Archief voor de ‘buren’ Categorie

Stout Meneertje Heel Precies

Het overkomt mij zo eens in de 20 jaar dat ik mij overslaap.  Nu ja, als altijd thuis bent en nergens naartoe hoeft, heet het eigenlijk niet overslapen, maar ik schrok mij toch een ongeluk toen ik in de week na mijn longontsteking wakker werd om 10u23.  Jawel, ik werd wakker, het was al licht, ik keek naar mijn wekker en het was bijna half elf !   14 uur aan een stuk geslapen, te zot voor woorden gewoon.

Ik schrok nog meer toen ik de gordijnen opendeed.

Beneden stond Meneertje Heel Precies instructies te geven aan het Poetsmeisje dat de stoep aan het schuren was.

Meestal worden er onzichtbare lijnen getrokken, loodrecht van de huisgevel tot aan de stoep.  Alléén het stukje stoep voor het huis van Meneertje Heel Precies mag geschrobd worden, toch de stoep van de buren niet zeker, ben je gek ?

Alleen stond deze keer mijn auto half voor de gevel van Meneertje Heel Precies en half voor de gevel van Den Boeffer.

Deze keer had Meneertje Heel Precies een imaginaire lijn getrokken van zijn gevel tot aan de voorkant van mijn auto.  Een schuine lijn, dat is helemaal niks voor Meneertje Heel Precies.

Tot ik plots doorkreeg waarom : het Poetsmeisje schrobde namelijk in de richting van mijn auto !!!  En dan zag ik haar een hoopje vuil onder mijn auto schuiven.

Moest het nu zijn dat de parkeerstrook aan de overkant weer volgeparkeerd stond of zo maar neen, alleen mijn auto stond daar (een unicum) en die was het slachtoffer.

Ik sprong meteen in mijn kleren, kamde mijn haar en stormde naar beneden.  Te laat : Poetsmeisje en Meneertje Heel Precies waren intussen naar binnen.  Ik kon alleen vaststellen dat mijn pasgewassen auto aan de zijkant en de achterkant vol smurrie hing.

Nu moet je zoiets met mij niet doen en al helemaal niet als ik mij overslapen heb.

Dus belde ik aan.  Denk je nu dat Meneertje Heel Precies opendeed ?  Nee hoor, de lafaard stuurde zijn Vrouw om de deur open te doen, een oud, ziekelijk mensje.

Tja, daar kon ik dus niet als een furie tegen tekeer gaan.  Dus vroeg ik ‘vriendelijk’ om voortaan aan te bellen als mijn auto in de weg stond, zodat ik hem kon verzetten.  Haar antwoord ‘maar we wisten niet van wie die auto was en we weten niet waar u woont’.  Ik woon dus al 2 jaar recht tegenover hen en word constant vanachter het gordijn begluurd als ik ook maar een voet buiten zet …

Omdat ik de boodschappen vd vorige dag nog moest uitladen, zette ik mijn auto een plaatsje vooruit.  Ik had niet echt een keuze want anders stond ik in het hoopje smurrie te trappelen dat het Poetsmeisje zo netjes achter aan mijn auto geveegd had.

Tja, toen was natuurlijk voor heel de buurt zichtbaar dat er een bergje smurrie voor de deur van Meneertje Heel Precies lag.  Dat kon dus helemaal niet.

Mijn probleem niet dacht ik en ik ging naar de bakker.  Toen ik terugkwam, zag ik Meneertje Heel Precies in de voordeur staan, zijn vrouw in het oog te houden die met de hand het hoopje smurrie moest opruimen !!

‘Nu heb ik je’ dacht ik.  Dus stevende ik recht op hem af en vroeg ook aan hem om voortaan aan te bellen ipv dergelijke fratsen te begaan.

Waarop hij zei ‘maar ze heeft uwen auto toch afgespoten ?’   En terwijl hij het zei, zag hij hoe vies mijn auto aan de ene kant was en hoe vuil aan de andere kant.

‘Gedane zaken nemen geen keer’ antwoordde ik ‘maar voortaan belt u aan, of u betaalt de carwash’.

Een half uurtje later, terwijl ik mijn boodschappen in de kast aan het zetten was, keek ik uit het keukenraam.  Groot was mijn verbazing toen ik zag dat Meneertje Heel Precies mijn auto aan het wassen was !!   Dat was nu ook weer niet mijn bedoeling, maar heeft mij wel een nieuwe rit naar de carwash bespaard.

