Archief voor de ‘ergernissen’ Categorie

Solliciteren kan je leren

en daarom worden er bij VDAB sollicitatie-cursussen gegeven.

Mijn trajectbegeleidster vond mijn eerste CV maar niks en schreef me daarom in om deze cursus te volgen.  ‘Je zal daar ook leren hoe je de werkgever kan overtuigen om jou, met je 15 u/week, toch als interessante werknemer te zien en verder leer je heel praktische tips die je kan gebruiken tijdens een sollicitatiegesprek’.  Ik hoor het haar nog zeggen.

Toen ik begin dit jaar werd uitgenodigd voor de cursus, verwachtte ik daar dus een aantal lotgenoten te treffen, maar dat viel me serieus tegen.

De algemene deler van de cursusgenoten was ‘langdurige werkloosheid’, met een minimum van 2 jaar werkzoekend te zijn.  Daar viel ik al uit de toon want ik was nog maar pas van november terug op zoek naar een job.

Maar de coach was enthousiast en legde met veel plezier het doel van de cursus uit.  Tijdens de eerste sessie bleef ze de volle 3 uur energiek en met een engelengeduld uitleggen waar je jobs kon vinden en hoe werkgevers een CV beoordelen.

Ik zeg engelengeduld want één van de deelnemers was duidelijk àbsoluut niet geïnteresseerd in wat er gezegd werd en kwam maar naar de cursus omdat ze daartoe verplicht was en anders haar uitkering kon verliezen.  Het laatste uur zat ze mandarijntjes te eten en met haar Smartphone te spelen.  Want ondanks het feit dat ze het financieel zo moeilijk had, kon ze zich wel een peperdure telefoon veroorloven.

Ook tijdens de tweede sessie (die door omstandigheden een paar maanden later doorging voor mij en waar ik samenzat met een andere groep) startte de coach energiek met haar uitleg.  Veel uitleggen was er echter niet bij want één van de cursisten was een ongelofelijke praatvaar die haar telkens onderbrak met ‘ah ja dat heb ik ook meegemaakt’ en dan een heel verhaal begon te vertellen dat totaal irrelevant was.

Als ik eerlijk ben, heb ik tijdens deze twee sessies weinig nieuws geleerd wat solliciteren betreft.  Ik deed wel een enorme dosis mensenkennis op en moest toegeven dat sommige clichés waar blijken te zijn.  Zoals ‘doppen en dan in het zwart bijwerken’,  ‘zoveel stempelgeld krijgen dat ze niet inzien waarom ze zouden gaan werken voor enkel euro’s meer’

Ik heb enorm veel bewondering voor de coach die telkens weer het gevecht (want zo noem ik het) met deze mensen aangaat.  Die hen probeert te overtuigen van hun kennen en kunnen, hen zelfwaarde probeert te geven en naar hun excuses luistert zonder een oordeel te vellen.

Ik geef jullie een kleine bloemlezing van dingen die ik hoorde en waar mijn haar rechtop van ging staan :

‘ik heb ooit een misstap gedaan (strafblad) en daarom zoek ik geen werk meer.  Er is toch niemand die mij gaat aannemen’    Persoonlijk ken ik iemand die bijna uitsluitend met ex-gedetineerden werkt in zijn bedrijf en die over dat strafblad kijkt, naar de persoon die erachter zit.

‘ik heb een kind dat lang slaapt, dus kan ik niet gaan werken want dan moeten WIJ vroeg opstaan’

‘ik heb geen tijd om te solliciteren want ik werk (in het zwart en onbetaald) voor de zaak van mijn man.  Trouwens, wij kunnen ons dat niet permitteren dat ik ga werken.  Dan moet hij iemand aanwerven om hem te helpen en nu komen wij goed rond met zijn inkomsten en mijn uitkering’

‘Oh dat ik examen ging afleggen bij de middenjury.  Dat heb ik maar gezegd om ervan af te zijn.  Ik had mij ingeschreven voor een cursus boekhouden maar ineens had ik daar geen goesting meer in.  Ik moest toch iets zeggen opdat ze mij niet van den dop gooiden’

‘Het is 12 uur, mag ik dan nu doorgaan want ik wil mijn kinderen van school halen.  En daarbij, ik vang ook de kindjes van de buren op, ik kan dat extra (zwart) inkomen niet missen’

‘ik wil werken volgens de bezoekregeling van mijn kinderen.  Waarom begrijpen bazen dat niet ?  Ik kom de ene week werken en de andere week niet.  Of wel, dat is te zien of ze liever bij hun vader zijn’

‘ik ga graag uit en wil een job waarbij de baas niet lastig doet als ik op maandag niet kom werken’

En dan was er nog die ene man die zijn mond niet kon houden en het altijd maar uitlegde en uitlegde en geen seconde kon zwijgen.

En de jongedame die regelmatig de coach tegensprak omdat zij in Nederland een ‘échte’ cursus solliciteren had gevolgd, met een diploma en in haar lesboek stond dit en dat en…  Waarom doen die Belgen zo moeilijk ?

En elke keer op het einde van de les ging het door mijn hoofd : ‘misschien moet de coach in praktijk brengen wat ze ons hier tracht te leren, misschien moet zij solliciteren voor een andere job want dit hou je nooit vol’.  Enfin, ik zou het niet volhouden dus petje af voor de dame die het wél al jaren doet.

 

Stout Meneertje Heel Precies

Het overkomt mij zo eens in de 20 jaar dat ik mij overslaap.  Nu ja, als altijd thuis bent en nergens naartoe hoeft, heet het eigenlijk niet overslapen, maar ik schrok mij toch een ongeluk toen ik in de week na mijn longontsteking wakker werd om 10u23.  Jawel, ik werd wakker, het was al licht, ik keek naar mijn wekker en het was bijna half elf !   14 uur aan een stuk geslapen, te zot voor woorden gewoon.

Ik schrok nog meer toen ik de gordijnen opendeed.

Beneden stond Meneertje Heel Precies instructies te geven aan het Poetsmeisje dat de stoep aan het schuren was.

Meestal worden er onzichtbare lijnen getrokken, loodrecht van de huisgevel tot aan de stoep.  Alléén het stukje stoep voor het huis van Meneertje Heel Precies mag geschrobd worden, toch de stoep van de buren niet zeker, ben je gek ?

Alleen stond deze keer mijn auto half voor de gevel van Meneertje Heel Precies en half voor de gevel van Den Boeffer.

Deze keer had Meneertje Heel Precies een imaginaire lijn getrokken van zijn gevel tot aan de voorkant van mijn auto.  Een schuine lijn, dat is helemaal niks voor Meneertje Heel Precies.

