Archief voor oktober, 2010

Regenweer, stormweer, …

Ik zal wel gek zijn, maar ik vind het dus écht leuk als het pijpestelen regent.  Of als het zo hard waait dat je bijna uit je jas vliegt.

Helemaal fijn vind ik het als ik dan lekker onder mijn donsje in mijn bed lig en het lawaai van de regen op de dakramen hoor.   Of de wind hoor gieren rond het huis.

Vandaag is het weer zo’n fijne dag.  De regen valt met bakken uit de hemel.  De lucht is grijs en grauw.  En ik kijk ernaar en geniet.  Met volle teugen.

Kan bijna niet wachten tot er weer een stevige herfststorm aankomt :-)

Déjà-vu

Begin vorige week had ik een déjà-vu.  En geen aangename moet ik zeggen.

Ik voelde me doodziek en plots had ik hoge koorts, een loopneus, last om te ademen en wat meer is : de tranen liepen over mijn wangen, zonder dat ik er iets aan kon doen.  Ik huilde dus niet he, de tranen liepen gewoon letterlijk over mijn wangen.

En toen had ik dus mijn déjà-vu.  Deze ging terug naar een gebeurtenis zo’n dikke dertig jaar geleden.

Ik moet een jaar of 8 geweest zijn toen ik heel erg ziek werd.  Longontsteking.  Ik had verschrikkelijke koorts en moet werkelijk doodziek geweest zijn.  Zo ziek dat mijn oppasmoeder ‘s avonds laat nog het hele eind naar ons gereden kwam om mij te bezoeken omdat ze zo ongerust was.  Ik voelde me ellendig en de tranen stroomden over mijn wangen.  Toen ze mij vroeg waarom ik weende, zei ik “ik weet het niet” … omdat ik het écht niet wist.  Die tranen waren daar gewoon, zo zonder reden.

En toen … toen wist ik dat ik weer prijs had.  Dertig jaar geleden en toen was het daar ineens terug : de longontsteking.

Machoman zei “het zal zo erg wel niet zijn” omdat ik ook nog keelpijn en zo had.  Hij dacht dat het om een griepje ging.  Want zoals de meeste mensen dacht hij dat longontsteking gepaard gaat met hoesten tot je longen eruit komen.  Klopt, maar dat is pas de volgende fase.  In de eerst fase heb je moeite met ademen, een loopneus, hoge koorts en …. het vreemde verschijnsel van de tranen.

Ik dus maar de dokter gebeld voor een huisbezoek.  Doe ik dus nooit.  Ik ga altijd zélf maar deze keer had ik gewoon geen fut meer.

Madam Doktoor was nog niet goed binnen of ze bekeek me al met een zorgelijke blik.  “dat ziet er niet goed uit mevrouw, hoe lang loopt u al zo rond ?”

“Euhm al een dag of 5, maar ik dacht dat het wel zou beteren”. Wat het dus klaarblijkelijk niet deed.  Maar ja, als je CVS hebt, dan mankeer je altijd wel wat dus …

Toen ze mij aan het onderzoeken was, fronstte ze haar wenkbrauwen.  “Mevrouw, wil u alstublieft in het vervolg eerder een dokter raadplegen als u zich niet goed voelt ?  U heeft een longontsteking, keelontsteking en sinusitis (daar had ik zelfs niet veel van gevoeld).  Iemand met een dergelijk zwak immuunsysteem moet veel eerder naar de dokter …”

Enfin, ik neem nu dus braafjes de antibiotica, de siroopjes, spuiterkes en andere medicijnen.  Ik rust zo veel als maar mogelijk is.  Ik slaap al zittend.  En ik hoest.  Ik hoest en hoest.  Ik hoest mijn longen eruit.  Naar de buitenwereld toe heb ik nu pas écht een longontsteking ;-)    En vanuit mijn déjà-vu weet ik nog dat deze fase nog de pijnlijkste is van een longontsteking : al die rotzooi eruit hoesten. (en dat nu dus met een keel die rood en dik is).

Ah ja, nog een kleine voetnoot : de longontsteking, de keelontsteking en de sinusitis waren mijn verjaardagscadeautje van moeder natuur dit jaar.

Vorig jaar kreeg ik een middenoorontsteking cadeau.

Vraag mij af wat mij volgend jaar te beurt valt.  Het zal wel een specialleke zijn dan : volgend jaar word ik 40.  Misschien de builenpest of zo ?

