Solliciteren kan je leren

en daarom worden er bij VDAB sollicitatie-cursussen gegeven.

Mijn trajectbegeleidster vond mijn eerste CV maar niks en schreef me daarom in om deze cursus te volgen.  ‘Je zal daar ook leren hoe je de werkgever kan overtuigen om jou, met je 15 u/week, toch als interessante werknemer te zien en verder leer je heel praktische tips die je kan gebruiken tijdens een sollicitatiegesprek’.  Ik hoor het haar nog zeggen.

Toen ik begin dit jaar werd uitgenodigd voor de cursus, verwachtte ik daar dus een aantal lotgenoten te treffen, maar dat viel me serieus tegen.

De algemene deler van de cursusgenoten was ‘langdurige werkloosheid’, met een minimum van 2 jaar werkzoekend te zijn.  Daar viel ik al uit de toon want ik was nog maar pas van november terug op zoek naar een job.

Maar de coach was enthousiast en legde met veel plezier het doel van de cursus uit.  Tijdens de eerste sessie bleef ze de volle 3 uur energiek en met een engelengeduld uitleggen waar je jobs kon vinden en hoe werkgevers een CV beoordelen.

Ik zeg engelengeduld want één van de deelnemers was duidelijk àbsoluut niet geïnteresseerd in wat er gezegd werd en kwam maar naar de cursus omdat ze daartoe verplicht was en anders haar uitkering kon verliezen.  Het laatste uur zat ze mandarijntjes te eten en met haar Smartphone te spelen.  Want ondanks het feit dat ze het financieel zo moeilijk had, kon ze zich wel een peperdure telefoon veroorloven.

Ook tijdens de tweede sessie (die door omstandigheden een paar maanden later doorging voor mij en waar ik samenzat met een andere groep) startte de coach energiek met haar uitleg.  Veel uitleggen was er echter niet bij want één van de cursisten was een ongelofelijke praatvaar die haar telkens onderbrak met ‘ah ja dat heb ik ook meegemaakt’ en dan een heel verhaal begon te vertellen dat totaal irrelevant was.

Als ik eerlijk ben, heb ik tijdens deze twee sessies weinig nieuws geleerd wat solliciteren betreft.  Ik deed wel een enorme dosis mensenkennis op en moest toegeven dat sommige clichés waar blijken te zijn.  Zoals ‘doppen en dan in het zwart bijwerken’,  ‘zoveel stempelgeld krijgen dat ze niet inzien waarom ze zouden gaan werken voor enkel euro’s meer’

Ik heb enorm veel bewondering voor de coach die telkens weer het gevecht (want zo noem ik het) met deze mensen aangaat.  Die hen probeert te overtuigen van hun kennen en kunnen, hen zelfwaarde probeert te geven en naar hun excuses luistert zonder een oordeel te vellen.

Ik geef jullie een kleine bloemlezing van dingen die ik hoorde en waar mijn haar rechtop van ging staan :

‘ik heb ooit een misstap gedaan (strafblad) en daarom zoek ik geen werk meer.  Er is toch niemand die mij gaat aannemen’    Persoonlijk ken ik iemand die bijna uitsluitend met ex-gedetineerden werkt in zijn bedrijf en die over dat strafblad kijkt, naar de persoon die erachter zit.

‘ik heb een kind dat lang slaapt, dus kan ik niet gaan werken want dan moeten WIJ vroeg opstaan’

‘ik heb geen tijd om te solliciteren want ik werk (in het zwart en onbetaald) voor de zaak van mijn man.  Trouwens, wij kunnen ons dat niet permitteren dat ik ga werken.  Dan moet hij iemand aanwerven om hem te helpen en nu komen wij goed rond met zijn inkomsten en mijn uitkering’

‘Oh dat ik examen ging afleggen bij de middenjury.  Dat heb ik maar gezegd om ervan af te zijn.  Ik had mij ingeschreven voor een cursus boekhouden maar ineens had ik daar geen goesting meer in.  Ik moest toch iets zeggen opdat ze mij niet van den dop gooiden’

‘Het is 12 uur, mag ik dan nu doorgaan want ik wil mijn kinderen van school halen.  En daarbij, ik vang ook de kindjes van de buren op, ik kan dat extra (zwart) inkomen niet missen’

‘ik wil werken volgens de bezoekregeling van mijn kinderen.  Waarom begrijpen bazen dat niet ?  Ik kom de ene week werken en de andere week niet.  Of wel, dat is te zien of ze liever bij hun vader zijn’

‘ik ga graag uit en wil een job waarbij de baas niet lastig doet als ik op maandag niet kom werken’

En dan was er nog die ene man die zijn mond niet kon houden en het altijd maar uitlegde en uitlegde en geen seconde kon zwijgen.