En Meneertje Heel Precies en zijn vrouw ?  Die zeggen voortaan heel vriendelijk goeiedag en zwaaien naar mij als ik passeer ;-)

003004010

10 dagen huisarrest

Wat ze bij de Huisartsenwachtpost dus een ‘verkoudheid’ noemden, bleek op maandagochtend wel degelijk een longontsteking te zijn. (waar ik mezelf al heel goed bewust van was, want eens je dat één keer gehad hebt, wéét je gewoon hoe dat voelt)

Naar goede gewoonte vroeg de huisarts ‘maar waarom blijf je daar toch zolang mee rondlopen, je weet toch hoe dat voelt’, waarop ik haar met een giftige blik aankeek en vroeg of zij al eens naar de Huisartsenwachtpost was geweest met een longontsteking.

Niet dus.  Wél een keertje naar Spoed omdat ze dus, arts zijnde, voelde dat ze toch wel écht ziek was, waar de dienstdoende arts haar ook naar huis stuurde met een ‘niet zo flauw, zo erg is het niet’  en haar 12 uur later opbelde om onmiddellijk haar werk neer te leggen en zich te laten hospitaliseren wegens ernstige … longontsteking.

Enfin, wat ik dacht, werd bevestigd en met een boodschappenlijstje (een voorschrift kan je dat niet meer noemen als niet alles op één briefje past), trok ik naar de apotheek.

Thuis moest ik begot een lijstje maken van wat ik wanneer moest innemen.  Om de 3 uur dit, om de 6 uur dat, voor het ontbijt iets en na het ontbijt iets anders.  Ik moest zelfs de wekker in mijn gsm van onder het stof halen zodat ik mij niet zou overslapen voor één of ander medicijn.

Want slapen heb ik gedaan.  De eerste dagen én nachten heb ik in feite alleen maar geslapen.  Uren aan een stuk.  Ik was zo slap als een schotelvod.

De buurvrouw aan de overkant van het verdiep hoorde mij hoesten tot bij haar en kwam spontaan aanbieden om boodschappen voor mij te doen.  Bovendien leende ze haar poetsvrouw voor een paar uurtjes uit, zodat mijn appartement er terug een beetje deftig uitzag.

En uiteraard gebeurden er weer dingen die alleen mij maar overkomen : zoals Meneertje Heel Precies die zijn frustratie op mijn geparkeerde auto uitwerkte, een Collect&Go bestelling die helemaal verkeerd was, een onderbuur die eindelijk zijn intrek genomen heeft in zijn appartement en zijn terras in Vlaamse Stijl inrichtte, met bijgebouwtjes en al, …

Enfin, genoeg stof dus om de komende dagen nog een paar blogpostjes te schrijven.

Maar eerst efkes die stapel  post behandelen die hier op tafel ligt.  En die 300 emailtjes die ik intussen binnenkreeg ;-)

 

Meneertje Precies en de olievlek voor zijn deur

In mijn vorige blogpost vertelde ik u al dat de wijkagent hier gepasseerd was en dat het ‘probleem’ van de verboden-te-parkeren-borden opgelost werd.

Maar eigenlijk kwam de wijkagent om een heel andere reden deze richting uit.  Hij was namelijk opgebeld door Meneertje Precies, een bejaarde man die schuin tegenover mij woont.  Meneertje en Mevrouwtje Precies zijn volgens mij stokoud maar gaan niet buiten zonder piekfijn opgekleed te zijn.  Hij in pak met das.  Zij in een net mantelpakje met een sjaaltje en een hoedje.

Meneertje Precies is zo precies dat hij elke donderdagochtend  om 7 u 55 buiten de poetsvrouw staat op te wachten.  Ongeduldig op zijn horloge kijkend en hoofdschuddend zodra het 10 seconden over 8 is.  Want dan is de poetsvrouw te laat.  En dat kan niet bij Meneertje Precies.

Meneertje Precies had dus de politie gebeld omdat er een olievlek op de straat lag, vlak voor zijn deur.  Dat is niet netjes en hij of zijn vrouw zouden er misschien op uitschuiven.  Of een onverlaat van een bezoeker zou er kunnen instappen en zo met zijn met olie besmeurde schoenen hun nette huis binnenkomen.

Dat zowat de hele parkeerzone in onze straat al maanden met olievlekken besmeurd wordt, dat had Meneertje Precies niet verteld aan de politie.  Dat is ook zijn probleem niet ziet u.  Zolang er voor zijn deur maar alles netjes is.

Dus was ik net thuisgekomen en hoorde de walkietalkie van de politie buiten.  Zo 2 verdiepingen lager net onder mijn raam.  Nieuwsgierig als ik ben (ah ja, wat moet ik hier anders neerschrijven) ruimde ik een hoop spulletjes van de vensterbank en trok het raam open.  Ik hoorde hem nog nét de 3 laatste tekens van mijn nummerplaat zeggen.