Tot ik plots doorkreeg waarom : het Poetsmeisje schrobde namelijk in de richting van mijn auto !!!  En dan zag ik haar een hoopje vuil onder mijn auto schuiven.

Moest het nu zijn dat de parkeerstrook aan de overkant weer volgeparkeerd stond of zo maar neen, alleen mijn auto stond daar (een unicum) en die was het slachtoffer.

Ik sprong meteen in mijn kleren, kamde mijn haar en stormde naar beneden.  Te laat : Poetsmeisje en Meneertje Heel Precies waren intussen naar binnen.  Ik kon alleen vaststellen dat mijn pasgewassen auto aan de zijkant en de achterkant vol smurrie hing.

Nu moet je zoiets met mij niet doen en al helemaal niet als ik mij overslapen heb.

Dus belde ik aan.  Denk je nu dat Meneertje Heel Precies opendeed ?  Nee hoor, de lafaard stuurde zijn Vrouw om de deur open te doen, een oud, ziekelijk mensje.

Tja, daar kon ik dus niet als een furie tegen tekeer gaan.  Dus vroeg ik ‘vriendelijk’ om voortaan aan te bellen als mijn auto in de weg stond, zodat ik hem kon verzetten.  Haar antwoord ‘maar we wisten niet van wie die auto was en we weten niet waar u woont’.  Ik woon dus al 2 jaar recht tegenover hen en word constant vanachter het gordijn begluurd als ik ook maar een voet buiten zet …

Omdat ik de boodschappen vd vorige dag nog moest uitladen, zette ik mijn auto een plaatsje vooruit.  Ik had niet echt een keuze want anders stond ik in het hoopje smurrie te trappelen dat het Poetsmeisje zo netjes achter aan mijn auto geveegd had.

Tja, toen was natuurlijk voor heel de buurt zichtbaar dat er een bergje smurrie voor de deur van Meneertje Heel Precies lag.  Dat kon dus helemaal niet.

Mijn probleem niet dacht ik en ik ging naar de bakker.  Toen ik terugkwam, zag ik Meneertje Heel Precies in de voordeur staan, zijn vrouw in het oog te houden die met de hand het hoopje smurrie moest opruimen !!

‘Nu heb ik je’ dacht ik.  Dus stevende ik recht op hem af en vroeg ook aan hem om voortaan aan te bellen ipv dergelijke fratsen te begaan.

Waarop hij zei ‘maar ze heeft uwen auto toch afgespoten ?’   En terwijl hij het zei, zag hij hoe vies mijn auto aan de ene kant was en hoe vuil aan de andere kant.

‘Gedane zaken nemen geen keer’ antwoordde ik ‘maar voortaan belt u aan, of u betaalt de carwash’.

Een half uurtje later, terwijl ik mijn boodschappen in de kast aan het zetten was, keek ik uit het keukenraam.  Groot was mijn verbazing toen ik zag dat Meneertje Heel Precies mijn auto aan het wassen was !!   Dat was nu ook weer niet mijn bedoeling, maar heeft mij wel een nieuwe rit naar de carwash bespaard.

En Meneertje Heel Precies en zijn vrouw ?  Die zeggen voortaan heel vriendelijk goeiedag en zwaaien naar mij als ik passeer ;-)

003004010

Waarom Russen op vakantie ‘s ochtends de overschot van het avondeten eten

Heel lang geleden, toen ik nog jong was en Machoman met zijn geld geen blijf wist, ging ik 4 keer per jaar op vakantie.  Minstens.

En altijd naar een luxehotel.  Vaak ook naar Turkije waar je heel veel Russen (ik noem ze Russen maar laten we het erop houden dat dit een veralgemening is voor bewoners van de vroegere regio’s achter het ijzeren gordijn) op vakantie kwamen.

Rijke Russen uiteraard want de gewone burger kan dergelijke exclusieve uitstapjes niet betalen.  ‘s Ochtends bij het ontbijt werd ik gelijk misselijk bij het zien wat ze op hun bord stapelden : de overschotjes van het avondeten.  Denk nu niet dat die dure hotels kliekjes voorschotelden, neen, speciaal voor hun Russische klanten werden er ‘s ochtends warme gerechten en soepen geserveerd.

Tot ik op een bepaald moment een Russische poetsvrouw had.  Olga heette ze en ze kwam bij mij terecht via het ziekenfonds.  Wanneer ik ‘s ochtends de kliekjes van het avondeten wilde weggooien, vroeg ze altijd of zij die mocht meenemen.  ‘Eten voor straks en morgenvroeg’ zei ze dan.  In het begin durfde ik niks vragen.

Maar op een bepaald moment, vroeg ik het toch.  Olga was politiek vluchteling en kwam uit Wit-Rusland.
“Eten was heel duur en heel schaars.  Niemand kon zich 3 (of 4) maaltijden per dag veroorloven.  We probeerden altijd om genoeg bij elkaar te krijgen voor het avondeten.  Dan waren we allemaal thuis en kon iedereen eten.  Als we heel veel geluk hadden, dan was er overschot.  En hadden we de volgende dag een ontbijt.  Anders werkten we de ganse dag op een lege maag.  Want je kan beter werken met een lege maag dan slapen”.

Hier in de buurt woont ook een vrouw op leeftijd.  Ook zij is ooit gevlucht uit haar vaderland.  Ze is afkomstig van ergens in Joegoslavië maar wil er niet veel over kwijt.  Ze is nog altijd bang ook al is ze al lang in België.  Ze heeft zich helemaal aangepast, spreekt heel goed Nederlands en is de vriendelijkheid zelve.  Als ze mij ziet lopen met een boodschappentas, neemt ze die spontaan over.  Ziet ze dat ik zware boodschappen uit de kofferbak haal, dan houdt ze me tegen ‘jij niet doen, meisje, is niet goed voor jou.  Jij bent ziek en ik wil helpen’.  Ik schaam me dan echt : aan mij is niks te zien en ik laat een oud vrouwtje al die zware spullen dragen.

Daarstraks kwam ik haar tegen en ik wuifde goeiedag.  Ze kwam naar me toegelopen en zei dat iemand haar verteld had dat ik erg ziek geweest was.  ‘omdat jij altijd vriendelijk bent tegen mij en altijd lacht zodat niemand de pijn ziet, krijg jij een cadeau van mij’.  Ik weet dat ze het echt niet breed heeft, dus protesteerde ik heftig.  ‘Ja maar’ zei ze ‘je weet nog niet wat cadeau is’.

Ze stelde voor om voor mij de ramen van het appartement te poetsen.  ‘ik vind dat niet erg en jij kan dat niet’.  Ondanks mijn protesten, wilde ze niet van mijn weigering weten, dus gaf ik uiteindelijk toe.  ‘Op één voorwaarde’ zei ik ‘ik zorg ‘s middags voor het eten en dan eten we samen’.