En de jongedame die regelmatig de coach tegensprak omdat zij in Nederland een ‘échte’ cursus solliciteren had gevolgd, met een diploma en in haar lesboek stond dit en dat en…  Waarom doen die Belgen zo moeilijk ?

En elke keer op het einde van de les ging het door mijn hoofd : ‘misschien moet de coach in praktijk brengen wat ze ons hier tracht te leren, misschien moet zij solliciteren voor een andere job want dit hou je nooit vol’.  Enfin, ik zou het niet volhouden dus petje af voor de dame die het wél al jaren doet.

 

Stout Meneertje Heel Precies

Het overkomt mij zo eens in de 20 jaar dat ik mij overslaap.  Nu ja, als altijd thuis bent en nergens naartoe hoeft, heet het eigenlijk niet overslapen, maar ik schrok mij toch een ongeluk toen ik in de week na mijn longontsteking wakker werd om 10u23.  Jawel, ik werd wakker, het was al licht, ik keek naar mijn wekker en het was bijna half elf !   14 uur aan een stuk geslapen, te zot voor woorden gewoon.

Ik schrok nog meer toen ik de gordijnen opendeed.

Beneden stond Meneertje Heel Precies instructies te geven aan het Poetsmeisje dat de stoep aan het schuren was.

Meestal worden er onzichtbare lijnen getrokken, loodrecht van de huisgevel tot aan de stoep.  Alléén het stukje stoep voor het huis van Meneertje Heel Precies mag geschrobd worden, toch de stoep van de buren niet zeker, ben je gek ?

Alleen stond deze keer mijn auto half voor de gevel van Meneertje Heel Precies en half voor de gevel van Den Boeffer.

Deze keer had Meneertje Heel Precies een imaginaire lijn getrokken van zijn gevel tot aan de voorkant van mijn auto.  Een schuine lijn, dat is helemaal niks voor Meneertje Heel Precies.

Tot ik plots doorkreeg waarom : het Poetsmeisje schrobde namelijk in de richting van mijn auto !!!  En dan zag ik haar een hoopje vuil onder mijn auto schuiven.

Moest het nu zijn dat de parkeerstrook aan de overkant weer volgeparkeerd stond of zo maar neen, alleen mijn auto stond daar (een unicum) en die was het slachtoffer.

Ik sprong meteen in mijn kleren, kamde mijn haar en stormde naar beneden.  Te laat : Poetsmeisje en Meneertje Heel Precies waren intussen naar binnen.  Ik kon alleen vaststellen dat mijn pasgewassen auto aan de zijkant en de achterkant vol smurrie hing.

Nu moet je zoiets met mij niet doen en al helemaal niet als ik mij overslapen heb.

Dus belde ik aan.  Denk je nu dat Meneertje Heel Precies opendeed ?  Nee hoor, de lafaard stuurde zijn Vrouw om de deur open te doen, een oud, ziekelijk mensje.

Tja, daar kon ik dus niet als een furie tegen tekeer gaan.  Dus vroeg ik ‘vriendelijk’ om voortaan aan te bellen als mijn auto in de weg stond, zodat ik hem kon verzetten.  Haar antwoord ‘maar we wisten niet van wie die auto was en we weten niet waar u woont’.  Ik woon dus al 2 jaar recht tegenover hen en word constant vanachter het gordijn begluurd als ik ook maar een voet buiten zet …

Omdat ik de boodschappen vd vorige dag nog moest uitladen, zette ik mijn auto een plaatsje vooruit.  Ik had niet echt een keuze want anders stond ik in het hoopje smurrie te trappelen dat het Poetsmeisje zo netjes achter aan mijn auto geveegd had.

Tja, toen was natuurlijk voor heel de buurt zichtbaar dat er een bergje smurrie voor de deur van Meneertje Heel Precies lag.  Dat kon dus helemaal niet.