Om hen de moeite van het opzoeken te besparen, riep ik maar door het raam ‘dat is die van mij, dat ben ik’.  Niemand in deze straat die van dergelijk gedrag opkijkt.  Of misschien wel, om helemaal op te gaan in de plaatselijke geplogenheden had ik beter ‘hey menier polies, daddis mainen otto, daddis dieje van mai’ geroepen.

Of ik hem een beetje wilde verplaatsen want de brandweer kwam iets doen aan de olievlek voor de deur van Meneertje Precies en mijn auto stond daar vlakbij geparkeerd ‘en we zouwe nie wille dat de brandweer uwen otto beschadigd he madam’.  Alle vertrouwen in de plaatselijke brandweer dus.

Beneden gekomen zei de agent dat mijn auto maar een beetje achteruit moest, dan konden ze dat euvel met die olievlek oplossen.  Ik moet daarbij nogal een vreemd gezicht getrokken hebben en zei snel ‘ik denk dat ik hem liever elders ga parkeren, ben zo terug’.

Teruggekomen stond de wijkagent te staren naar nog méér olievlekken die tevoorschijn gekomen waren toen ik mijn auto verplaatste.

Meneertje Precies deed of zijn neus bloedde en moest ineens terug binnen zijn ‘zoe koud vandaog he mense, sebiet schaar ik nog iet oep’.

Enfin, samen met een andere buur legde ik dus aan de wijkagent uit dat het olievlekkenprobleem al veel langer aan de gang was en dat de brandweer eigenlijk heel de straat zou moeten proper maken.

Ooit al een wijkagent gezien die roloogt ?  Ikke wel.

‘En niemand weet van wiens auto dat is ?’  ‘ik heb wel een heel zwaar vermoeden’ zei de buurman van een paar huizen verder.  Uiteraard kon ik mijn mond weer niet houden en reageerde van ‘vermoeden ?  Ik ben vrij zeker wie de olievlekkenman is’.   Waarop hij zei ‘mijne gebuur zekers he’.  Tja, mijn uitkijktoren bedraagt geen 360° dus ik kan alleen de overburen bespioneren en alle buren wiens tuintje ik vanop mijn terras kan zien.  Buurman een paar huizen verder valt niet binnen mijn spionageveld ;-)

‘Tja, als uw buurman veel kinderen heeft en er Afrikaans uitziet, dan hebben we het over dezelfde’ antwoordde ik.  Waarop buurman zich naar binnen spoedde want hij was pas geopereerd en moest dringend gaan liggen.

Daar stond ik dus met de wijkagent, die meteen streng vroeg ”en waar wonen die mensen dan”.  Ik kon moeilijk heel de uitleg doen over wat ik wél en niet kan zien vanuit mijn uitkijktoren en ik moest hem het antwoord schuldig blijven.   En geen van beiden hadden we gezien achter welke voordeur de geopereerde buurman zich had teruggetrokken.

Dus deed ik weer de uitspraak van de dag ‘aan deze kant van de straat kan ik dat niet zeggen, maar als we aan de overkant gaan staan, kan ik u gelijk vertellen in welk huis olievlekkenman woont’.  De blik van de wijkagent was goud waard.  ‘En hoe kan u dat weten door aan de overkant te gaan staan ?’  ‘Ah meneer agent, ik zie dat aan de inrichting van de verdiepingen’ Nog meer verbijstering.  Tot we beiden aan de overkant van de straat stonden en ik het huis aanwees met de non-gordijnen aka versleten lakens voor de slaapkamerramen’

Ooit een wijkagent gezien die met moeite zijn lach kan inhouden en zich daarbij verslikt ?  Ik wel.

Dus nu wordt er een officieel politie-onderzoek gestart naar de dader van de aanslepende milieu-vervuiling.  Want ja, eigenlijk is zelfs één keertje olie verliezen al milieu-vervuiling, laat staan een hele straat onder de olievlekken besmeuren.  En nee hoor, dat verzin ik  niet : dergelijke dingen zijn gedekt in uw auto-polis.  Op voorwaarde natuurlijk dat u hen direct van het euvel op de hoogte brengt en geen maanden wacht totdat de politie u komt vragen hoeveel bussen motorolie u op een jaar wel niet verbruikt.

Want een wijkagent die bijna twee uur moet rondlopen (tja, de brandweer bleef een eeuwigheid weg) en dan nog eens een brandweerwagen, twee brandweerlieden, de brandweercommandant en kilo’s olie-opslorpende korrels, dat kost geld.  Veel geld.

Hoogstwaarschijnlijk kan ik u binnenkort berichten over het vervolg van deze historie.  Want op de één of andere manier voel ik aankomen dat ik een getuigenverklaring op papier ga moeten opstellen.  Dat van die non-gordijnen ga ik dan wel weglaten ;-)

Uiteraard kwam Meneertje Precies kijken of de brandweer wel voldoende olie-absorberende korrels strooide.