Ze keek me aan en zei ‘nee, nee een koek en een glas cola is genoeg voor een dag’.  Blijkbaar leeft zij nu, ondanks alles, nog altijd volgens het principe dat avondeten belangrijk is en dat je gelukkig bent als je ‘s avonds mag eten.  Ontbijt eet ze zelden (of ze moest overschot hebben), doorheen de dag eet ze nooit, behalve dus een koek en een glaasje cola als ze ergens gaat werken.

We moesten beiden een traantje wegpinken toen ik zei ‘dan maken we er een feestdag van : ‘s morgens een koek, ‘s middags lekker eten en de overschot mag jij hebben voor ‘s avonds’  Zacht zei ze : ‘ga ik wel ramen kunnen kuisen met een volle maag’

10 dagen huisarrest

Wat ze bij de Huisartsenwachtpost dus een ‘verkoudheid’ noemden, bleek op maandagochtend wel degelijk een longontsteking te zijn. (waar ik mezelf al heel goed bewust van was, want eens je dat één keer gehad hebt, wéét je gewoon hoe dat voelt)

Naar goede gewoonte vroeg de huisarts ‘maar waarom blijf je daar toch zolang mee rondlopen, je weet toch hoe dat voelt’, waarop ik haar met een giftige blik aankeek en vroeg of zij al eens naar de Huisartsenwachtpost was geweest met een longontsteking.

Niet dus.  Wél een keertje naar Spoed omdat ze dus, arts zijnde, voelde dat ze toch wel écht ziek was, waar de dienstdoende arts haar ook naar huis stuurde met een ‘niet zo flauw, zo erg is het niet’  en haar 12 uur later opbelde om onmiddellijk haar werk neer te leggen en zich te laten hospitaliseren wegens ernstige … longontsteking.

Enfin, wat ik dacht, werd bevestigd en met een boodschappenlijstje (een voorschrift kan je dat niet meer noemen als niet alles op één briefje past), trok ik naar de apotheek.

Thuis moest ik begot een lijstje maken van wat ik wanneer moest innemen.  Om de 3 uur dit, om de 6 uur dat, voor het ontbijt iets en na het ontbijt iets anders.  Ik moest zelfs de wekker in mijn gsm van onder het stof halen zodat ik mij niet zou overslapen voor één of ander medicijn.

Want slapen heb ik gedaan.  De eerste dagen én nachten heb ik in feite alleen maar geslapen.  Uren aan een stuk.  Ik was zo slap als een schotelvod.

De buurvrouw aan de overkant van het verdiep hoorde mij hoesten tot bij haar en kwam spontaan aanbieden om boodschappen voor mij te doen.  Bovendien leende ze haar poetsvrouw voor een paar uurtjes uit, zodat mijn appartement er terug een beetje deftig uitzag.

En uiteraard gebeurden er weer dingen die alleen mij maar overkomen : zoals Meneertje Heel Precies die zijn frustratie op mijn geparkeerde auto uitwerkte, een Collect&Go bestelling die helemaal verkeerd was, een onderbuur die eindelijk zijn intrek genomen heeft in zijn appartement en zijn terras in Vlaamse Stijl inrichtte, met bijgebouwtjes en al, …

Enfin, genoeg stof dus om de komende dagen nog een paar blogpostjes te schrijven.

Maar eerst efkes die stapel  post behandelen die hier op tafel ligt.  En die 300 emailtjes die ik intussen binnenkreeg ;-)

 

de huisartsenWACHTpost

Gisteren gebeurde er een unicum : ik reed vrijwillig, uit eigen beweging naar de dokter van wacht.

Hier heet dat de Huisartsenwachtpost : iedereen uit de wijde omgeving die het waagt om in de late uren of in het weekend ziek te worden moet daar naartoe.

Je zou toch op zijn minst een bordje, wegwijzertje, icoontje, whatever verwachten dat je vanaf de ring door de kleine straatjes begeleid naar het verdoken stukje Lier waar de Huisartsenwachtpost onder een bejaardentehuis zit verstopt.   Enige signalisatie : een onnozele grote vlag vlak voor de deur.  Er zouden parkeerplaatsen voorzien zijn : ik zag enkel kniehoge paaltjes met een lampje in waar je als zieke chauffeur gegarandeerd op rijdt.

‘Het is goed zichtbaar vanop de Ring’ zei de telefoniste.  Ik vraag mij af welke Ring zij bedoelde want ik heb vanop de ring niets gezien wat op een Huisartsenwachtpost geleek.  Het zal de koorts wel geweest zijn.

Enfin, na wat rondrijden, gevloek omdat ik 1) het gebouw niet vond 2) er geen parking was, zag ik de bewuste vlag staan én een lege parkeerplaats.  Het bordje met parkeerverbod heb ik genegeerd.  Als de polies komt, zeg ik dat ik zo ziek was dat ik dat paaltje niet zag staan.

Eenmaal in de buurt van De Vlag word je gefilmd.  Overal zie je camera’s.  Als je je aanmeldt bij de receptioniste staat er zelfs een camera opdringerig op je gezicht gericht.  Ja ja, ik weet het veiligheid en zo maar moet dat nu echt, een mens die zich vreselijk voelt, er ellendig uitziet, met een kapsel dat nergens op lijkt zo van dichtbij filmen ?  Ik voelde me gelijk nog slechter.

Paspoort én SIS-kaart moesten afgegeven worden.  Omdat er overal in grote letters stond ‘kreeg u uw identiteitskaart en SIS-kaart terug’  wist ik al gelijk dat dat mens, ondanks het feit dat ze niks te doen had, ging vergeten om mij die kaarten terug te geven.

In de wachtzaal : geen mens.  ‘De dokter komt dadelijk’ zei ze en ze ging verder met wat ze ook aan het doen was.

Ik zag dokters achter de ramen.  Die dokters maakten een praatje, dronken een koffietje, eentje pakte zijn jas en ging naar huis, en ik zat daar.  Te wachten.

Na 20 minuten wachten, keek de receptioniste verschrikt op : er zat nog een patiënt in de wachtzaal !!  Al dat gehoest kwam niet van de tv die daar hing te toeteren in het Frans.  Jawel, een Franse zender en een film die duidelijk niet voor kinderen geschikt was.  In Lier en omstreken worden er waarschijnlijk op zaterdagavond geen kindjes ziek.

De receptioniste nam de telefoon en begon te bellen.  Ik hoorde de telefoon overgaan in de verschillende dokterskabinetten achter mij.

Uiteindelijk kwam er een dokteres mij halen.  Ik zat toen al een half uur in de lege wachtzaal.