Mijn probleem niet dacht ik en ik ging naar de bakker.  Toen ik terugkwam, zag ik Meneertje Heel Precies in de voordeur staan, zijn vrouw in het oog te houden die met de hand het hoopje smurrie moest opruimen !!

‘Nu heb ik je’ dacht ik.  Dus stevende ik recht op hem af en vroeg ook aan hem om voortaan aan te bellen ipv dergelijke fratsen te begaan.

Waarop hij zei ‘maar ze heeft uwen auto toch afgespoten ?’   En terwijl hij het zei, zag hij hoe vies mijn auto aan de ene kant was en hoe vuil aan de andere kant.

‘Gedane zaken nemen geen keer’ antwoordde ik ‘maar voortaan belt u aan, of u betaalt de carwash’.

Een half uurtje later, terwijl ik mijn boodschappen in de kast aan het zetten was, keek ik uit het keukenraam.  Groot was mijn verbazing toen ik zag dat Meneertje Heel Precies mijn auto aan het wassen was !!   Dat was nu ook weer niet mijn bedoeling, maar heeft mij wel een nieuwe rit naar de carwash bespaard.

En Meneertje Heel Precies en zijn vrouw ?  Die zeggen voortaan heel vriendelijk goeiedag en zwaaien naar mij als ik passeer ;-)

003004010

Waarom Russen op vakantie ‘s ochtends de overschot van het avondeten eten

Heel lang geleden, toen ik nog jong was en Machoman met zijn geld geen blijf wist, ging ik 4 keer per jaar op vakantie.  Minstens.

En altijd naar een luxehotel.  Vaak ook naar Turkije waar je heel veel Russen (ik noem ze Russen maar laten we het erop houden dat dit een veralgemening is voor bewoners van de vroegere regio’s achter het ijzeren gordijn) op vakantie kwamen.

Rijke Russen uiteraard want de gewone burger kan dergelijke exclusieve uitstapjes niet betalen.  ‘s Ochtends bij het ontbijt werd ik gelijk misselijk bij het zien wat ze op hun bord stapelden : de overschotjes van het avondeten.  Denk nu niet dat die dure hotels kliekjes voorschotelden, neen, speciaal voor hun Russische klanten werden er ‘s ochtends warme gerechten en soepen geserveerd.

Tot ik op een bepaald moment een Russische poetsvrouw had.  Olga heette ze en ze kwam bij mij terecht via het ziekenfonds.  Wanneer ik ‘s ochtends de kliekjes van het avondeten wilde weggooien, vroeg ze altijd of zij die mocht meenemen.  ‘Eten voor straks en morgenvroeg’ zei ze dan.  In het begin durfde ik niks vragen.

Maar op een bepaald moment, vroeg ik het toch.  Olga was politiek vluchteling en kwam uit Wit-Rusland.
“Eten was heel duur en heel schaars.  Niemand kon zich 3 (of 4) maaltijden per dag veroorloven.  We probeerden altijd om genoeg bij elkaar te krijgen voor het avondeten.  Dan waren we allemaal thuis en kon iedereen eten.  Als we heel veel geluk hadden, dan was er overschot.  En hadden we de volgende dag een ontbijt.  Anders werkten we de ganse dag op een lege maag.  Want je kan beter werken met een lege maag dan slapen”.

Hier in de buurt woont ook een vrouw op leeftijd.  Ook zij is ooit gevlucht uit haar vaderland.  Ze is afkomstig van ergens in Joegoslavië maar wil er niet veel over kwijt.  Ze is nog altijd bang ook al is ze al lang in België.  Ze heeft zich helemaal aangepast, spreekt heel goed Nederlands en is de vriendelijkheid zelve.  Als ze mij ziet lopen met een boodschappentas, neemt ze die spontaan over.  Ziet ze dat ik zware boodschappen uit de kofferbak haal, dan houdt ze me tegen ‘jij niet doen, meisje, is niet goed voor jou.  Jij bent ziek en ik wil helpen’.  Ik schaam me dan echt : aan mij is niks te zien en ik laat een oud vrouwtje al die zware spullen dragen.

Daarstraks kwam ik haar tegen en ik wuifde goeiedag.  Ze kwam naar me toegelopen en zei dat iemand haar verteld had dat ik erg ziek geweest was.  ‘omdat jij altijd vriendelijk bent tegen mij en altijd lacht zodat niemand de pijn ziet, krijg jij een cadeau van mij’.  Ik weet dat ze het echt niet breed heeft, dus protesteerde ik heftig.  ‘Ja maar’ zei ze ‘je weet nog niet wat cadeau is’.