Uiteraard kwam Meneertje Precies kijken of de brandweer wel voldoende olie-absorberende korrels strooide.

149

verboden te parkeren op donderdag en vrijdag

In onze straat wordt er altijd wel ergens verhuisd.  Of er worden werken uitgevoerd.  Of containers afgezet.

Om kort te zijn : bijna altijd staan er wel érgens borden met een tijdelijk parkeerverbod.  Waar dan ook altijd op gevloekt wordt want de parkeerplaatsjes in de straat zijn schaars.

Zo werden er een 6-tal weken geleden recht over mijn deur verkeersborden geplaatst op 2 parkeerplaatsen met de vermelding ‘verboden te parkeren op donderdag en vrijdag’.

Niemand vond dat vreemd want even verderop waren ze een huis aan het slopen en waar wij wonen verschuift de verkeersas een beetje.  Maar als er een parkeerverbod is voor de eerste parkeerplekjes, dan kunnen vrachtwagens en ander zwaar verkeer elkaar makkelijk kruisen.

En jawel, de eerste week stonden er wagens van het OCMW (eigenaar van het te slopen huis).  Dus iedereen dacht dat het goed was en zorgde ervoor dat de parkeerplaatsjes netjes vrij waren op donderdag en vrijdag.

Maar op week 2 stond er niemand.  Er werd ook niet meer verdergewerkt aan het huisje.  Week 3 : niemand.  Ik had al eens aan Savooi, die nu ergens bij de gemeente werkt, wie ik moest bellen om te horen waarom die borden daar nu toch stonden.  Week 4 : weer 2 lege plaatsen op donderdag en vrijdag.  Week 5 werd ik al heel ambetant maar ik dacht ‘hou u in mensch want jij bent de enige die ooit naar de wijkagent belt om te zagen, hij zal denken ‘daar is ze weer”.

Gisteren was het dus donderdag.  Week 6.  En passeerde de wijkagent in de straat voor een andere zaak (daarover meer in een volgende blogpost).

Omwille van die andere zaak moest ik naar beneden om mijn auto te verplaatsen zodat de brandweer mijn auto niet zou beschadigen (ja ik weet het, ik zal het weer voorhebben).

Uiteraard buren op straat en dàn kunnen ze hun mond ineens wel opendoen.  Waarom die borden daar al zo lang staan ?  En van wie zijn die ?

Wijkagent roept het hoofdkantoor op : niemand weet van iets.  Wijkagent laat hoofdkantoor contact opnemen met de verkeersdienst van de stad : niemand weet van iets.  Wijkagent probeert ook eens bij het OCMW : hetzelfde resultaat.

Blijkbaar werden de borden elders gestolen en hebben grappenmakers ze hier in de straat achtergelaten.

Ik kreeg instant de slappe lach.  Mijn zuurpruimen van buren konden er het grappige niet van inzien en hebben de arme wijkagent (die er niks kon aan doen) eens goed zijn vet gegeven.

Enfin, ik kan dus terug voor de deur parkeren.  Of nee, toch niet, maar dat is voor de volgende blogpost.

het stinkt

Het stinkt in mijn appartement.  Soms stinkt het zo hard dat ik er misselijk van word.

De oorzaak ?  Geen idee maar we weten intussen wel dat de stank binnenkomt via het verluchtingsrooster in de berging. En dat de stank verergert als we de dampkap in de keuken aanzetten.

Of als ik in de slaapkamer een raam openzet om te verluchten en vergeet om de deur van de berging dicht te doen.  Dit ontdekte ik toen ik vorige week op de koffie ging bij de buurvrouw en een uurtje later terug binnenkwam.  Een open riool was er niks tegen.  Ik haalde de buurvrouw erbij en die begon spontaan te kokhalzen.  Zo erg dus.

Aangezien er in het gebouw wel meer bouwtechnische problemen zijn (het gebouw is al anderhalf jaar bewoond maar nog steeds niet definitief opgeleverd) en er ook bij andere buren geurhinder is – de gemeenschappelijke hal stinkt naar rotting en bederf en op het gelijkvloers is het zo vochtig als in een hamman, alleen veel kouder – gaan we ervan uit dat het hier ook om een constructiefout gaat.

Maar daar heeft de aannemer geen oren naar.  Eerst was het dat ik het raam moest openzetten als ik wilde koken.   Toen ik reageerde dat het een beetje belachelijk was om in de winter met je jas aan achter het fornuis te gaan staan, bleef het een tijdje stil aan de kant van de aannemer.