Eenmaal in het dokterskabinet had ik het gevoel of ik op controle was bij de dokter van het ziekenfonds.  Die onderzoekt je ook niet, en stelt alleen maar vragen.  En hoe voelt de hoest.  Zit hij vast ?  Of komt het al los ?  En heeft u hoofdpijn ?  Of pijn aan uw sinussen.  Dat was daar precies een quiz.

Uiteindelijk ging ze mij onderzoeken.  Ik had op zijn minst verwacht dat ik op de mooie nieuwe onderzoekstafel zou mogen gaan zitten.  Liggen hoefde niet hoor, maar zitten zou al fijn geweest zijn.  Maar neen, ik moest in een hoekje van het kabinet gaan rechtstaan, met mijn jurk tot op mijn knieën en zo ging ze mij onderzoeken #kidyounot.

Het onderzoek : ‘zeg eens aaaa’,  ‘ik voel precies geen klieren’ (vreemd want zelf voelde ik die wel), ‘adem diep in en uit’ waarbij ze met haar stethoscoop mijn schouders beluisterde.  Niks geen geluister ter hoogte van mijn longen, niks geen ‘hoest eens even’.

Enfin dan het verdict : ‘het slijm zit nog niet vast op de longen want het bruist nog, uw keel ziet erg rood’.  Diagnose ?  Geen want ze wist het niet goed.  Het zou een zware verkoudheid kunnen zijn, of een bronchitis of een beginnende longontsteking (dààrom was ik dus naar de wachtdienst gereden, begot, omdat ik al longontstekingen gehad heb en precies weet hoe dat voelt en hoe het begint)

En dan kwam de vreemde behandeling : u neemt 2 lepels van de hoestsiroop die ik u voorschrijf, en u had ook nog een hoestsiroop staan die uw huisarts u laatst had voorgeschreven ?, daar neemt u ook een lepel van, dan uw gewone medicatie en dafalgan tegen de koorts.  En hou vooral die koorts in de gaten want als die omhoog gaat, moet u terugkomen’

Tja, dat wist ik dus zelf ook al allemaal, daarvoor had ik dus geen uur in de wachtpost moeten zijn en had ik beter een uur op mijn zetel blijven liggen.

Maar de lijdensweg was nog niet gedaan !  Na veel moeite en geknoei met haar pc zei ze ‘ik zal u begeleiden naar de receptioniste waar u een groen briefje gaat krijgen en kan betalen’.   Bij de receptioniste duurde het nog eens 5 minuten voor het ‘groene briefje’ eindelijk uit de printer kwam gesputterd.  Waarop ze zei ‘nu moet de dokter dit eerst nog tekenen, wacht u even ?’ en ze belde de dokter om te tekenen.

Netjes betaald met bancontact, groen briefje weggestopt en toen keek ze mij aan van ‘mens wat staat gij hier  nog te doen ?’

Jawel, ik moest zélf mijn identiteitskaart én SISkaart terugvragen, die in een blinkend doorschijnend houdertje voor haar neus stonden, nét buiten mijn bereik.

Apotheek van wacht : Berlarij.  Ik zal u de zoektocht naar een parkeerplaatsje in het nachtelijke Lier maar besparen zeker ?  Omdat deze apotheek tot 22 u open was en ik dan weer één of ander 0903 nummer moest bellen om de volgende apotheek van wacht te krijgen, ben ik op den duur door (het verharde gedeelte) van een parkje gereden, ben tussen paaltjes gezigzagd en heb mijn auto op een donker plekje achter de grote kerk (waar je normaal niet mag komen) achtergelaten en ben hijgend en hoestend naar de apotheek gegaan.  Resultaat : stikkapot, geen adem meer en  2 bloedende blaren op mijn voeten want ik had geen schoeisel voorzien om ‘s nachts door de stad te spurten.

 

en zo komen verzekeringsmakelaars aan hun slechte naam

Iedereen kent wel van die verhalen ‘woah en die van de verzekeringen, dieven dat dat zijn. Je moet maar betalen, betalen en betalen en o wee als je een dagje te laat bent, dan staan ze daar al met van die dreigbrieven.  Maar als ze zélf moeten betalen…’

En inderdaad, van dat zelf betalen dat is waar.  Want dat was mijn job vroeger : schadegevallen regelen.  In de meeste gevallen ging dat vrij vlot en kon alles binnen een paar weken, soms zelfs binnen de week afgehandeld zijn.  Maar dan waren er die ambetante gevallen : met betwistingen, in het buitenland, met een buitenlander, waar god en klein peerke niet uit kon opmaken wie er nu wel of niet in fout was, behalve de bestuurders dan (den andere is in fout, altijd)

Dus ja, de frustratie van op je geld moeten wachten, die ken ik.  En wees gerust, ik trok mij dat wel aan.  In gevallen waar de verzekeraar beweerde dat ‘de gegevens van tegenpartij onleesbaar waren’, struinde ik Tinternet af tot ik een telefoonnr of een exact adres gevonden had, wat ik met een snedig briefje naar de verzekeraar stuurde met de vraag ‘zou het nu mogelijk zijn om een beetje moeite te doen voor je eigen klant?’

En tot nu toe kende ik dus alleen de schadekant van de verzekeringen.   De verkoop zelf, daar heb ik nooit veel mee te maken gehad.

Tot een tijdje geleden.  Mijn ouders worden een dagje ouder en beginnen een beetje op de sukkel te geraken.  Daar waar onze pa nooit de administratie uit handen wilde geven, heeft hij eindelijk zijn trots overwonnen en zijn we beetje bij beetje de zaken op orde aan het stellen.

Zo gingen we al langs bij de bank maar dat is een ander verhaal.

De verzekeringen dus.  Onze pa houdt alles bij.  Alles dus ook nog polissen van in de jaren stillekes toen ik nog moest leren lopen en zo.  Maar hij had zich erachter gezet en de meest recente verzekeringspapieren (lees alles vanaf 2001) in een map gestoken.

Ik heb er de laatste vervaldagberichten (of zoals de meesten zeggen : facturen, betaalbewijzen, …) eruit gehaald en kon mijn ogen niet geloven !