Ze stelde voor om voor mij de ramen van het appartement te poetsen.  ‘ik vind dat niet erg en jij kan dat niet’.  Ondanks mijn protesten, wilde ze niet van mijn weigering weten, dus gaf ik uiteindelijk toe.  ‘Op één voorwaarde’ zei ik ‘ik zorg ‘s middags voor het eten en dan eten we samen’.

Ze keek me aan en zei ‘nee, nee een koek en een glas cola is genoeg voor een dag’.  Blijkbaar leeft zij nu, ondanks alles, nog altijd volgens het principe dat avondeten belangrijk is en dat je gelukkig bent als je ‘s avonds mag eten.  Ontbijt eet ze zelden (of ze moest overschot hebben), doorheen de dag eet ze nooit, behalve dus een koek en een glaasje cola als ze ergens gaat werken.

We moesten beiden een traantje wegpinken toen ik zei ‘dan maken we er een feestdag van : ‘s morgens een koek, ‘s middags lekker eten en de overschot mag jij hebben voor ‘s avonds’  Zacht zei ze : ‘ga ik wel ramen kunnen kuisen met een volle maag’

10 dagen huisarrest

Wat ze bij de Huisartsenwachtpost dus een ‘verkoudheid’ noemden, bleek op maandagochtend wel degelijk een longontsteking te zijn. (waar ik mezelf al heel goed bewust van was, want eens je dat één keer gehad hebt, wéét je gewoon hoe dat voelt)

Naar goede gewoonte vroeg de huisarts ‘maar waarom blijf je daar toch zolang mee rondlopen, je weet toch hoe dat voelt’, waarop ik haar met een giftige blik aankeek en vroeg of zij al eens naar de Huisartsenwachtpost was geweest met een longontsteking.

Niet dus.  Wél een keertje naar Spoed omdat ze dus, arts zijnde, voelde dat ze toch wel écht ziek was, waar de dienstdoende arts haar ook naar huis stuurde met een ‘niet zo flauw, zo erg is het niet’  en haar 12 uur later opbelde om onmiddellijk haar werk neer te leggen en zich te laten hospitaliseren wegens ernstige … longontsteking.

Enfin, wat ik dacht, werd bevestigd en met een boodschappenlijstje (een voorschrift kan je dat niet meer noemen als niet alles op één briefje past), trok ik naar de apotheek.

Thuis moest ik begot een lijstje maken van wat ik wanneer moest innemen.  Om de 3 uur dit, om de 6 uur dat, voor het ontbijt iets en na het ontbijt iets anders.  Ik moest zelfs de wekker in mijn gsm van onder het stof halen zodat ik mij niet zou overslapen voor één of ander medicijn.

Want slapen heb ik gedaan.  De eerste dagen én nachten heb ik in feite alleen maar geslapen.  Uren aan een stuk.  Ik was zo slap als een schotelvod.

De buurvrouw aan de overkant van het verdiep hoorde mij hoesten tot bij haar en kwam spontaan aanbieden om boodschappen voor mij te doen.  Bovendien leende ze haar poetsvrouw voor een paar uurtjes uit, zodat mijn appartement er terug een beetje deftig uitzag.

En uiteraard gebeurden er weer dingen die alleen mij maar overkomen : zoals Meneertje Heel Precies die zijn frustratie op mijn geparkeerde auto uitwerkte, een Collect&Go bestelling die helemaal verkeerd was, een onderbuur die eindelijk zijn intrek genomen heeft in zijn appartement en zijn terras in Vlaamse Stijl inrichtte, met bijgebouwtjes en al, …

Enfin, genoeg stof dus om de komende dagen nog een paar blogpostjes te schrijven.

Maar eerst efkes die stapel  post behandelen die hier op tafel ligt.  En die 300 emailtjes die ik intussen binnenkreeg ;-)

 

de huisartsenWACHTpost

Gisteren gebeurde er een unicum : ik reed vrijwillig, uit eigen beweging naar de dokter van wacht.

Hier heet dat de Huisartsenwachtpost : iedereen uit de wijde omgeving die het waagt om in de late uren of in het weekend ziek te worden moet daar naartoe.