Ik merkte wel dat andere probleempjes in het gebouw wél opgelost werden, zoals spiegels aan de uiterst gevaarlijke uitrit (ook weer zo’n foutje van de aannemer).  Nu ja ‘opgelost’ : aan de lift hing plots een briefje dat deze om veiligheidsredenen niet meer mocht gebruikt worden.  Niks mis met de lift, alleen was de aannemer ‘vergeten’ om ze te laten keuren voor gebruik.  Dat briefje hangt er nu al bijna 4 maanden.

Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en stuurde de aannemer een mailtje waarin ik onschuldig suggereerde dat de stank zo erg werd dat ik het verluchtingsrooster boven de gasinstallatie (waarlangs de stank zijn weg naar binnen vind) maar ging dichtplakken.  Uiteraard weet ik dat zoiets niet mag en bovendien gevaarlijk is, maar ik moest hem toch met iéts uit zijn tent lokken en tot actie aanzetten.

Binnen de 5 minuten een mailtje terug : dat verluchtingsroosters afplakken niet mag.  Maar dat hij dacht dat het een probleem van onderdruk was.  ‘de verluchtingsroosters in het appartement én alle verluchtingsroosters boven de ramen moeten altijd blijven openstaan, zo kan er geen onderdruk zijn en kan er niets vanuit de verluchtingsschacht naar binnen gezogen worden’

Ah proberen dacht ik.  Dus alle roosters braafjes opengezet en ineens had ik een openluchtappartement.  De wind gierde in de roosters boven de ramen en in de woonkamer was er een onaangename koude tocht die de gordijnen deed opwaaien.  Ook in de badkamer dolle pret : de gordijnen bewogen in het ritme van de wind en hoewel de verwarming op de hoogste stand stond was het er ijskoud.  Jaaaaaah zo’n buitendouche is dus niets voor mij.

Ook de arme verwarmingsketel heeft het mogen weten : die bleef maar draaien en draaien want in de woonkamer werd het niet warmer dan 19°.

Dus ga ik moeten kiezen tussen 2 kwaden : stank of kou (en een lege portemonnee).

Of verhuizen.  Dus wie een betaalbaar huisje of appartement weet in de regio Lier / Herentals / Heist-op-den-Berg waar 3 poezebeesten en ikzelf welkom zijn, is een held.  O ja : geen stank of hoge energierekening graag.

 

Een vreemd geluid in de nacht

Op de foto hierboven liggen de 3 poezebeesten als een blok te slapen maar enkele weken geleden was dat wel anders…

De zoveelste slapeloze nacht op rij, draaien en keren en niet terug in slaap geraken.  Dus besloot ik om maar naar beneden te gaan rond een uur of 3 in de ochtend.

Buiten was het best warm voor ‘s nachts en dat voelden de poezen met hun inwendige thermometer maar al te goed.  Dus begonnen ze met 3 te zeuren om buiten te mogen.  Miauwen dat het niet normaal is, aan mijn stoel krabben, elkaar op stang jagen en ga zo maar door.

En hoewel ik dus écht wel beter weet, dacht ik : ‘ach waarom niet, ik laat ze gewoon even buiten, dan kunnen ze hun wandelingetje doen.  Ze gaan zo vaak alleen buiten’

Terrasdeur open dus en 3 blije poezen stormden naar buiten.   Rond half 4 hoorde ik een vreemd geluid buiten, net of er iets tegen de reling van het terras geslagen werd.  Ik ging kijken maar nergens brandde er licht.  Fientje en Oona zag ik niet, maar dat is niet ongewoon : zij zijn de durvers in huis en gaan gemakkelijk een dak of 3 verder op de uitkijk zitten.  Mammie zat gewoon op het terras.

Voor alle zekerheid heb ik toch maar op Oona en Fientje geroepen en na een tijdje kwam Oona terug.  Helemaal tegen haar gewoonte in, kwam ze naast mij zitten miauwen en liep ze opgewonden naar buiten en terug binnen.  Fienie was in geen velden of wegen te bespeuren maar dat gebeurt nog wel.

Omdat Oona zo opgewonden bleef rondlopen werd ik toch wel ongerust.  Ik nam de zaklamp en scheen over de daken.  Geen Fientje te bespeuren.  Ik scheen ook langs de reling want Fienie is de enige die voor de reling durft lopen om naar de andere kant van de dakterrassen te gaan.  Geen Fientje te zien.

Ik begon stilaan doodongerust te worden en ging in mijn badjas naar beneden om vanaf de straat naar de dakgoten te kijken van de huizen naast ons.  Geen Fienie te zien.  Dan maar langs de achterkant van het gebouw naar de garages en vandaar alle terrassen afspeuren.  Geen Fienie.

