Archief voor juli, 2010

Doe voort en kijk niet om

Soms moet je beslissingen nemen.  Soms worden beslissingen in jouw plaats genomen, sommigen noemen dat “het lot”, anderen noemen dat “toeval”.

Wanneer de beslissingen voor jou genomen worden, dan kan je daar op verschillende manieren op reageren.

Je kan je verzetten en stug proberen om de beslissing te herroepen.  Je kan je erbij neerleggen maar langs de andere kant overal je beklag gaan doen over hoe oneerlijk en onrechtvaardig het wel is dat iemand anders iets voor jou beslist, of je aanvaardt het gewoon omdat er toch niets aan te doen is.

Enkele weken geleden werd er voor mij een beslissing genomen die ik al lang geleden verwacht had.  Mijn werkgever had besloten om onze samenwerking stop te zetten.  Commercieel, zakelijk en economisch een correcte beslissing.  Emotioneel soms een harde noot om kraken.

Maar hoe je het ook draait of keert, feit is dat ik al heel lang ziek ben, dat niemand weet wanneer ik ooit terug in een normaal arbeidsritme kan werken, dat de economische realiteit er niet naar is om een overschot aan personeel te hebben dat niet echt rendeert.  Dus ik begrijp de beslissing volkomen en moest ik in de plaats van mijn werkgever geweest zijn, ik  zou hetzelfde doen.

Uiteraard brengt die beslissing de nodige administratieve rompslomp mee.  Rompslomp die nog niet helemaal opgelost is en waar nog wel wat werk aan is voor alles in kannen en kruiken is.

Langs de andere kant brengt die beslissing ook mee dat er nu een heel nieuwe toekomst voor mij openligt.  Een toekomst waar ik nu elke dag kan aan bouwen zonder mij zorgen te moeten maken of die toekomst wel past in de realiteit van een job met vaste uren in een klassiek arbeidsstramien.  Want het is nét dat wat het mij zo moeilijk maakt om te werken.

CVS, spasmofilie en fibromyalgie verhinderen dat ik in een klassiek arbeidsritme prestaties kan verrichten.  Ik weet immers nooit van te voren of ik de volgende dag wel in staat ga zijn om 4,6 of 8 uur te werken.  Ik weet ook niet of ik voormiddag of namiddag een goede periode ga hebben en productief ga kunnen zijn.  En uiteraard is beschikbaarheid en kunnen rekenen op je medewerkers in een groot bedrijf wel een essentieel onderdeel van het pakket.

Op dit ogenblik ben ik nog volop aan het revalideren van de zware herval die ik in november had (oa door de ernstige aanslepende middenoorontsteking) maar uit ervaring weet ik dat er een periode zal aanbreken waarin ik meerdere goede uren per dag zal hebben.  Ik hoop zelfs dat er misschien zelfs een goede dag per week of zo te verwachten is. 

En in die goede periodes hoop ik productief te kunnen zijn.  Hoogstwaarschijnlijk zal het niet kunnen in een gewone arbeidsrelatie en zal ik als zelfstandige aan de slag moeten maar dat moet dan maar.  Jammer dat onze huidige maatschappij geen echt valnet heeft voor mensen als ik want ook wanneer je chronisch ziek bent, is het perfect mogelijk om arbeid te verrichten (het is te zeggen als je ziekte het toelaat natuurlijk !) alleen zal die arbeid verricht worden wanneer jij daartoe in staat bent en niet in uren die opgelegd worden door de werkgever.   Vraag me echt af of er werkgevers/jobs zijn die een dergelijk risico willen nemen ?

(voetnoot : voor alles zijn er oplossingen natuurlijk en in mijn geval hangt mijn “vangnet” al klaar maar hoe zou dat voor anderen zijn ?)

democratie

Mijn GSM belt.  Ik zie een nummer dat ik niet ken, zucht en neem op.
“Hallo”
Ik hoor een meisjesstemmetje dat zegt “dag mevrouw”
“Dag meisje”
“U kent mijn mama want ze heeft uw telefoonnummer”  Ik betwijfel ten zeerste of ik iedereen ken die mijn telefoonnummer heeft, zeker als het om mama’s gaat met kleine kindjes want ik sta nu niet meteen bekend als de Grote Kindervriend maar ik peins bij mezelf dat dit nog wel eens interessant zou kunnen worden, dus ik antwoord “Ah ja”
“Jahaaa en ik wil iets vragen aan u”
Het kind gebruikt de u-vorm wat ik dus alleen maar positief vind en ik besluit dat we kunnen verdergaan met dit vreemde gesprek.
“Wat wil jij vragen, meisje ?”
“Waarom schrijf jij geen vertelseltjes meer want ik vind die plezant, zeker die van de zjeebee en van poezelhuis” . 
Aangezien ik nooit in de zjeebee kom, neem ik aan dat ze een andere supermarkt bedoelt en dat poezelhuis  Fientje Poezenpluis moet zijn.
“Wel meisje, omdat ik een beetje moe ben van al dat schrijven en niet zoveel zin had in schrijven de laatste tijd”
“Jamaar …”
“Jamaar wat meisje ?”
“Ons mama leest uw vertelselkes en ik ook, behalve moeilijke woorden en tante Sofie ook al, wij zijn toch met meer dan gij alleen?”
“Ja, dat is waar, jullie zijn met drie en ik schrijf alleen”
“Maar als dat in de klas zo is, dan doen we altijd wat de meeste graag willen doen”
“Maar dit is toch een beetje anders denk ik hoor meisje”
“Waarom is dat dan anders, mevrouw ?”
Ergens in mijn brein begint het te dagen dat dit gesprek gaat vastlopen, dat ik geen zin heb om aan een wildvreemd klein meisje uit te leggen dat in een democratie ook niet altijd alles loopt zoals het zou moeten enz
“Och meisje, misschien ook niet hoor.  Weet je wat ?  Ik zal een vertelselke schrijven”
“Van poezelhuis?”
“Neen, van een klein meisje dat helemaal alleen durft telefoneren naar een mevrouw”
“Zo”n meisje zoals ik dan?”
“Ja een meisje zoals jij “
“O dat is tof, ik ga dat direct aan mijn mama zeggen”
En de verbinding wordt verbroken.
Dag naamloos meisje

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.