik toen ik vorige week op de koffie ging bij de buurvrouw en een uurtje later terug binnenkwam.  Een open riool was er niks tegen.  Ik haalde de buurvrouw erbij en die begon spontaan te kokhalzen.  Zo erg dus.

Aangezien er in het gebouw wel meer bouwtechnische problemen zijn (het gebouw is al anderhalf jaar bewoond maar nog steeds niet definitief opgeleverd) en er ook bij andere buren geurhinder is – de gemeenschappelijke hal stinkt naar rotting en bederf en op het gelijkvloers is het zo vochtig als in een hamman, alleen veel kouder – gaan we ervan uit dat het hier ook om een constructiefout gaat.

Maar daar heeft de aannemer geen oren naar.  Eerst was het dat ik het raam moest openzetten als ik wilde koken.   Toen ik reageerde dat het een beetje belachelijk was om in de winter met je jas aan achter het fornuis te gaan staan, bleef het een tijdje stil aan de kant van de aannemer.

Ik merkte wel dat andere probleempjes in het gebouw wél opgelost werden, zoals spiegels aan de uiterst gevaarlijke uitrit (ook weer zo’n foutje van de aannemer).  Nu ja ‘opgelost’ : aan de lift hing plots een briefje dat deze om veiligheidsredenen niet meer mocht gebruikt worden.  Niks mis met de lift, alleen was de aannemer ‘vergeten’ om ze te laten keuren voor gebruik.  Dat briefje hangt er nu al bijna 4 maanden.

Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en stuurde de aannemer een mailtje waarin ik onschuldig suggereerde dat de stank zo erg werd dat ik het verluchtingsrooster boven de gasinstallatie (waarlangs de stank zijn weg naar binnen vind) maar ging dichtplakken.  Uiteraard weet ik dat zoiets niet mag en bovendien gevaarlijk is, maar ik moest hem toch met iéts uit zijn tent lokken en tot actie aanzetten.

Binnen de 5 minuten een mailtje terug : dat verluchtingsroosters afplakken niet mag.  Maar dat hij dacht dat het een probleem van onderdruk was.  ‘de verluchtingsroosters in het appartement én alle verluchtingsroosters boven de ramen moeten altijd blijven openstaan, zo kan er geen onderdruk zijn en kan er niets vanuit de verluchtingsschacht naar binnen gezogen worden’

Ah proberen dacht ik.  Dus alle roosters braafjes opengezet en ineens had ik een openluchtappartement.  De wind gierde in de roosters boven de ramen en in de woonkamer was er een onaangename koude tocht die de gordijnen deed opwaaien.  Ook in de badkamer dolle pret : de gordijnen bewogen in het ritme van de wind en hoewel de verwarming op de hoogste stand stond was het er ijskoud.  Jaaaaaah zo’n buitendouche is dus niets voor mij.

Ook de arme verwarmingsketel heeft het mogen weten : die bleef maar draaien en draaien want in de woonkamer werd het niet warmer dan 19°.

Dus ga ik moeten kiezen tussen 2 kwaden : stank of kou (en een lege portemonnee).

Of verhuizen.  Dus wie een betaalbaar huisje of appartement weet in de regio Lier / Herentals / Heist-op-den-Berg waar 3 poezebeesten en ikzelf welkom zijn, is een held.  O ja : geen stank of hoge energierekening graag.

 

Graag een uitnodiging voor een conventie van HR-verantwoordelijken aub

Deze week solliciteerde ik voor een functie als deeltijds management assistent bij een architectenbureau.

Mijn profiel komt volledig overeen met wat er gevraagd wordt.
Ik ben onmiddellijk beschikbaar. Woon vlakbij dus geen gezeur over files of stakingen bij openbaar vervoer.
Ik heb voeling met de sector, deels door mijn vorige jobs, deels door het feit dat ik ooit gehuwd was met een zelfstandige in de bouw.
Ik stel geen belachelijke eisen qua loon of extra’s, ben enthousiast en bereid om de koffiemachine te onderhouden.

Ik belde om te horen of de functie nog vacant was en jawel, of ik heel snel mijn CV wilde doormailen.

Waarna ik niets meer hoorde.  Of toch wel, via via vernam ik dat de verantwoordelijke mijn CV in prullenbak gooide omdat ik zo eerlijk was te vermelden dat ik fibromyalgie heb.  ‘Zo iemand is altijd ziek en die komt toch de helft van de tijd niet werken.’

Dus wil ik een uitnodiging voor een conventie van HR-verantwoordelijken.  Ik ben van plan om hen een uurtje of zo gegijzeld te houden en ze te vertellen dat ik inderdaad altijd pijn heb maar dat het  mij er nooit van weerhouden heeft om mijn job uit te oefenen.
Uiterlijk is er niets mis met mij : geen mens ziet dat ik ziek ben.  Net als ieder ander wordt ik soms ook overvallen door een griepje, maar dat is geen reden om mij in de categorie ‘niet geschikt om te werken’ te rangschikken. Integendeel : voor mij moet er geen gewaarborgd maandloon betaald worden want het ziekenfonds komt vanaf dag 1 tussen.
En  ze mogen vragen stellen.  Zoals ‘tast fibromyalgie uw verstand aan’,  ‘bent u niet gewoon lui’,  ‘werkt u minder hard dan een ander’, …
Al die misvattingen wil ik uit de wereld helpen.

Zodat mijn CV niet altijd in de prullenbak terecht komt en ik de kans krijg om mij persoonlijk voor te stellen.  Want praten kan ik als geen ander.  Echt waar.

 

amai mijn voeten

Voetenleed.  Ik ken er intussen alles van.

Tot een jaar of wat geleden kon ik alles aan mijn voeten doen : torenhoge hakken, open schoentjes, gesloten schoenen.  Alles.

Na een flinke dosis rugpijn en een heup die protesteerde, stapte ik op doktersbevel over op lage en platte schoenen.  En omdat het bijna zomer was, schafte ik mij een collectie platte slippers aan.

Weinig elegant maar o zo gemakkelijk.  En geen centje pijn.  Niet aan mijn voeten, niet aan mijn rug of heup.

Maar het is geen weer meer om in open slippers rond te lopen en dus haalde ik mijn schoenen terug boven.

Resultaat : elke teen heeft wel een blaar, er is geen flintertje huid meer op mijn rechterhiel en mijn voeten doen zeer.  Veel zeer.

Ik probeerde elke schoen uit mijn schoenenkast maar helaas : allemaal knelden ze of leverden ze bloederige taferelen op.

Behalve mijn belachelijk dure, speciaal voor een feest gekochte, schoenen.  Die zitten dus als sloefkes aan mijn voeten, knellen niet aan mijn tenen en laten de huid op mijn hielen gewoon staan. Geen centje pijn.  Maar veel centjes uit mijn schoenenbudget.

Amai mijn voeten !

 

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.