Terug boven begon ook Mammie zenuwachtig heen en weer te lopen.  Dus nam ik de zaklamp, boog mij over de reling en begon de terrassen onder mij af te speuren.  En toen hoorde ik een klagelijk gejank : Fienie zat een terras lager bij de buren.  Op het eerste zicht mankeerde ze niks want ze liep nerveus van de ene kant naar de andere terwijl ze maar naar boven miauwde.

Uiteraard gebeuren dergelijke ongelukken op een zaterdag, wanneer de onderburen niet naar hun werk moeten.  Normaal gesproken vertrekt de buurvrouw rond half acht naar haar werk.  Ik was al naar beneden gegaan om een briefje onder hun deur te steken dat ze mij moesten verwittigen als ze op waren zodat ik Fientje kon komen halen.

De uren duurden een eeuwigheid.  Af en toe ging ik naar Fientje kijken maar dan werd ze zo nerveus en begon ze zo hard te miauwen dat ik dacht dat ik haar beter even met rust zou laten.    Rond half acht (toen het arme beest al 4 uur gevangen zat op het terras onder ons) begon ze harder te miauwen.  Ik zag dat ze probeerde om op de terrastafel van de buren te springen maar dat dat niet meer lukte.  Toen was ik pas écht in paniek : mijn kleine Fienie die gewond gevangen zat en ik kon haar niet helpen.

Ik haalde Savooi uit zijn bed en die had gelukkig de tegenwoordigheid van geest om het gsm-nummer van de buren te zoeken.  Ik stuurde een SMS en binnen de kortste keren antwoordde de buurman dat ik mijn kleine Fienie mocht komen halen.  Half aangekleed deed de man de deur open.  Er moesten nog gordijnen opgehaald worden, sloten opengemaakt en stokken voor de schuifdeur weggehaald worden (jahaaa de onderburen hebben zich gewapend tegen dieven en indringers) en toen Fientje eindelijk weg van dat enge terras.

Op het eerste zicht mankeerde ze niets maar ze weigerde resoluut om in het reismandje te gaan zitten.  In plaats daarvan ging ze de meubels van de onderburen een kopje geven.

Geen gemauw toen ik haar oppakte en eenmaal terug boven begon ze als een gek te eten.  Maar toen ze op haar dekentje in de zetel wilde gaan liggen, lukte dat niet meer.  De trap oplopen was ook een probleem én ze had een vreemde buil net onder haar oog.

Intussen voelt ze zich al een pak beter.  Springen gaat de ene dag wel, de andere dag niet en als ze de trap afkomt, zie ik dat ze haar achterpootje soms optrekt en op drie pootjes naar beneden hupst.

Waar ze vroeger altijd haantje-de-voorste was om buiten te mogen, blijft ze nu vaak op haar dekentje liggen en kijkt ze naar buiten wanneer  de terrasdeur openstaat.

De reling is intussen gebarricadeerd zodat ze er niet meer voor én niet meer door kan kruipen.  De toegang naar de buren naast ons (waar ze dolgraag gingen spelen/slapen onder de terrastafel is dichtgemaakt en de 3 meiden mogen alleen nog onder toezicht buiten.

Maar ik blijf boos op mezelf : waarom heb ik dat terras niet eerder dichtgemaakt ?  Waar zat ik met mijn hoofd om te denken dat Fienie wel voorzichtig genoeg zou zijn om niet naar beneden te donderen ?

Parkeren nieuwe stijl

Parkeren in onze straat is niet altijd simpel.  Overdag gaat het nog wel, dan is er altijd wel een plekje vrij.  In het weekend en ‘s avonds heb je een portie geluk nodig om nog plaats te vinden.  Het verplicht gebruik van parkeerschijf tussen 9 u en 17 u zal daar uiteraard wel voor iets tussen zitten.

Die parkeerschijf zorgt er ook voor dat er vrijwel alleen bewoners in de straat geparkeerd staan. Of mama’s en papa’s die hun kindjes naar school brengen.

Nu ondanks het beperkt aantal plaatsen gaat het er hier meestal heel beschaafd aan toe.  Er wordt weinig fout geparkeerd en men houdt netjes afstand.

Enfin dat was zo.  Want sinds kort zijn er nieuwe overburen.  En die hebben een heel eigen interpretatie van parkeren.  Zo iets van ‘als ik er met mijn wrak nog tussenuit kan, dan zal het wel goed zijn’.   En dat ‘er tussenuit kunnen’ wordt dan nog heel vrij geïnterpreteerd.

De voorbije week heb ik hen al 3 keer de auto voor en/of achter hen zien en horen rammen.

Niet dat ze bruusk achteruit rijden en er gekraak van metaal te horen is.  Nee nee, ze hebben parking assistance.  En volgens mij staan de luidsprekers van die parking assistance aan de buitenkant van hun auto.  Ik hoor dus duidelijk het onderbroken getuut van dat ding, korter en korter na elkaar.  Maar zij moeten potdoof zijn want ze blijven achteruit rijden tot het één langdurig getuut is.  En de auto achter hen beweegt.

