Archief voor februari, 2010

overdosis ? Indigestie ?

Iedereen kent dat gevoel : je eet je een indigestie aan chocola en de volgende dagen kan je geen chocola meer zien.  Je wordt al misselijk bij de gedachte alleen al.

Of je hebt een overdosis “buurvrouw” gekregen want dat mens denkt dat ze elk ogenblik dat ze ziet dat je thuis bent moet langskomen om te kletsen en je verwenst haar.

Wel, ik heb volgens mij last van een overdosis telefoon.  Yep, ik heb een telefoon-indigestie.

Volgens mij heb ik in mijn leven al zoveel getelefoneerd dat mijn lichaam oververzadigd is aan “telefoon”.

En dat wreekt zich.  Ik kan geen telefoon meer horen of zien.  Als de huistelefoon begint te bellen, doe ik of ik Oostindisch doof ben.  Ik kijk hardnekkig de andere kant op en tel mee met de belletjes.  Eén, twee, drie, vier, vijf, … en dan springt de verlossende fax aan.  Wie aan de andere kant van de lijn is, is eraan voor zijn moeite en wordt nu geterroriseerd met het irritante faxgeluid. 

Ook mijn GSM heeft van mijn indigestie te lijden.  Waar hij vroeger altijd in mijn nabijheid mocht vertoeven, brengt hij nu lange dagen door in het zijvakje van mijn tas.  Of ligt hij vergeten op het bijzettafeltje.

Ik vergeet hem zelfs bij te laden en soms zet ik hem gewoon af.  Uit.  Gedaan.  Geen lawaai meer.

Zelf bellen zit er ook voorlopig ook niet in.  Alleen hoogstnoodzakelijke telefoontjes zoals ziekenfonds, personeelsdienst en herstellingsdienst van mijn kookplaat (want jahaa, het kookvirus is nog niet uitgedoofd – volgens mij heeft het één met het ander te maken kookvirus/ bijwerking telefoonindigestie).

Wie mij dus probeert  te bereiken : u bent eraan voor de moeite.  Stuur een email of een fax.  Of beter, stuur een ouderwetse brief want de brievenbus maak ik elke dag leeg, mijn mailbox heeft te lijden aan extreme verwaarlozing en het faxbakje roept een aanval van telefoonmisselijkheid op dus daar kijk ik maar eens in de week naar

ik zal mij er eens gemakkelijk vanaf maken ;-)

en al die mails en berichtjes op mijn antwoordapparaat om te vragen hoe het nu met mij is ineens beantwoorden :p  Trouwens, aan al de mensen die begaan zijn met mij : merci, het doet deugd dat ge dat ambetant mens niet vergeten zijt.  Aan de collega’s (enkele uitzonderingen niet te na gesproken) : ik leef nog niet dat iemand onder u zich daar zorgen over maakt …

Mijne prof gaat fier op mij zijn : mij niet onnodig moe maken se en mijn energie goed doseren.

Enfin, het gaat beter met mij (al een chance want het ging hélemaal niet goed met mij, het ging heel slecht met mij maar dat durfde ik toen niet toegeven) maar ik ben absoluut nog niet genezen.  Ik ben intussen al in staat om een beetje rond te lummelen en wat in het huishouden te doen en heb mij uit pure verveling op mijn verzameling kookboeken gestort en ben als een gek beginnen koken.

Ik moet zeggen, ik verschiet soms van mezelf want ik slaag erin om bijvoorbeeld ossobucco te bereiden, een klassieke tiramisu in elkaar te flansen of een chocomousseke op tafel te toveren.   Ik bak taarten en cake.  Ik kook vanillepudding en chocoladepudding, mix milkshakes en pers sapjes. 

Maar ik wijk af.  Ik ging vertellen hoe ik het nu stel en omdat sommigen er misschien iets aan hebben, vertel ik ineens wat de prof mij allemaal laat slikken om mij terug op de been te helpen. 

Om ‘s nachts te kunnen slapen, slik ik nu een neurolepticum.  Dat klinkt niet goed en ik was er eerst tegen maar wegens alles wat het voorbije jaar gebeurd is, deed ik ‘s nachts geen oog meer dicht.  Ik lag te piekeren in mijn bed, draaide en keerde en werd op den duur zo uitgeput dat ik niet meer wist hoe ik mijn ene been voor het ander moest zetten.  Dat is nu opgelost met dit medicijn.  ‘s Avonds pilleke slikken, bed in en binnen het half uur lig ik diep te slapen voor een uur of zes.  Ik moet wel zeggen dat het een ander soort slaap is dan normaal, het voelt kunstmatig aan (dat is het uiteindelijk ook) maar ik lig tenminste niet wakker.