Hou u vast he : onze pa betaalde voor een volledige omniumverzekering.  Geen probleem.  Maar tegelijkertijd had zijn makelaar ook nog eens de dekking ‘voertuig in woning’ voorzien in de brandverzekering.  Dat is dus totaal overbodig in dit geval en geeft een dubbele dekking (of beter gezegd, onze pa betaalde fiks bij in zijn brandpolis voor iets waar hij in zijn omniumpolis ook al voor verzekerd was)

Bovendien stond op het vervaldagbericht van de auto-verzekering een mooi bedrag voor de bestuurdersverzekering (als men een ongeval in fout doet zijn de verwondingen van de aansprakelijke bestuurder normaal niet verzekerd, deze bijkomende dekking zorgt ervoor uw letselschade wél verzekerd is als u een ongeval in fout zou veroorzaken).  Fijn, ik vind zo’n bijkomende dekking niet overbodig want tja, als je al een dagje ouder wordt en een beetje verstrooid bent, is een ongeval snel gebeurd).  Tot daar was ik tevreden.  Tot ik de polisvoorwaarden zélf erbij nam waarin alle dekkingen opgesomd stonden.  En wat zag ik daar ???  Verzekering bestuurder : niet gedekt.   Dus wél betalen maar niet verzekerd zijn ?

Vind ik ergens in een donker hoekske van die kaft nog een betalingsbewijsje voor iets waarvan ik nog nooit gehoord had, ik kan me zelfs de juiste naam van de dekking niet herinneren.  Ik belde dus naar de bewuste makelaar waar men om 9 uur geen telefoon opnam, om 10 uur niet en ook om 11 uur niet.  Ook geen antwoordapparaat.  Dan maar naar de maatschappij zelf gebeld, waar een medewerkster mij kon vertellen dat dit een zeer oude polis was, nog van voor de tijd dat inzittenden in het voertuig automatisch voor letselschade verzekerd waren.  Maw een verzekering voor iets wat bij wet geregeld is !!  En jawel, onze pa kreeg nog altijd vervaldagberichten en moest nog altijd betalen.

Ik moet u niet vertellen over hoe veel geld dit verspreid over een 20-tal jaren gaat zeker ?

Dus pakte ik de kaft onder mijn arm, reed naar de concurrentie en gooide daar de papieren op tafel.  Ik moet u niet vertellen dat die mensen van plaatsvervangende schaamte bijna onder hun bureau kropen zeker ?  Zoiets hadden zij ook nog nooit gezien.  Enfin, we hebben samen besproken hoe dat nu opgelost ging worden, zodanig dat onze pa misschien nog een deel van zijn geld zou krijgen maar al zeker vanaf nu niet meer dubbel moest betalen.  Dat werd netjes op papier gezet en zelfs met een mail aan mij bevestigd.

Omdat ik vond dat ze daar hun werk precies wel serieuzer deden, kregen ze er mijn eigen verzekeringsportefeuille er ook bij :-)   Zodat ik voortaan niet meer zelf met verzekeraars moet vechten maar het gevecht aan een ander kan overlaten (ik deed al jaren de meeste van mijn verzekeringen zo goed als zelf, omdat de meeste via de bank gingen en met alle respect, ze daar ook maar telefoontjes doorbrieven en weinig verstand hebben van schadegevallen etc)

En ja, je kent mij intussen al wel, toen alles geregeld was, heb ik nog een cadeautje achtergelaten voor de grote baas (die onze conversaties vanaf een naburig bureau kon volgen) : mijn CV !   Alle zaken geregeld en gelijk nog een spontane sollicitatie gedaan waarbij ineens mijn kennis en mijn aanpak life gedemonstreerd was.  De man was onder de indruk (of dat nu door mijn kennis of door mijn onbeschaamdheid was) en ging mijn CV en de bijhorende toestanden (arbeidshandicap, premies etc) bekijken en mij zeker terug contacteren.

Dat noem ik nu eens multitasking se ;-)

Meneertje Precies en de olievlek voor zijn deur

In mijn vorige blogpost vertelde ik u al dat de wijkagent hier gepasseerd was en dat het ‘probleem’ van de verboden-te-parkeren-borden opgelost werd.

Maar eigenlijk kwam de wijkagent om een heel andere reden deze richting uit.  Hij was namelijk opgebeld door Meneertje Precies, een bejaarde man die schuin tegenover mij woont.  Meneertje en Mevrouwtje Precies zijn volgens mij stokoud maar gaan niet buiten zonder piekfijn opgekleed te zijn.  Hij in pak met das.  Zij in een net mantelpakje met een sjaaltje en een hoedje.

Meneertje Precies is zo precies dat hij elke donderdagochtend  om 7 u 55 buiten de poetsvrouw staat op te wachten.  Ongeduldig op zijn horloge kijkend en hoofdschuddend zodra het 10 seconden over 8 is.  Want dan is de poetsvrouw te laat.  En dat kan niet bij Meneertje Precies.

Meneertje Precies had dus de politie gebeld omdat er een olievlek op de straat lag, vlak voor zijn deur.  Dat is niet netjes en hij of zijn vrouw zouden er misschien op uitschuiven.  Of een onverlaat van een bezoeker zou er kunnen instappen en zo met zijn met olie besmeurde schoenen hun nette huis binnenkomen.

Dat zowat de hele parkeerzone in onze straat al maanden met olievlekken besmeurd wordt, dat had Meneertje Precies niet verteld aan de politie.  Dat is ook zijn probleem niet ziet u.  Zolang er voor zijn deur maar alles netjes is.

Dus was ik net thuisgekomen en hoorde de walkietalkie van de politie buiten.  Zo 2 verdiepingen lager net onder mijn raam.  Nieuwsgierig als ik ben (ah ja, wat moet ik hier anders neerschrijven) ruimde ik een hoop spulletjes van de vensterbank en trok het raam open.  Ik hoorde hem nog nét de 3 laatste tekens van mijn nummerplaat zeggen.

Om hen de moeite van het opzoeken te besparen, riep ik maar door het raam ‘dat is die van mij, dat ben ik’.  Niemand in deze straat die van dergelijk gedrag opkijkt.  Of misschien wel, om helemaal op te gaan in de plaatselijke geplogenheden had ik beter ‘hey menier polies, daddis mainen otto, daddis dieje van mai’ geroepen.

Of ik hem een beetje wilde verplaatsen want de brandweer kwam iets doen aan de olievlek voor de deur van Meneertje Precies en mijn auto stond daar vlakbij geparkeerd ‘en we zouwe nie wille dat de brandweer uwen otto beschadigd he madam’.  Alle vertrouwen in de plaatselijke brandweer dus.

Beneden gekomen zei de agent dat mijn auto maar een beetje achteruit moest, dan konden ze dat euvel met die olievlek oplossen.  Ik moet daarbij nogal een vreemd gezicht getrokken hebben en zei snel ‘ik denk dat ik hem liever elders ga parkeren, ben zo terug’.

Teruggekomen stond de wijkagent te staren naar nog méér olievlekken die tevoorschijn gekomen waren toen ik mijn auto verplaatste.

Meneertje Precies deed of zijn neus bloedde en moest ineens terug binnen zijn ‘zoe koud vandaog he mense, sebiet schaar ik nog iet oep’.