Daarna rijden ze terug vooruit.  Met een beetje geluk wordt de auto voor hen gespaard.  Maar af en toe schampen ze ook nog even langs de achterbumper van degene die voor hen staat.

Die parkeerethiek blijkt een familie-aangelegenheid te zijn.  Ook oma doet hier rustig aan mee.  Alleen heeft zij geen parking assistance.  Of wel : ze claxonneert luid als ze in de straat komt.  Zoonlief komt dan naar buiten om oma te helpen bij het parkeren.  Zoonlief kan uiteraard niet overal tegelijk zijn.  Daarom staat hij vooraan te kijken terwijl oma achteruit tegen de wagen achter haar schuurt.  Wanneer oma terug vooruit rijdt om zich goed te zetten -waarbij ze de motor laat brullen-  springt haar zoon naar achteren om van daaruit aanwijzingen te geven.
Het is pas goed als er tussen de voorbumper van haar auto en de achterbumper van die voor haar nog een hand tussen kan.  Dan stapt ze uit, knalt haar deur dicht.  En komt nog een keer of drie terug omdat ze haar sjakos vergeten is.  Of de boodschappen.  Of den hond.

Benieuwd hoe lang het gaat duren vooraleer de agressieve beroepsmilitair van hierover zijn geduld verliest.  Of buurman van hiernaast zijn camionette dubbel parkeert zodat ze niet meer weg kunnen.  Want dat gaat ervan komen.  Ik voel dat.

En ik wil dan uiteraard thuis zijn en vanaf mijn podiumplaats op de 2de verdieping alles life volgen.  Of wat had u gedacht ? ;-)

 

een vriendje voor Pebbles Godverdoemme

wanneer ik in de namiddag op mijn terras zit, weerklinkt er meerdere malen ‘Pebbles Godverdoemme’, gevolgd door een vrolijk geblaf.

Pebbles is het hondje van Machinebuurman en zijn vrouw.  Machinebuurman is iemand die voor elk karweitje in de tuin een machine heeft.  Geen gewone machine, maar meestal een professionele uitvoering die meer lawaai maakt.

Stel u nu niet veel voor bij de tuin van Machinebuurman.  Het tuintje is amper een zakdoek groot en sinds hij het terras vergroot heeft en een trampoline voor de kleinkinderen plaatste, is het nog maar een kinderzakdoek groot.

Wat hem niet tegenhoudt om bijvoorbeeld de takjes van de haag (die zowat elke maand met een electrische haagschaar geschoren wordt) met een hakselaar te verhakselen.  De hakselaar past amper tussen het tuinhuis en de trampoline, maar er zal gehakseld worden.

Het gazon wordt wekelijks met een grote grasmaaier afgereden.  Waarna de kantjes met een bosmaaier !!! (jawel, geen gewone kantenmaaier) worden bijgewerkt.

Ondanks het feit dat Machinebuurman dus een groot liefhebber is van al wat lawaaierig is, verwacht hij van zijn hondje dat het uiterst stil is.  Bij het minste blafje klinkt er ‘Pebbles Godverdoemme’ door de buurt.

En nu heeft Pebbles een vriendje gekregen.  Een schattig zwart/wit poesje dat Miller heet.  Of beter Miller Miljaardedju, want Miller is nog speels en krabt al eens naar Machinebuurman.

Oh en dan hebben we ook nog Stoemenond.   Die woont bij Doehetzelfbuurman, Doehetzelfbuurvrouw en Onzenjohn.  Maar dat is voor een andere keer ;-)

 

tjitjiep tjitjiep tjitjiep

uren aan een stuk hoor ik getjitjiep, onderbroken door ‘hiiiiiigh fiiiiiiiive, hiiiiiiiiiiiiiigh fiiiiiiiiiiiiiiive’

En elke keer sta ik verbaasd wat voor een conditie de buurkinderen toch moeten hebben : uren aan een stuk staan die met z’n allen op trampoline’s (ja ja er staan er verschillende daar beneden) te springen en te roepen.  Uren aan een stuk, dagen aan een stuk.

En ik, ik begin precies een tjiptjiepovergevoeligheid te ontwikkelen ;-)

Katten zijn vrije dieren

Iedereen mag zoveel katten houden als hij wil, daar zijn geen beperkingen op.  Als er ook maar één kat iets overkomt, dan weten wij u te vinden.’

Dat was blijkbaar het antwoord dat één van de buren kreeg van de plaatselijke politie, omdat zij het aandurfden om de plaag van zwerfkatten en loslopende huiskatten aan te kaarten die hier op de begane grond heerst.