Voor overdag slik ik een antidepressivum.  Eerst serieus tegen mijn goesting : depressieve mensen krijgen al gauw een etiket opgeplakt dat je je leven lijkt te achtervolgen.  Bovendien had ik niet echt het gevoel dat ik depressief was.  Ik had verdriet om al de overlijdens rondom mij en gaf mezelf niet de tijd om te rouwen (tja, ze volgden elkaar jammer genoeg zo snel op dat ik gewoon geen tijd had te rouwen).  Het antidepressivum zorgt ervoor dat ik die tijd nu wel neem en dat ik niet in overdrive ga omdat het te veel is.  Ik kan nu nuchter nadenken en de dingen een plaats geven. 

Oef, dat was het serieuze stuk.   De andere kant van het ziek-zijn, de CVS-kant is er natuurlijk ook nog en hangt sterk samen met het voorgaande.  Negatieve emotionele stress zorgt ervoor dat de CVS erger wordt en dat de vermoeidheid in alle hevigheid toeslaat.  Dit uit zich op verschillende vlakken en zorgt bijvoorbeeld ook voor een slecht geheugen en problemen om te concentreren.  Bovendien heeft je lichaam al zijn energie nodig om je “in gang” te houden en worden andere lichaamsfuncties minder prioritair.  Resultaat : je krijgt een tekort aan vanalles en nog wat en je immuniteitssysteem is nihil.  Anders gezegd : je bent een wandelende ontsteking.

Mijn middenoorontsteking heeft welgeteld 3 maanden geduurd en is eindelijk (hopelijk) gedaan.  Verder was mijn tandvlees helemaal ontstoken, heb ik verschillende ontstekingen aan de huid gehad, breken er voortdurend puistjes en pukkeltjes (ja ook dat zijn ontstekingen) door en vraag ik mij af wat de volgende ontsteking gaat zijn die zich aanmeldt. Spieren en gewrichten doen altijd pijn.  Heb ik geen nekpijn, dan is het mijn pols wel of mijn rug of …

Nu voor al die ambetante dingeskes, krijg ik dus voedingssupplementen.  Magnesium voor de spieren, chlorella om te ontgiften (want dat heb je ook met CVS, je zit vol gifstoffen, neurotoxines genaamd), ginkgo biloba om mij te concentreren en voor mijn geheugen (en het helpt echt.  Na twee weken merk je effectief een verschil) en omega 3-6-9 voor de stofwisseling, het geheugen en nog andere dinges.  O ja en ook nog een superdosis vitamine B12 : zuigpastilles met een rare aardbeiensmaak die je onder je tong moet laten smelten. Vies.

Samengeteld slik ik nu zo’n 20 pillen per dag.  Dat zijn er dus 140 per week.  Schoon stapelke ja, maar het helpt en ik ga elke dag vooruit.

Ben ik nu zielig ?  Nee zenne, bijlange nie.   Ik ben nog altijd sarcastisch en adrem.  Dank zij mijn concentratiepillekes heb ik terug op alles een antwoord en weer ik mij als een duvelke in een wijwatervat als het moet.  Ik heb alleen mijn leven (tijdelijk) moeten aanpassen : niet meer naar kantoor, geen carrière meer maar doen waar ik altijd tegen was : thuiszitten, het huishouden doen en content zijn met wat ik heb en wat ik nog aankan.

Amai, dat was precies toch geen gedoseerd omgaan met energie.  Ik heb verdorie weer een heel boek geschreven :-)

Maanden en maanden heb ik mij kunnen inhouden …

Ik zag ze met twee door weer en wind lopen.  De kou trotseren.  Op jacht gaan.  Over de afsluiting springen.  Aan de keukenraam komen kijken.

En elke keer kon ik mij inhouden.  “Nee, je gaat ze géén eten geven.  Nee, ze krijgen al genoeg van de buurvrouw.”

Maar sinds vorige week, zijn ze niet meer met twee.  Er is er nog maar eentje.  Zielig alleen. 

