Archief voor september, 2011

De kleinste is hier de baas

Mammie Inneke. De opperpoes.

Jaja, zij die Mammie Inneke gekend hebben toen ze nog in huize Liesbrit woonde, zullen hun oren niet geloven maar hier is Inneke de baas.

Veel kleiner dan haar dochter Oona (die de laatste weken trouwens nog een groeistuip gekregen heeft) en zowat de helft van Fientje, maar met voorsprong de felste poes hier in huis.

Gisteren was het nog eens heel erg duidelijk.

Af en toe krijgen de poezendames een ‘hapje’.  Dat is dan een klein blikje Schesir dat ze met 3 moeten delen. En dan zie je duidelijk wie hier de baas is.  Fientje zit vlak bij het bordje te likkebaarden maar raakt het eten niet aan.

Eerst mag Mammie Inneke eten.  Die eet tot ze genoeg heeft en staat dan haar plaats af aan Fientje.  Pas als Fientje haar buikje vol heeft, mag Oona eten.

En daar heeft Vrouw dus niets aan te zeggen.  Ik mag proberen wat ik wil : Fientje of Oona zullen niet voor hun beurt eten.

En die hierarchie geldt ook op andere punten.  Bijvoorbeeld bij het ‘op bed liggen bij Vrouw’.  Ook hier is Mammie de baas.  Ligt er al een andere poes op bed te ronken, dan kan die maar beter ver van Vrouw liggen want anders moet ze willens nillens van het bed af.

Ja ja, Mammie Inneke is al lang niet meer dat bange poesje van vroeger.  Integendeel zelfs.  Soms is ze zélfs een beetje té brutaal.

Als ze Vrouw haar plekje op de bank inpikt bijvoorbeeld.  Of de ligstoel op het terras :-)

 

Bank én dekentjes ingepikt door Mammie.

 

en als Oona stout geweest is, krijgt ze ervan langs

 

tja, Oona doet soms ook wel eens dingen die niet mogen natuurlijk ;-)

 

en dan heel vaak dingen die ze van tante Fientje geleerd heeft :-)

Er is nog hoop voor mij …

Zowat een maand geleden verkondigde ik ‘s avonds heel fier aan Savooi : ‘ik overweeg om toch eens terug een aantal behandelingen bij de kine te laten doen.  Er is er hier eentje in de straat, maar een paar huizen verderop’.

De zaterdag daarop gingen we te voet naar de markt en vroeg Savooi : ‘waar is die kinesist nu eigenlijk?’

‘ah, een paar huizen voorbij ons, je zal dat wel zien als we daar seffens voorbij wandelen’

Vergeet het dus maar he.  Ondanks het feit dat ik er écht heel zeker van was dat ik een bordje ‘kinesist’ naast een deurbel had zien hangen, was er in heel de straat geen kinesist te vinden.

Savooi zei heel voorzichtig ‘het is niet dat ik je niet geloof he… maar ben je wel zeker dat het in onze straat was?’

Waarop ik extreem aan mezelf ging twijfelen.  Want inderdaad ben ik de laatste tijd heel erg moe, vergeetachtig en kan ik mij 0.000023 seconden op iets concentreren en dan is de concentratie weg ;-)

Dus de volgende dagen, telkens ik boodschappen ging doen, was ik dus als een gek alle gevels aan het beloeren.  Maar neen, nergens een bordje te zien.  Ook niet in de aanpalende straten trouwens.

Vorige zaterdag, ongeveer een maand later, was ik er dan toch overtuigd dat het een hersenspinsel was.  Waar haalde ik dat toch, een kinesist in onze straat ?

Tot vandaag !  Want wat zag ik vanochtend toen ik naar de bakker ging ?

Op nummer 44 in onze straat, achter het raam stond een gebarsten plexi bordje ‘kinesist’ !!!!

Hoogstwaarschijnlijk is dat rotding van de muur getrokken of gevallen tijdens de verlofperiode en heb ik dus al die tijd voor niks aan mezelf getwijfeld.

Dus voor iedereen die het wil horen : er is nog hoop voor mij, ik ben nog niet helemaal van de wereld ;-)

loodzwaar

zo wegen de dagen de laatste week.  De weerbots van de verhuis en alle voorgaande gebeurtenissen begint stilaan zijn dieptepunt te bereiken.

Het is niet de eerste keer dat ik door zo’n diep dal moet. En dat is nu nét het probleem denk ik.  Omdat ik weet wat er gaat komen, voelt het allemaal veel erger aan.

Er is ook een klein lichtpuntje.  Erger dan dit gaat het (hopelijk) niet meer worden.  Ik zit op de bodem en dat is heel erg diep.

Alles wat je doet vraagt een immense inspanning en de meest simpele dingen, die je normaal zonder nadenken uitvoert, vragen het uiterste van je concentratievermogen.

Je lichaam dwingt je tot rusten.  Zo kan ik het ene ogenblik nog aan tafel zitten en het volgende ogenblik heel erg moe zijn.  Zo moe dat ik onmiddellijk de zetel op moet of naar bed moet.  En instant in een hele diepe bodemloze slaap vallen.  Voor een uur. Of twee.  Of langer.

En dan is er ook de pijn.  Altijd.  Zeurend.  Knagend.  Dwingend.  Heel mijn lijf doet zeer.  Elke spier, elk gewrichtje knaagt en wringt tegen.  En alsof dat nog niet genoeg is, is er ook oorpijn, keelpijn, buikpijn, …

Zelfs  een boek lezen is op dit moment al niet meer mogelijk.  Wanneer ik onderaan een pagina ben, weet ik niet meer wat ik daarvoor gelezen heb.  Dat is weg.  Mijn geest en lichaam schakelen over op ‘alleen wat echt nodig is en de rest moet even op de achtergrond’.

Vroeger kwam daar dan ook nog eens bij dat ik op dergelijke zware momenten ook nog eens tegen mijn huisgenoten op moest boksen.  De ex die maar niet kon vatten dat ik écht niet in staat was om de simpelste dingen te doen.  En het stiefkind dat dergelijke gelegenheden aangreep om mij nog dieper in de put te duwen.

Gelukkig hoeft dat nu niet meer.  Savooi heeft een engelengeduld en luistert meestal beter naar de signalen die mijn lichaam uitzendt dan ikzelf.  Dat vind ik dus straf he.  Wreed straf.  En ook wel bijzonder.   Dat iemand die nog maar zo kort met mijn ziekte geconfronteerd wordt, daar zo goed mee kan omgaan, dat verdient eigenlijk een medaille.  Of beter nog : een blinkende kitscherige trofee.  Om boven op de kast te zetten.  Zodat die extreem in mijn zicht staat en mij eraan herinnert dat ik tijdelijk wat gas terug moet nemen.

 

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.