Enfin, samen met een andere buur legde ik dus aan de wijkagent uit dat het olievlekkenprobleem al veel langer aan de gang was en dat de brandweer eigenlijk heel de straat zou moeten proper maken.

Ooit al een wijkagent gezien die roloogt ?  Ikke wel.

‘En niemand weet van wiens auto dat is ?’  ‘ik heb wel een heel zwaar vermoeden’ zei de buurman van een paar huizen verder.  Uiteraard kon ik mijn mond weer niet houden en reageerde van ‘vermoeden ?  Ik ben vrij zeker wie de olievlekkenman is’.   Waarop hij zei ‘mijne gebuur zekers he’.  Tja, mijn uitkijktoren bedraagt geen 360° dus ik kan alleen de overburen bespioneren en alle buren wiens tuintje ik vanop mijn terras kan zien.  Buurman een paar huizen verder valt niet binnen mijn spionageveld ;-)

‘Tja, als uw buurman veel kinderen heeft en er Afrikaans uitziet, dan hebben we het over dezelfde’ antwoordde ik.  Waarop buurman zich naar binnen spoedde want hij was pas geopereerd en moest dringend gaan liggen.

Daar stond ik dus met de wijkagent, die meteen streng vroeg ”en waar wonen die mensen dan”.  Ik kon moeilijk heel de uitleg doen over wat ik wél en niet kan zien vanuit mijn uitkijktoren en ik moest hem het antwoord schuldig blijven.   En geen van beiden hadden we gezien achter welke voordeur de geopereerde buurman zich had teruggetrokken.

Dus deed ik weer de uitspraak van de dag ‘aan deze kant van de straat kan ik dat niet zeggen, maar als we aan de overkant gaan staan, kan ik u gelijk vertellen in welk huis olievlekkenman woont’.  De blik van de wijkagent was goud waard.  ‘En hoe kan u dat weten door aan de overkant te gaan staan ?’  ‘Ah meneer agent, ik zie dat aan de inrichting van de verdiepingen’ Nog meer verbijstering.  Tot we beiden aan de overkant van de straat stonden en ik het huis aanwees met de non-gordijnen aka versleten lakens voor de slaapkamerramen’

Ooit een wijkagent gezien die met moeite zijn lach kan inhouden en zich daarbij verslikt ?  Ik wel.

Dus nu wordt er een officieel politie-onderzoek gestart naar de dader van de aanslepende milieu-vervuiling.  Want ja, eigenlijk is zelfs één keertje olie verliezen al milieu-vervuiling, laat staan een hele straat onder de olievlekken besmeuren.  En nee hoor, dat verzin ik  niet : dergelijke dingen zijn gedekt in uw auto-polis.  Op voorwaarde natuurlijk dat u hen direct van het euvel op de hoogte brengt en geen maanden wacht totdat de politie u komt vragen hoeveel bussen motorolie u op een jaar wel niet verbruikt.

Want een wijkagent die bijna twee uur moet rondlopen (tja, de brandweer bleef een eeuwigheid weg) en dan nog eens een brandweerwagen, twee brandweerlieden, de brandweercommandant en kilo’s olie-opslorpende korrels, dat kost geld.  Veel geld.

Hoogstwaarschijnlijk kan ik u binnenkort berichten over het vervolg van deze historie.  Want op de één of andere manier voel ik aankomen dat ik een getuigenverklaring op papier ga moeten opstellen.  Dat van die non-gordijnen ga ik dan wel weglaten ;-)

Uiteraard kwam Meneertje Precies kijken of de brandweer wel voldoende olie-absorberende korrels strooide.

Uiteraard kwam Meneertje Precies kijken of de brandweer wel voldoende olie-absorberende korrels strooide.

149

En jawel

zoals verwacht was Vrouwe Insomnia terug present deze nacht.

Ik heb gezien hoe 2 uur ineens geniepig 3 uur werd.  Heb wat gedraaid een gekeerd en ben maar opgestaan.

Goeiemorgen trouwens !

het proces is ten einde

en hopelijk laten ze het daarbij.  Wordt er niet in beroep gegaan en luwt de mediaheisa.  U weet wel over welk proces ik het heb : dat van Kim DG die zomaar bejaarden, kleine kindertjes en kinderverzorgsters afslachtte.

Wat er gebeurd is, vind ik walgelijk.  Zoveel levens kapot gemaakt, zoveel liefde en geluk uiteengerukt.

Maar waar ik het persoonlijk heel erg moeilijk mee heb, zijn de foto’s van deze man op alle voorpagina’s van kranten, papieren en online.  Telkens weer de beelden van die huichelaar op tv.

Mijn maag draait om als ik hem zie.  En niet alleen om wat hij gedaan heeft of waar hij voor staat.

Neen, hij lijkt als 2 druppels water op ex-echtgenoot nr 1 : Psychoman.  Niet alleen qua uiterlijk maar ook qua gedrag, die uitspraken, het zoeken naar aandacht, het in het middelpunt van de belangstelling willen staan.

Psychoman was ook geestelijk ziek.  Al merkte ik daar in het begin niets van.  Zijn familie wist het natuurlijk wel, maar die waren blij dat ze van hem vanaf waren, dat ze niet meer constant onder druk stonden en in angst moesten leven.  Die vertelden mij dus niets.

En dus kwam ik er stap voor stap achter wat voor iemand hij was.  Welke rare hersenkronkels hij had.  Hoe hij mij psychologisch mishandelde, mij vernederde en doodsbang maakte.  Ik ging eraan kapot en hij triomfeerde.  Ach naar de buitenwereld toe leek hij zo normaal, zo betrokken met zijn ‘gezin’, zo eerlijk en zo lief.

Maar binnenskamers kwam het gif naar boven en was ik de enige die de volle laag kreeg.  Al die bedreigingen, al die ellende als hij niet in het middelpunt van de belangstelling mocht staan.

En ik was jong en naief en schaamde mij.  Want zo was hij wel : alles was mijn schuld.  Hij was niet zo, dat kwam door mij, door hoe ik deed en door wie ik was.  Jaren van ellende waarin ik stilletjes van binnen kapot ging.

Van de ene dag op de andere kreeg ik ineens de kracht om NEEN te zeggen.  Om te zeggen dat het genoeg geweest was en dat ik wilde scheiden.  Toen begon de terreur pas echt.  Ik was zo onnozel om nog een paar weken in hetzelfde huis te blijven wonen omdat ik ongerust was over wat hij zichzelf zou aandoen.