Zoals u allen weet, ben ik een absolute kattenliefhebber.  Er lopen hier op 2 hoog 3 exemplaren rond en die dames hebben twee terrassen (tja, ze zijn intussen bevriend met de buurvrouw) en een aantal platte daken (ook allemaal 2 hoog) tot hun beschikking om een wandelingetje te doen.

De dames hier hebben het heel goed vergeleken met hun soortgenoten wiens territorium op de begane grond ligt.   En die soortgenoten die zijn zéér talrijk en hun aantal groeit elke maand weer aan.

Knelpunt zijn een aantal zwerfkatten die hier terecht gekomen zijn,  maar het grootste probleem ligt bij één van de bewoners van de wijk.  Zij hebben (bij de laatste telling door hun naaste buurvrouw) inmiddels een 20-tal (jawel twintig) katten in huis.

Geen enkele van deze katten is gesteriliseerd dus u kan al raden dat het aantal gestaag aangroeit.  Laatst zag ik op de parking weer een nestje kittens spelen.  Lief en schattig uiteraard maar de beestjes gaan een moeilijk leven tegemoet.

Immers, de eigenaars van de dieren zijn vaak langdurig van huis.  Zij gaan dan naar hun buitenhuis in Spanje, waar zij blijkbaar ook meerdere katten bezitten.  Tijdens hun afwezigheid zetten zij een raam aan de voorzijde van hun huis open zodat de katten binnen en buiten kunnen wanneer zij dat willen.  Op de vensterbank staan regelmatig vieze vuile schaaltjes met melk en katteneten.    Zwerfkatten doen maar al te graag mee aan dit feestmaal, dat moet ik u waarschijnlijk niet zeggen.
De stoep en de gevel van het huis is één vieze vettige boel en tegenwoordig steek ik de straat over als ik er moet passeren.

Binnenshuis staan (naar horen zeggen, want ik ben nog nooit bij deze mensen binnen geweest) meerdere kattenbakken.  Tijdens hun afwezigheid worden die niet proper gemaakt.  Ze hebben alleen een vrijwilliger gevonden die af en toe de voedselvoorraad aanvult, voor de rest moeten de beesten hun plan trekken.

Het moet niet gezegd zeker dat de katten niet ingeënt worden tegen ziektes, laat staan ontwormd worden of tegen vlooien behandeld.

Wanneer alle kattenbakken binnen vol zijn, zoeken de dieren een ander plekje om hun behoefte te doen.  Lees : de tuinen van de buren, de daken en terrassen op 1 hoog van een aantal buren, de zandbak van de kinderen, parkings etc.

Een zacht en warm plekje voor een dutje te doen altijd aangenamer dan een betonnen tegel dus wanneer ze de kans zien, liggen ze op het tuinmeubilair van de buren te slapen.  Vlooien krijgen de buren gratis cadeau.

Ruiken ze ergens een lekker hapje zoals een bakje katten- of hondeneten of een bordje vlees of kip, dan is een kiertje voldoende om ze een vreemd huis te laten binnenglippen en op te eten wat ze kunnen.  De honger is soms zo groot dat ze hun angst voor vreemde mensen vergeten.

Uiteraard worden ziektes doorgegeven aan andere katten.  Lees : als andere buren hun huiskatten buiten laten, hebben zij heel veel kans dat hun huisdier met ziektes of verwondingen naar huis komt.  Want de zwerfkatten kunnen vechten als de beste, dat kan ik regelmatig bewonderen vanop mijn terras.  Aan mijn poezebeesten kunnen ze niet aan, gelukkig maar want dan hadden Pluis, Oona en Mammie voor altijd huisarrest.

Ik begrijp echter het standpunt van de politie/gemeente niet.  Enkele jaren geleden was er hier in de buurt ook een gelijkaardig kattenprobleem, net een blok verder als waar wij wonen.  Toen werd er pas ingegrepen nadat de bewoonster met de noorderzon vertrokken was.  Tientallen verwaarloosde poezen moesten plots een thuis vinden.  Een groot aantal van hen kon niet meer gered worden maar gelukkig hebben veel van hen uiteindelijk een goede thuis gevonden.   De woning was tijdelijk onbewoonbaar, die moest eerst grondig ontsmet worden.  Ook daar waren de buren al jaren aan het klagen en werd er niets gedaan.

Is dat nu overal zo of zijn er ook gemeentes waar er wel ingegrepen wordt ?  Ik bedoel dan niet dat ze de arme beesten moeten afmaken maar bestaan er geen manieren om ze te vangen en te steriliseren en dan terug te zetten ?

Er is wel één ding waar de buurt geen last van heeft : muizen of ratten willen hier liever niet wonen.

 

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.