Nu zit er nog maar één zwarte poes aan het keukenraam te bedelen.  Geen idee waar zijn vriendje is.  Heeft iemand hem in huis genomen ?  Is hij gesneuveld ?  Wie zal het zeggen ?

En wat met buurvrouw die zich indertijd over de twee achtergelaten zwarte poezen ontfermd heeft ?  Plots zet zij geen etensbakjes meer buiten.  Van de ene dag op de andere doet zij de deur van haar schuurtje dicht zodat er geen warm plekje meer is om te overnachten.

En toen kon ik het niet meer aanzien.  Ik heb “Zwarte Poes” geadopteerd.  “Zwarte Poes” krijgt voortaan een bakje kattenbrokken bij ons op het terras.  Ik moet de achterdeur nog maar opendoen en “Poes, poes” zeggen en dan springt hij al door de afsluiting en komt aangelopen (daar kan Fientje Poezenpluis dus nog iets van leren, want die blijft Oostindisch doof als je haar roept).   Dan krijgt hij zijn bakje brokjes en begint te smullen dat het een lust is.

“Zwarte Poes” ziet er heel erg gezond uit voor een buitenpoes.  Hij heeft een glanzende zwarte vacht, mooie heldere ogen en nergens letsels van nachtelijke gevechten.   Hij laat zich ook heel gewillig aaien en loopt overal met je mee.

Eén ding mag Zwarte Poes echter niet, hoe graag hij het ook zou willen.  Binnen in huis is het domein van Fientje Poezenpluis.  Daar ben ik heel erg streng op.  Ook mag Zwarte Poes niet tegen mijn kleren aanlopen en was ik meteen in de garage mijn handen vooraleer ik binnenga.  Ik ben namelijk als de dood dat Zwarte Poes één of andere enge ziekte zou hebben, die hij kan overdragen aan Fientje.  Langs de andere kant weet ik ook wel dat je sommige enge ziektes niet kan voorkomen, hoe erg je ook je best doet.   Poppetje kreeg ook FIP en zij mocht nooit buiten (een uitzondering te na gelaten toen ze nog erg klein was), zij kwam nooit in contact met andere katten en kreeg de beste verzorging die je je kan indenken.

Enfin, ik heb nu dus twee katten.  Een binnenkat en een buitenkat.  En straks als alles goed gaat, komt er nog een binnenkat bij.  Een mooi lief Silver Shaded Brits korthaarkitten.   Geen langhaartje deze keer (Poppetjes worden namelijk niet meer gemaakt), maar wel een halfbroertje of zusje van kleine Poppie.

Poppetje

Dat komt ervan …

van al die kookprogramma’s op tv waar mijn tenen van krom gaan staan.

Ik ben zelf terug achter de kookpotten gekropen.  Normaal gesproken kook ik zelden of nooit.  Het is te zeggen : ik màg niet koken want koken is de hobby van Machoman en elke avond als hij thuiskomt kruipt hij achter het fornuis en genieten wij van wat hij klaarmaakt.  Enkel soepen, stoofvlees en kalfsragout mocht ik maken.

Maar door al die ergerlijke kookprogramma’s en die mensen die daar vaak maar iets in elkaar flansen, is bij mij de kookmicrobe weer toegeslagen.  En ik geef het toe : de verveling heeft er ook een grote rol in gespeeld.  Door die stomme pillen kan ik mij niet concentreren op een goed boek en trouwens mijn geheugen is momenteel een zeef dus tegen dat ik onderaan de pagina ben, weet ik begot niet meer wat ik op de vorige pagina gelezen heb.  Puur tijdverspilling dus.

Enfin ik ben terug in de keuken gedoken en ik moet zeggen dat ik het nog steeds kan !

Gisteren een cake, vanillepudding (moet zeker 20 jaar geleden zijn dat ik dat nog zelf maakte) en een gigantische ketel tomatengroentensoep met balletjes (iedereen op de werf mag daar straks van meeproeven).

Vandaag heb ik al een gigantische kom chocomousse tevoorschijn getoverd en straks prepareer ik een fijne kalfsblanquette voor morgen .

Maar eh … ik hoop dat mijn ginkgo biloba  – tabletjes één van de dagen arriveren.  Als ge Tinternet (en den doktoor) moogt geloven gaat dat mijn geheugen en mijn concentratie bliksemsnel terugbrengen. 

Dus : wie nog wil “komen eten”, moet zich haasten ;-) )

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.