Je zou toch op zijn minst een bordje, wegwijzertje, icoontje, whatever verwachten dat je vanaf de ring door de kleine straatjes begeleid naar het verdoken stukje Lier waar de Huisartsenwachtpost onder een bejaardentehuis zit verstopt.   Enige signalisatie : een onnozele grote vlag vlak voor de deur.  Er zouden parkeerplaatsen voorzien zijn : ik zag enkel kniehoge paaltjes met een lampje in waar je als zieke chauffeur gegarandeerd op rijdt.

‘Het is goed zichtbaar vanop de Ring’ zei de telefoniste.  Ik vraag mij af welke Ring zij bedoelde want ik heb vanop de ring niets gezien wat op een Huisartsenwachtpost geleek.  Het zal de koorts wel geweest zijn.

Enfin, na wat rondrijden, gevloek omdat ik 1) het gebouw niet vond 2) er geen parking was, zag ik de bewuste vlag staan én een lege parkeerplaats.  Het bordje met parkeerverbod heb ik genegeerd.  Als de polies komt, zeg ik dat ik zo ziek was dat ik dat paaltje niet zag staan.

Eenmaal in de buurt van De Vlag word je gefilmd.  Overal zie je camera’s.  Als je je aanmeldt bij de receptioniste staat er zelfs een camera opdringerig op je gezicht gericht.  Ja ja, ik weet het veiligheid en zo maar moet dat nu echt, een mens die zich vreselijk voelt, er ellendig uitziet, met een kapsel dat nergens op lijkt zo van dichtbij filmen ?  Ik voelde me gelijk nog slechter.

Paspoort én SIS-kaart moesten afgegeven worden.  Omdat er overal in grote letters stond ‘kreeg u uw identiteitskaart en SIS-kaart terug’  wist ik al gelijk dat dat mens, ondanks het feit dat ze niks te doen had, ging vergeten om mij die kaarten terug te geven.

In de wachtzaal : geen mens.  ‘De dokter komt dadelijk’ zei ze en ze ging verder met wat ze ook aan het doen was.

Ik zag dokters achter de ramen.  Die dokters maakten een praatje, dronken een koffietje, eentje pakte zijn jas en ging naar huis, en ik zat daar.  Te wachten.

Na 20 minuten wachten, keek de receptioniste verschrikt op : er zat nog een patiënt in de wachtzaal !!  Al dat gehoest kwam niet van de tv die daar hing te toeteren in het Frans.  Jawel, een Franse zender en een film die duidelijk niet voor kinderen geschikt was.  In Lier en omstreken worden er waarschijnlijk op zaterdagavond geen kindjes ziek.

De receptioniste nam de telefoon en begon te bellen.  Ik hoorde de telefoon overgaan in de verschillende dokterskabinetten achter mij.

Uiteindelijk kwam er een dokteres mij halen.  Ik zat toen al een half uur in de lege wachtzaal.

Eenmaal in het dokterskabinet had ik het gevoel of ik op controle was bij de dokter van het ziekenfonds.  Die onderzoekt je ook niet, en stelt alleen maar vragen.  En hoe voelt de hoest.  Zit hij vast ?  Of komt het al los ?  En heeft u hoofdpijn ?  Of pijn aan uw sinussen.  Dat was daar precies een quiz.

Uiteindelijk ging ze mij onderzoeken.  Ik had op zijn minst verwacht dat ik op de mooie nieuwe onderzoekstafel zou mogen gaan zitten.  Liggen hoefde niet hoor, maar zitten zou al fijn geweest zijn.  Maar neen, ik moest in een hoekje van het kabinet gaan rechtstaan, met mijn jurk tot op mijn knieën en zo ging ze mij onderzoeken #kidyounot.

Het onderzoek : ‘zeg eens aaaa’,  ‘ik voel precies geen klieren’ (vreemd want zelf voelde ik die wel), ‘adem diep in en uit’ waarbij ze met haar stethoscoop mijn schouders beluisterde.  Niks geen geluister ter hoogte van mijn longen, niks geen ‘hoest eens even’.