Weet je wat hij deed ?  Hij ging naar de dokter, vroeg een paar weken ziekteverlof en ging een hoop pillen halen in de apotheek.   De eerste dag dat ik thuiskwam van mijn werk, lagen er allemaal pillendoosjes op de keukentafel en op de grond.  Ik brulde zijn naam maar hij antwoordde niet.  Dus ging ik hem zoeken.  Ik was helemaal over mijn toeren omdat ik verwachtte een lijk te vinden, lag hij in bed onder het donsdeken te gieren van het lachen.  Zo iemand dus.

Verschillende mensen uit zijn kennissenkring hebben mij opgebeld : dat ik niet moest overdrijven, dat elk koppel wel eens ruzie had, dat IK naar een therapeut moest, etc.   Niemand die belde en zei ‘goe gedaan meiske, maak dat je daar weg bent’

En dus was ik de grote schuldige.  Alles heeft hij mij afgepakt.  Het huis, de inboedel, al mijn persoonlijke foto’s heeft hij verbrand, dingen die mij dierbaar waren, vernielde hij.   Ik was nét op tijd bij de bank om te verhinderen dat hij mijn rekeningen leegplunderde.  Want al had hij geen volmacht, toch had hij de nietsvermoedende bankbediende bijna zover gekregen dat ze alles overschreef naar zijn rekeningen.

Toen hij doorhad dat zijn chantage niet ging lukken, zei hij doodleuk dat alles voor hem was, tot de laatste cent of hij zou mij mijn leven lang achtervolgen.  En wees gerust : daar twijfelde ik geen moment aan.

Bij de notaris zat hij te janken als een klein kind.  Dat hij het zo erg vond.  De notaris bekeek mij alsof ik een vies ongedierte was dat ergens vanonder een steen onderuit gekropen was en regelde alles zo veel mogelijk in het voordeel van Psychoman.  Nu zou ik dat allemaal niet meer laten gebeuren, maar toen, na 12 jaar foltering, had ik geen kracht meer.  Het moest gewoon zo snel mogelijk afgehandeld zijn voor mij.

3 dagen  nadat ik verhuisd was, woonde er al iemand anders in het huis waar al mijn spaarcenten inzaten.   Op de zittingsdagen van de scheiding zat hij heel de tijd te grinniken en te lachen dat hij alles kreeg.

En hij is mij blijven achtervolgen tot hij écht de allerlaatste euro die hij nog van mij kon krijgen uit mij uitgeperst had.  En toen was ik niet interessant meer.

Later hoorde ik dat hij hetzelfde spel speelde met die zogenaamde vrienden van hem, die mij opgebeld hadden dat ik het  nog eens moest proberen.  Hij trok in bij een vriend van hem en diens moeder, een hele lieve dame.  Zij ontfermde zich over hem en zodra hij wist dat hij beet had, terroriseerde hij haar ook.  Zover dat hij een keer zijn zin niet kreeg en ‘s nachts opstond om zijn polsen over te snijden boven de afwasbak in de keuken.  Uiteraard met het nodige lawaai zodat ze hem toch zouden tegenhouden.  Dit hoorde ik pas jaren later toen ik toevallig zijn vriend en zijn ma tegenkwam.  ‘Je had gelijk’ zeiden ze ‘het is nog veel erger en veel gevaarlijker dan jij vertelde, we hebben hem met geweld het huis uit moeten zetten’.

Daar was ik vet mee.  Ze hadden me beter gesteund en tegen hem beschermd toen het nodig was.

Intussen is Psychoman een schaduw uit een ver verleden.   Maar nu ik dagelijks geconfronteerd word met foto’s van iemand die zo op hem lijkt, komt het toch allemaal een beetje terug.

En dan heb ik medelijden met de personen die nu in zijn net gevangen zitten.  En dan hoop ik altijd dat er geen kindjes bij zijn.

baxterdag from hell

Gisteren, op een mooie lentedag op de zoveelste sneeuwdag dit jaar,  trok ik mijn winteroutfit aan en peddelde te voet naar het ziekenhuis.  Best gezellig zo met die opgewaaide sneeuwduintjes, spekgladde trottoirs en een fikse sneeuwbui met wind die van alle kanten lijkt te komen.

Netjes op tijd kwam ik in het ziekenhuis … ah ja, al wie met de auto of het openbaar vervoer kwam stond wel ergens in de file of langs de kant.

Klokslag 8 uur was het mijn beurt.  En gelijk wist ik al dat het een pechdagje zou worden.  De verpleegster die mij moest aanprikken was er eentje van de ‘vliegende ploeg’.  Alle respect voor die dames en heren die inspringen waar het erg druk is, maar mijn ervaring tot nu toe heeft al aangetoond dat zij niet de meest ervaren ‘prikkers’ zijn.

Als ze nog maar naar mijn handen en armen kijken, begint het al ‘oeh zo’n fijne adertjes’,  ‘oeh jij bent niet gemakkelijk te prikken’ en dan ‘op uw hand prikken ?  Maar dat doet zoveel pijn ‘

Pijn.  Daar beginnen ze dan over.  Dat fout prikken pijn doet.  Nu ja, ik heb àltijd pijn dus een prikje extra zal het echt niet maken.  Ik stel hen dan ook gerust dat ik dat niet erg vind.  Dat ik weet dat ze soms niet van de eerste keer juist prikken.  En dat ik écht het liefste op mijn hand geprikt word en niet in de vouw van mijn arme.  1.omdat ik daar erg gevoelig ben én prikken daar dus wél veel pijnlijker is voor mij. 2.omdat je dan 4 uur aan een stuk met een gestrekte arm moet blijven zitten of je doorprikt je ader.

Prik nr 1 in mijn hand ging al mis : katheter wilde niet opschuiven in mijn ader.  Prik nr 2 in mijn hand ook : naast de ader geprikt.  Prik nr 3 dan maar in de vouw van mijn linkerarm : zo’n belachelijk venijnige prik waarbij je de katheter elke millimeter voelt opschuiven tot hij diep genoeg zit.  Aankoppelen, pomp aanzetten en klaar.

Tot ze rond een uur of 10 mijn pomp kwamen halen (want er was een chemopatiënt toch nog komen opdagen) en mijn baxter aan een gewone ‘kapstok op wieltjes’ hingen.

En toen begon de ellende : mijn adertje dat de hele tijd een constante druk gekregen had via de pomp, moest het ineens doen met normale dingen zoals zwaartekracht en druk etc.  En dat werkt dus niet met mijn inferieure aders : ipv 7 druppels per seconde, kwamen er nog maar 3 druppels per 20 seconden uit de infuuszak.  Nog een halve infuuszak en dat aan dit tempo : ik zou zeker niet rond de middag naar huis mogen.

Om het allemaal nog wat erger te maken, druppelde er ineens geen magnesium meer uit de infuuszak, maar liep er bloed in de draad.  En nog meer bloed.  Verpleegster gebeld die met de handen in het haar stond.  Letterlijk.