Vreemde poezebeesten heb ik

Er wonen 3 poezen hier in huis : Fientje Poezenpluis, Mammie Inneke en Oona (Oonemoontje) De Wit.  Alle 3 verschillend, zowel in karakter als in uitzicht.  Maar ook alle 3 even lief, elk op haar manier.

Vorige maandag werden Mammie en Oontje allebei op dezelfde dag gesteriliseerd.  Samen uit, samen thuis zou ik zeggen.

Toen we dat indertijd bij Fientje Poezenpluis lieten doen (2 keer, maar dat is een ander verhaal) merkten we geen verschil toen ze thuiskwam.  Buiten het feit dan dat haar beroemde poezenpluis weggeschoren was en er in de plaats een roze huid met een groot litteken te zien was.

Mammie Inneke en Oontje echter, zijn van de ene dag op de andere nog aanhankelijker geworden (als dat al mogelijk was).  Moest het kunnen, ze zouden in de mouw van je trui kruipen om toch maar zo dicht mogelijk bij je te zijn en geknuffeld te worden.  Ik zie er deze dagen dan ook uit als een witte haarbal : al mijn kleren hangen van onder tot boven vol met witte poezehaartjes.

En dan gisteren, besloot Fientje Poezenpluis dat zij ook nog wel wat extra knuffels kon gebruiken.

Met haar volle 7 kilo (en iets meer) kwam ze op mijn schoot gesprongen en ging daar liggen spinnen.  Vreemd want Fientje is absoluut geen schootpoes, integendeel.  Een uur !  Een vol uur heeft ze op mijn schoot gelegen en moest ze langs alle kanten geaaid worden.  Ik zag er daarna uit als een wit/grijze haarbal.

En om het allemaal nog vreemder te maken, komen alle poezen plots om de haverklap met een “prooi” afdraven en leggen die aan mijn voeten, naast de eetbakjes of in het geval van Oona in het waterbakje. 

Wat die prooien betreft : de dames De Wit houden het bij speelgoedmuisjes en balletjes.  Fientje Poezenpluis moet, zoals altijd, overdrijven.  Zij vergast ons met de regelmaat van de klok op een levende vleermuis.  Die vangt ze op het dak van de garage en brengt ze, volledig intact en zonder het minste schrammetje, dan als dankoffer tot bij ons.  Vorige week nog in de keuken terwijl we aan het koken waren.  En fier dat ze dan is !

Ik heb intussen al geleerd om mijn afschuw voor de vleerbeesten te verbergen en meer nog : ik heb ook geleerd hoe ik ze moet oppakken en weer buitenlaten.  Met dikke leren handschoenen aan wel te verstaan want die beestjes kunnen gemeen bijten.  En lawaai maken.  Je kan niet geloven hoeveel geluid er uit zo’n klein ding kan komen.

Onmisbaar : de vaatwasser

Hij had ons al gewaarschuwd dat zijn tijd bijna daar was.  Een tijdje geleden was zijn afvoerslang kapot en zaten we met een overstroming.

Maar net zoals bij mensen die de geest dreigen te geven, dachten we dat we hem nog wel konden opknappen en kochten we hem een schone, nieuwe waterslang.  Aangesloten dat ding en hij werkte weer.

Maar deze keer was het menens.  Hij had nog netjes een berg afwas verwerkt en toen begonnen alle lichtjes te flikkeren.  Groot alarm.  Direct naar de grote middelen gegrepen en alles gereset.  De “pries” even uitgetrokken en terug een shock gegeven.

En we dachten dat hij terug bij ons was.  Alle lichtjes branden terug zoals het moest.  Dus vol vertrouwen hebben we hem gisterenavond aan het werk gezet.

En vanmorgen was hij zo dood als een pier.  Niks.  Nulmenbotten.  Geen reactie meer.

En dan besef je maar hoe onmisbaar een vaatwasser geworden is. 

Wij zijn dat niet meer gewoon, dat afwassen en afdrogen met de hand.  En daarbij, onze keuken is niet meer voorzien op dat afwassen met de hand.  Geen twee grote afwasbakken meer zoals vroeger, één om af te wassen, één om af te spoelen.

Gelukkig hebben we Machoman, die (samen met onze vaste huisleverancier) als de bliksem voor een nieuw machien gezorgd heeft.

Want afwassen met de hand, da’s écht niks voor mij.   Dan eet ik nog liever uit wegwerpbordjes en met van die plastieken vorkskes.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.