Enfin dan het verdict : ‘het slijm zit nog niet vast op de longen want het bruist nog, uw keel ziet erg rood’.  Diagnose ?  Geen want ze wist het niet goed.  Het zou een zware verkoudheid kunnen zijn, of een bronchitis of een beginnende longontsteking (dààrom was ik dus naar de wachtdienst gereden, begot, omdat ik al longontstekingen gehad heb en precies weet hoe dat voelt en hoe het begint)

En dan kwam de vreemde behandeling : u neemt 2 lepels van de hoestsiroop die ik u voorschrijf, en u had ook nog een hoestsiroop staan die uw huisarts u laatst had voorgeschreven ?, daar neemt u ook een lepel van, dan uw gewone medicatie en dafalgan tegen de koorts.  En hou vooral die koorts in de gaten want als die omhoog gaat, moet u terugkomen’

Tja, dat wist ik dus zelf ook al allemaal, daarvoor had ik dus geen uur in de wachtpost moeten zijn en had ik beter een uur op mijn zetel blijven liggen.

Maar de lijdensweg was nog niet gedaan !  Na veel moeite en geknoei met haar pc zei ze ‘ik zal u begeleiden naar de receptioniste waar u een groen briefje gaat krijgen en kan betalen’.   Bij de receptioniste duurde het nog eens 5 minuten voor het ‘groene briefje’ eindelijk uit de printer kwam gesputterd.  Waarop ze zei ‘nu moet de dokter dit eerst nog tekenen, wacht u even ?’ en ze belde de dokter om te tekenen.

Netjes betaald met bancontact, groen briefje weggestopt en toen keek ze mij aan van ‘mens wat staat gij hier  nog te doen ?’

Jawel, ik moest zélf mijn identiteitskaart én SISkaart terugvragen, die in een blinkend doorschijnend houdertje voor haar neus stonden, nét buiten mijn bereik.

Apotheek van wacht : Berlarij.  Ik zal u de zoektocht naar een parkeerplaatsje in het nachtelijke Lier maar besparen zeker ?  Omdat deze apotheek tot 22 u open was en ik dan weer één of ander 0903 nummer moest bellen om de volgende apotheek van wacht te krijgen, ben ik op den duur door (het verharde gedeelte) van een parkje gereden, ben tussen paaltjes gezigzagd en heb mijn auto op een donker plekje achter de grote kerk (waar je normaal niet mag komen) achtergelaten en ben hijgend en hoestend naar de apotheek gegaan.  Resultaat : stikkapot, geen adem meer en  2 bloedende blaren op mijn voeten want ik had geen schoeisel voorzien om ‘s nachts door de stad te spurten.

 

dingen die ik doe als ik moet rusten.

Rusten uiteraard.

Maar ook vanop mijne zetel tv kijken en intussen wat handwerken.

Mijn creaties van gisteren :

ietsiepietsie vlindertje

ietsiepietsie vlindertje
veelkleurig konijn

veelkleurig konijn

3 weken is te lang

en dat mag ik nog maar eens aan den lijve ondervinden.

Telkens er een feestdag in de week valt, Paasmaandag deze keer, wordt het ganse schema van alle patiënten van het dagziekenhuis door elkaar geschud.

Resultaat : 3 weken tussen mijn 2 baxters ipv 2 weken.

En of ik dat voel.  Buiten mijn ‘extreem verstoord slaappatroon’ zoals de huisarts het noemt, heb ik nu ook geen greintje kracht meer.  De fut is eruit.  Elke inspanning voelt als een berg beklimmen en na het minste moet ik rusten.  En dan bedoel ik écht rusten : de zetel op met de beentjes omhoog of bed in.

En ik kan mij daar zo boos over maken he.  Want ik wil dingen doen en niet de hele week als een slappe vod rondhangen.

Als ik exact om de 2 weken een fikse lading magnesium krijg, kan ik (zo goed als) normaal leven : mijn huis is proper, de was en de strijk is gedaan, ik probeer dagelijks een aantal sollicitatiebrieven de deur uit te krijgen (of beter de draad door te krijgen), ik kan mijn dagelijkse wandeling maken en ga zo maar door.

En dan heb ik ook de moed om de zorg voor mijn ouders, die erg achteruitgaan, op mij te nemen.  Wat ik nu ineens helemaal niet meer zie zitten, want dan denk ik ‘de lamme zal de blinden eens gaan geleiden’.

Maar nog efkes : volgende dinsdag is het weer zover.  Dan prikken en steken ze in mijn lijf tot ze een bruikbaar adergat vinden en hang ik een paar uur aan mijn zak met magnesium.

Nu nog donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag én maandag doorkomen.  Oei, als ik dat zo neerschrijf is dat precies nog lang :-s

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.