Begint die alle plakker van van arm te halen en met haar vinger wat tegen dat ding in mijn arm te porren.  Gek werd ik ervan.  Nog eens porren, en duwen en trekken en jaaaah, er kwamen weer een paar druppels uit de infuuszak.

Op mijn voorzichtige vraag of het misschien  niet handiger zou zijn om ergens anders te prikken omdat deze ader het duidelijk wel gehad had, kreeg ik een angstige blik en het antwoord ‘wacht nog maar wat af, misschien dat het dadelijk beter gaat’.

Na een kwartier weer hetzelfde probleem.  Waarna ze besloot om de katheter door te spuiten om een eventuele verstopping open te maken.  Dat is het uur daarop zo’n keer of 5 gebeurd.

Mijn ader was op en mijn geduld ook.  ‘ik ga eens zien of ik iemand kan vinden die tijd heeft om u opnieuw te prikken’ en weg was ze.

Na een half uur was ik het beu, belde nog maar eens en daar was ze terug : nog eens doorspoelen maar toen de ader direct terug dichtsloeg, ging ze eindelijk haar kar met materiaal halen om opnieuw te prikken.  Ze was doodnerveus dus ik vroeg haar of ze toch geen collega kon vragen om mij te helpen.  Blijkbaar durfde ze dat ook niet, dus prikte ze nog eens 4 keer door mijn aders op mijn hand en mijn arm.

Uiteindelijk kwam mijn kamergenote op het idee om ook een verpleegster te bellen terwijl de mijne mij aan het folteren was en heeft zij verpleegster 2 gevraagd of die mij alstublieft wilde helpen omdat zij het niet meer kon aanzien !

Nog meer gepruts, 3 keer door de aders op mijn hand geprikt, nog ne keer door een paar aders op mijn onderarm geprikt, een keertje door een ader in de vouw van mijn linkerarm – waar nog altijd de katheter inzet voor het geval ze geen andere ader konden vinden.

En dan eindelijk : een ader in de vouw van mijn rechterarm.  Nu zat ik daar schoon : met mijn twee armen gestrekt, in een ongemakkelijke stoel en een infuus dat ook langs rechts amper wilde doorlopen.

Door al dat geknoei en gepruts zag de vloer rond mijn zetel eruit als de vloer van een slachthuis : overal lag bloed.

Intussen werd het middag.  En kwamen ze eten brengen.

‘alstublieft, uw eten.  Ik zal het hier op het tafeltje zetten’.  Waarop ik : ‘ja maar hoe kan ik nu eten : ik mag mijn armen niet bewegen’.  Antwoord : ‘het zijn boterhammen dus koud kan uw eten al niet worden’

3 kwartier later kwamen ze rond om de lege plateaus op te halen : ‘maar mevrouw u heeft niet gegeten’.  ‘Nee juffrouw, met 2 gestrekte armen die je niet mag bewegen, gaat dat niet’.  ‘oh, ik zal de plateau dan nog efkes laten staan’.

Intussen had mijn kamergenote al wel aangeboden om mij te helpen maar dat menske was zo ziek en had zoveel pijn, dat wilde ik  niet.  Ik had trouwens na al dat gedoe geen honger meer.  Het enige wat ik wilde was dat die infuuszak leeg was en ik naar huis kon.

Intussen was het 13.00 uur en tijd voor de 2de shift : de kamers worden in de voormiddag gebruikt voor chemo en baxters en in de namiddag voor de pijnkliniek.

Ze waren al lakens en dekens komen brengen voor de lege stoelen en schortjes komen klaarleggen voor de nieuwe patienten.  Ineens stond Zuster Zuurpruim naast mij.  ‘ik heb die zetel nodig’.  ‘ja en ?  Als u kan zorgen dat mijn infuus sneller loopt, doe het dan, ik wil met alle plezier uw zetel vrij maken’.  ‘geen woord meer en ZZ terug naar buiten’.

Eerste patient pijnkliniek komt binnen met ZZ en krijgt uitleg over de procedure.  Wanneer de man vraagt waar hij zijn kleren mag opbergen antwoordt ZZ ‘in de kast met nr 214 op, die waar madam haar kastje en haar sjakos voor heeft staan’  waarna ze gewoon de kamer uitstapte.

Ik excuseerde mij bij de oude meneer en zijn mevrouw, legde uit dat ik ‘vastzat’ en toen heeft het oude dametje het kastje opzij gereden.  Onthou : al dat bloed lag nog altijd op de grond rond mijn stoel.

Rond 2 uur kwam verpleegster 2 nog eens een kijkje nemen.  ‘Oh u heeft nog altijd niet gegeten’.  En toen met een rood hoofd ‘oh u kan niet eten, zal ik een boterhammetje voor u maken en u eten geven? ‘  Ik dacht dat ik ontplofte.  Ik heb gezegd dat dat niet meer nodig was, dat ik intussen al geen honger meer had.

Elk kwartier kwam ZZ zien of ik al uit haar stoel was.  Zonder iets te zeggen.  Alleen efkes op de infuuszak kijken en weg.

Toen kwam ZZ met pijnpatient nr 2.  Weer uitleg over de procedure, kast aanwijzen.  Waarop de jonge vrouw vraagt of iemand het bloed op de grond kan opkuisen want dat ze het toch maar vies vindt dat ze daar met blote voeten moet doorlopen.  ZZ draait zich om en trapt het af.

Intussen was ik al beste maatjes met de oude man en zijn vrouw.  ‘Hebben we hier niks wat we daar over kunnen leggen’ zei oude man.  ‘ah ja’, zei ik ‘daar op de stoel ligt een dekentje klaar voor als mijn stoel ‘eindelijk’ leeg is’.   ‘Maria’ zei de oude man ‘pakt die seuze (dialect voor deken) en legt die eens rap over dat bloed’.  En Maria deed wat hij vroeg.

Na nog eens honderd keer een gemene blik van ZZ was eindelijk mijn infuus leeg.  Nu ja, nog niet leeg maar het darmpje begon weer vol te lopen met bloed.

Eindelijk, om 15 uur, was ik van de naalden en de miserie vanaf.

Vandaag heb ik vreselijke rugpijn van het urenlang stilzitten in een slechte stoel (oh ja, ik kon die dus ook niet verzetten wegens onbruikbare armen), ik heb twee dikke, blauwe handen en de vouw van mijn beide armen ziet paars.

Dat was dus goed voor 1 keer.  Als er binnen 2 weken ook maar iets mis gaat, ga ik met mijn baxter de gang op en maak kabaal tot ze mij komen helpen.  Of opsluiten op psychiatrie, dat kan ook natuurlijk ;-)

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.